Schrikbewind? Nee, het moet gewoon elke dag beter

Richard Plugge Personeel en renners vertrekken bij de wielerploeg Lotto-Jumbo, er is kritiek op de leiding. De baas van de ploeg reageert.

Foto Merlin Daleman

Circus Lotto-Jumbo trekt in de Eneco Tour een weekje door de Lage Landen, komt dat zien. Op maandag in Bolsward de eerste sprintzege op het allerhoogste niveau van talent Dylan Groenewegen, tegen de beste sprinters ter wereld. „Die finishfoto moet hij boven zijn bed hangen”, zegt directeur Richard Plugge een dag later lachend, als tientallen wielerfans zich in het centrum van Breda verdringen rond de bus van zijn ploeg. Hier kunnen ze ploeggenoten van Giro-revelatie Steven Kruijswijk en Vuelta-surprise Robert Gesink bijna aanraken. Koffie voor de gasten, de geel-zwart ‘familie’ beter gemutst dan ooit.

Wat een contrast met het vluchtgedrag bij dezelfde bus na de compleet mislukte Ronde van Vlaanderen van vorig jaar. Persconferenties zonder pers. En dit jaar opnieuw geen weelde in het klassieke voorjaar, waarin de Belg Sep Vanmarcke de meubelen moest redden. Chagrijn in de Tour, waar de ploeg zonder de geblesseerde kopman Gesink zwakker presteerde dan ooit. Daar overheen een kritisch commentaar in de Telegraaf, waarin via anonieme bronnen van binnen de ploeg werd bericht over een ‘schrikbewind’ van directeur Plugge. Al veertien personeelsleden weg, ook renners vertrekken: kopmannen Vanmarcke en Wilco Kelderman, jonge toppers als Moreno Hofland, Mike Teunissen en nu weer Tom Van Asbroeck. Nederlandse topploeg in verval?

„We zitten in een veranderingsproces”, weerlegt Plugge op zijn kantoor in Zoetermeer, ver weg van de hectiek van de koers. Vier jaar geleden nam de voormalig journalist de leiding van de grootste Nederlandse wielerploeg over van bankier Harold Knebel. Rabobank werd Blanco, werd Belkin en is sinds 2015 Lotto-Jumbo. Maar allang niet meer de succesploeg als in de gouden Rabotijd. „De mensen zien ons nog steeds zo, wij dragen die historie mee. Wij willen ook nog steeds de beste en grootste ploeg van Nederland zijn, we willen hoger reiken dan we kunnen. Dat je af en toe kritiek krijgt als dat niet lukt, ach, dat hoort erbij.”

Hebben jullie een imagoprobleem?

„Nee. Volgens mij hebben wij ontzettend veel fans, die ons heel erg leuk vinden.”

De kritiek in de Telegraaf komt toch niet uit de lucht vallen?

„Wij lezen alles en proberen daar onze lessen uit te leren. Wat wel klopt, daar kun je wat mee. Dan kijk je bijvoorbeeld hoe je omgaat met de media. Maar het andere deel van de kritiek, dat niet klopt, leg ik naast me neer.”

Er zijn veertien personeelsleden vertrokken, tegen zes in zeventien jaar Rabobank.

„Dat is inherent aan een veranderingstraject. Dan moeten mensen zich aanpassen aan de nieuwe situatie. Sommigen vertrekken. Omdat ze zelf weg willen, omdat ze denken dat het elders beter is of omdat ze niet meer in het plaatje passen. Dat gebeurt bij elk bedrijf.”

Maar veertien man op een totaal van 52?

„Dat is in een periode van drieënhalf jaar. En er komen weer andere mensen van andere ploegen voor terug.”

Heerst er een schrikbewind?

„Ik krijg van niemand in de ploeg die indruk. Wij zijn een sportploeg op het hoogste niveau. Dan wil je alles strak geleid hebben. Het is zoals het motto van Iwan Spekenbrink (collega-directeur van Giant-Alpecin): Keep Challenging. Maar is dat een schrikbewind? Nee, het moet gewoon elke dag beter.”

Jullie sponsors kunnen onmogelijk blij zijn met de aanhoudende kritiek.

„Ze denken mee, leven mee. Natuurlijk krijg ik dan vragen als: wat gebeurt er binnen de ploeg? We praten over alles, ook hierover. Maar ik krijg absoluut niet de indruk dat ze ontevreden zijn. In de zomermaanden komt in de media 80 procent van de merknamen van onze sponsors bij het wielrennen vandaan. Terwijl Lotto en Jumbo echt wel bedrijven zijn die toch al in de belangstelling staan.”

Wordt een oud-journalist geaccepteerd als baas van een wielerploeg?

