Recensie

Stelt u zich mijn perspectief eens voor

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Zelfs in Groot-Brittannië had hoogstens een handjevol kenners ooit gehoord van John Craske (1881-1943), een visser uit een geslacht van vissers aan de kust van Norfolk, die in 1917 te ziek werd om te vissen en de rest van zijn leven doorbracht met onophoudelijk schilderen en, sinds hij bedlegerig was, met borduren. Na het verschijnen van Draad (1) door Julia Blackburn worden in Engeland weer tentoonstellingen gehouden met werk van deze obscure schilder van de zee, de wolkenluchten daarboven, de boten op de golven en aan het strand. Niet langer geldt zijn borduurkunst als te primitief en naïef om voor echte kunst door te gaan. Het is moeilijk Blackburns boek in te delen bij een specifiek genre: het is een biografie, maar ook een persoonlijk verslag van een originele poging een menselijk raadsel op te lossen, en een vorm van literaire archeologie. Het is niet altijd eenvoudig in het uit vele lagen opgebouwde verhaal door te dringen, het moet draad voor draad worden ontrafeld. Maar dan nog: „Ik kan niet terugvinden wat verloren is gegaan, hoe lang ik ook zoek.”

„Bach wordt nogal eens met God vergeleken. Maar om eerlijk te zijn vind ik dat je Bach daarmee tekort doet.” Zo’n zin is typerend voor het jubelende enthousiasme én de jolige toon van Merlijn Kerkhof in Alles begint bij Bach (2), een beknopte leergang in de klassieke muziek. Het is allereerst bestemd voor een jeugdiger volk dan doorgaans de concertzalen bezoekt, maar ook nuttig voor liefhebbers die niet direct het verschil tussen een bagatelle en een motet kunnen benoemen. Klassieke muziek is niet eng, wil Kerkhof maar zeggen. „Het duistere Andante con moto zal je bekend voorkomen als je naar De Lullo’s uit Jiskefet hebt gekeken”, schrijft hij bijvoorbeeld over Schuberts Der Tod und das Mädchen. Hoe meer je weet van klassieke muziek, hoe mooier de concertervaring. Kerkhofs gids is even informatief als geestdriftig. Ook nuttig bij muzieklessen op scholen.

Ooit studeerde Ako Taher klassieke piano aan het conservatorium van Bagdad, en droomde van een carrière als concertpianist. Zijn barre vlucht tijdens de Tweede Golfoorlog eindigde in een asielzoekerscentrum in Rockanje met een piano die hij niet mocht bespelen. Dat mocht wel toen er een oude piano werd afgeleverd bij kringloopwinkel Piekfijn aan de Rotterdamse Mariniersweg, waar de veertigjarige Ako net was komen werken. Na tien jaar geen toets te hebben aangeraakt, speelde hij de sterren van de hemel. Hij werd ontdekt door Radio Rijnmond en sindsdien geeft hij klassieke concerten. Weliswaar niet in het Concertgebouw, maar tussen oude meubels en wasmachines van de kringloopwinkel.

Ako Taher is één van de zestig Rotterdammers aan wie romanschrijver Ernest van der Kwast de afgelopen vijf jaar in zijn maandelijkse talkshow odes bracht, nu gebundeld in het fraaie boekje Het wonder dat niet omvalt (3). We maken kennis met bewonderenswaardige figuren als taxichauffeur Gerrol Hieralal, die keer op keer aan zijn passagiers moet uitleggen dat hij geen coke gesnoven heeft en niet gevaarlijk is, maar lijdt aan het syndroom van Gilles de la Tourette. Het is een man, schrijft Van der Kwast, „die duizenden blikken heeft moeten ondergaan en tegen iedereen moet zeggen: ‘Wees niet bang.’ Een man die misschien wel bang is voor ons.”

Over aandoeningen als Gilles de la Tourette schrijft wetenschapsjournalist Anil Anathaswamy in De man die er niet was (4). Het boek begint met het verhaal van ene Graham die lijdt aan het syndroom van Cotard. Patiënten die daarmee zijn behept, denken dat ze niet bestaan. Graham kent geen emoties en heeft geen basisbehoeften als eten, drinken en slapen. Hij leeft zijn leven, maar beleeft het niet.

In begrijpelijke taal schrijft Ananthaswamy over recente neurologische ontdekkingen en nieuwe bevindingen op het gebied van schizofrenie, epilepsie, autisme en alzheimer. Hij duikt in de levens van personen die als gevolg van hun ziekte een totaal ander perspectief hebben op wie of wat ze zijn dan doorsnee mensen. Zo vertelt de Australische James Fahey die op zijn 34ste te horen kreeg dat hij het ‘syndroom van Asperger’ heeft: „Ik verwarde mijn eigen zelf met wat [ anderen] vonden dat ik moest doen. Ze konden zich mijn perspectief gewoon niet voorstellen.”