Spin bevrucht eerst wat jonge vrouwtjes, vóór de fatale paring

Foto AFP/Maydianne Andrade

Het is niet goed met hem gegaan. De kleinste spin op de foto is een mannelijke roodrugspin. Hij is dood. Zijn vrouwelijke sekspartner heeft hem zojuist aangevreten. Zo eindigt roodrugspin-seks meestal: met zijn laatste restjes tussen haar kaken. Zo komen de ‘zwarte weduwen’ aan hun naam. Maar het seksuele kannibalisme van roodrugspinnen uit Australië (Latrodectus hasselti) is zelfs voor een zwarte weduwe extreem. De Canadese hoogleraar Maydianne Andrade ploos dat seksleven minutieus uit, in de afgelopen 25 jaar. Voor mannetjes is het zo moeilijk om een vrouwtje te vinden dat ze, als ze wél aan paren zijn toegekomen, zichzelf helemaal geven. Na de balts steekt hij zijn ene pedipalp (een sperma-arm) in een van haar genitale openingen. Tegelijkertijd maakt hij een halve salto en landt bovenop haar kaken, zodat zij tijdens de copulatie alvast aan hem kan beginnen.

Zijn bonus is dat hij, al aangevreten, de vrijpartij rekt en vaak nog aan een tweede copulatie toekomt: met zijn tweede pedipalp in haar tweede genitale opening. Tegen die tijd is het mannetje meestal dood of flink beschadigd, maar heeft hij zich verzekerd van nakomelingen.

Toch lijkt dit lot een schrale troost. Het voelt bijna rechtvaardig dat Andrade afgelopen week in Biology Letters een even extreme manier van paren beschreef, waarbij het mannetje er het best vanaf komt. Hij hangt vaak rond in het web bij onvolgroeide jonge vrouwtjes, waarbij er nog een dun schild over de genitale openingen zit. Het mannetje prikt met zijn pedipalp dwars door dat schild en bevrucht haar alvast. Bijna nooit eet zij hem op. Een andere Latrodectus-spin blijkt hetzelfde te doen. Zij zijn, zover bekend, de enige spinachtigen of insecten die nageslacht verwekken bij jonge soortgenoten.