„Volgens mij wel. Toen het even niet zo positief was, zei een verzorger tegen mij: ze moeten niet vergeten dat we hier nog zijn met zijn allen, dat we nog kunnen doen wat we het liefst doen, bezig zijn met die ploeg. Ik probeer een bedrijf met 80 werknemers in de lucht te houden, 80 gezinnen te voorzien van een salaris. Dat is de bottomline. Als ik naar de ploeg kijk, voel ik trots. Maar misschien stralen we dat te weinig uit.”

Als journalist veroordeelde je in 2007 jouw voorganger Theo de Rooij genadeloos, na de Rasmussen-affaire.

„Natuurlijk kijk ik daar nu anders tegenaan. Dat is wel een hele wijze les. Never judge a man before you’ve walked a mile in his shoes. Dat is het verschil binnenkant-buitenkant. Je kunt van alles roepen, maar soms weet je van buiten gewoon niet wat er precies speelt. Omdat keuzes niet verteld kunnen of mogen worden. Dat snap ik nu beter dan toen.”

In die tijd behoorde de ploeg structureel tot de wereldtop.

„Nu niet meer, dat klopt. Dit is een heel ander team. Toen was Rabobank qua budget een van de grootste ploegen van de wereld, vergelijkbaar met Tinkoff of Movistar nu. Dat is simpel, daar heeft het alles mee te maken.”

Is het sportieve verval niet groter dan de terugval in budget?

„Kijk naar de internationale ontwikkelingen. Astana, Movistar, Quickstep zijn substantieel groter geworden. Sky heeft het hoogste budget maar er komt een team bij uit Bahrein, een Chinees team dat Lampre overneemt en er 120 miljoen instopt voor vier jaar. Voor de sport als is geheel is dat weelde.”

Maar voor een ploeg uit een kleine, Nederlandse markt niet.

„Het is zoals je ook in het voetbal ziet. Het is voor een op Nederland georiënteerd team lastig concurreren en dat wordt er niet makkelijker op. PSV speelt ook tegen Atletico, Manchester United. Fantastisch als ze een keer de tweede ronde halen. Dat is de verhouding. Wij moeten slimmer zijn dan de rest.”

Een bescheiden rol op het internationale podium?

„Onze sponsoren doen nog steeds een geweldige inspanning om mee te kunnen doen, en vergeet niet dat we met Kruijswijk bijna de Giro winnen. Het blijft fantastisch dat we op dit niveau een Nederlandse ploeg hebben. Ik hoop dat we ook weer een Nederlandse opleidingsploeg krijgen, zodat we zelf weer onze talenten kunnen opleiden tot prof. Zoals de meeste van de huidige toppers via de Rabo-opleiding zijn doorgekomen.”

Is dat bij een teruglopend budget realistisch?

„Ik had al gesprekken met een bedrijf, maar dat liep helaas op niets uit. Ik hoop dat we op termijn iets kunnen creëren onder de vlag Lotto-Jumbo. Dat is cruciaal voor de toekomst van de Nederlandse wielersport.”

De realiteit is dat jullie jonge toppers als Kelderman en Hofland juist kwijtraken.

„Ja, we moeten Kelderman helaas laten gaan en jammer en dat Hofland zijn volgende stap niet bij ons wil maken. Maar we hebben nog altijd Groenewegen, die nu zijn eerste World Tour punten pakt. Kruijswijk kiest bewust om te blijven, Gesink heeft zijn contract verlengd.”

Kelderman gaat naar Giant-Alpecin, net als Mike Teunissen. Gaat die concurrent op de Nederlandse markt jullie overvleugelen, met ook Tom Dumoulin en talent Sam Oomen?

„Fantastisch hoe Iwan Spekenbrink al jaren een profploeg op het hoogste niveau runt. De afgelopen vier jaar heb ik wel gemerkt hoe ingewikkeld dat is. Maar zij hebben nog altijd een Duitse licentie. Ze zijn een concurrent als ieder ander.”

Jullie halen vooral dertigers terug: Lars Boom, Stef Clement, Jurgen Van den Broeck.

„Maar we halen ook jeugd: Antwan Tolhoek, Floris De Tier, Daan Olivier. En na de Giro zeggen critici: ‘Kruijswijk mist ervaring om zich heen’. Dat hadden wij zelf bij het begin van het seizoen ook al gezien. Onze tweede lijn was niet sterk genoeg, de aanvoer naar de spitsen zeg maar. Daarom halen we nu wat ervaren jongens erbij.”

Zin in volgend seizoen?

„Zeker. De ploeg staat. We hebben de renners en omkadering zoals we binnen deze setting willen. We zijn een kleinere ploeg, met een sprinttrein en een klassementstrein. Als wij de goede keuzes maken in het inzetten van onze mensen, kunnen we nog mooie dingen laten zien.”