Column

Ruttes innerlijke Archie Bunker versus de Aanstaande Asscher

Haagse invloeden Deze week: Rutte, onze superieure pleur op-cultuur en Asschers stappen naar het PvdA-leiderschap. Ofwel: tijd dat politici ophouden trendvolger te zijn – en weer trendsetter durven worden.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Nederlandse politici zijn trendvolgers. Sinds Fortuyn en Wilders leeft in hen de vrees dat ze angsten en ander pessimisme van de burger onvoldoende vertolken.

En dus hebben we hier al jaren een overaanbod van politici die niet ophouden angsten en ander pessimisme van burgers te vertolken.

Alleen: zou het kunnen dat mensen allang zo somber niet meer zijn?

In het Schilderskwartier in Woerden, waar ik voor deze rubriek elke maand ga kijken, zie ik al langer tekenen van een kentering.

Niet alles is er hosanna. Praat over zorg, de islam of Samsom, en mensen zetten nog steeds probleemloos een boze burger neer.

Maar het is anders, echt anders, dan vier jaar geleden . De doem is weg. Vier jaar geleden had je mensen die agressief reageerden op politici. Je had mensen die afgestompt waren. Mensen die elk contact afwezen.

En vorig jaar was de weerzin tegen vluchtelingen zo groot dat ze in het Schilderskwartier begrip hadden toen jongeren een opvang van asielzoekers, even verderop, met vuurwerk belaagden. De Woerdense variant van ‘pleur op’.

De kentering van de laatste zes maanden is vooral dat mensen niet alléén meer klagen. De hypotheeklasten zijn weer draaglijk en stabiel, hun werk wordt niet langer bedreigd.

Het bestaan is niet wankel meer. Vooruitkijken kan weer.

Dus mij zou het niets verbazen als opiniepeilers en andere onderzoekers de komende tijd groeiend optimisme gaan meten.

We zijn dit volledig ontwend, ik weet het. Politici ook: als je deze week de Algemene Politieke Beschouwingen gadesloeg, zag je dat ze bijna allemaal dachten: somber blijven, vooral somber blijven.

Slimme imitatie van Aboutaleb

Het ‘pleur op’-gedoe met premier Rutte was er een droevige illustratie van.

In essentie ging het om een slimme imitatie van Ahmed Aboutaleb, die met een eenmalig ‘rot toch op’, vorig jaar na de aanslag op Charlie Hebdo, de populairste politicus van het land werd.

En zoals PvdA’ers hun beste mensen vaardig afserveren, zo zijn VVD’ers praktische mensen. Die denken: wat hij kan, kunnen wij ook.

Verheffend is het resultaat niet. Bolkestein was de eerste VVD’er die de westerse cultuur superieur verklaarde. ‘Pleur op’ lijkt me daarmee lastig verenigbaar. Zeker niet omdat hele volksstammen zich nu vrij voelen andere burgers ongewenst te verklaren. Superieure pleur op-cultuur.

Verklaarbaar is het wel. De VVD verenigt sinds Wiegel liberalisme en populisme in één partij.

Deze week zag ik op een goed moment Wilders (oud-leerling van Bolkestein) en Krol (oud-woordvoerder van Wiegel) bij de interruptiemicrofoon, terwijl Rutte, opvolger van Wiegel en Bolkestein als VVD-leider, het woord voerde.

Lees ook onze reportage: De wijk waar Mark Rutte opgroeide

Twee verongelijkten en een optimist, waarbij de optimist zijn innerlijke Archie Bunker speelde: All in the VVD-Family.

Tactisch is het niet onbegrijpelijk. De VVD-top weet dat PVV-kiezers Wilders vaak te grof vinden. Dus iets van Wilders’ toon incorporeren in het Rutte-optimisme kan voor de VVD effectief zijn.

Vandaar dat ze in die partij alle kritiek uit de Kamer deze week prima vonden: hoe meer aandacht voor Ruttes innerlijke Archie, hoe liever het ze is.

Je kunt zelfs claimen dat het effect goed voor de hele politiek is: als stemmen van een neppartij overgaan naar een democratische partij met bestuurskracht, is dat winst voor het stelsel.

Het risico is alleen, zoals Buma zei, dat besturen en populisme zich vermengen. Illustratief was dat het deze week niet de premier maar de jongste bediende was, Jesse Klaver, die tegen Wilders opstond toen de PVV-leider zich weer eens liet gaan.

Wilders zei met zoveel woorden dat Denk-leider Kuzu, gezien zijn opvattingen, het Nederlanderschap niet kan claimen. „Hoe gek zijn ideeën ook zijn, Kuzu is een Nederlander en dat blijft hij”, zei Klaver, die het – terecht - „een grove schande” noemde dat Wilders Kuzu om zijn standpunten het Nederlanderschap wilde ontzeggen. Vrijheid van bepaalde meningsuiting.

Kijk hier het moment tijdens de Algemene Beschouwingen. De tekst gaat verder onder de video.

En het leek me de prijs van zijn eigen bestuurderspopulisme dat Rutte hier niet de rol van scheidsrechter kon spelen, waarmee premiers op zulke momenten gezag kunnen etaleren.

Maar het ergste van de Algemene Beschouwingen was dat het, voor de politiek zelf, volmaakt consequentieloos was: geen Kamerlid dat van plan is aan de discussie beleidsgevolg te geven.

Het is de ziekte van politici die zich als trendvolgers gedragen: het verlangen angsten te vertolken is zo onbedwingbaar geworden dat het ook gebeurt als er helemaal niets op volgt.

Nogal ironisch in een land dat zijn optimisme aan het hervinden is.

Er komt bij dat het in de voornaamste vertolker van het pessimisme, Wilders’ PVV, een bende blijft.

Deze week lekten via het AD interne mails uit waarin Wilders zijn fractiegenoten uitmaakt voor ‘allemaal gekken’, en zijn eerdere vicevoorzitter Fleur Agema ‘dommer dan dom’ noemt.

Wilders heeft altijd neergekeken op zijn mensen, en dat weten ze. Sinds mei ontving de baas op zijn kamer, in de PVV-gang in het Kamergebouw, een parade van mogelijke nieuwkomers, en met dalende peilingen kunnen zittende Kamerleden en medewerkers daar erg slecht tegen.

Bij sommigen is de paniek zo groot dat ze – zéér pikant - contacten in andere partijen aanknopen.

Wilders had daarbij zijn zwakste Algemene Beschouwingen in jaren. Buma hield hem voor wat de Koran verbieden betekent: agenten die duizenden woningen invallen op jacht naar een boek. Wilders wist niet inhoudelijk te reageren.

En Pechtold feliciteerde hem sarcastisch met zijn groeiende vertrouwen in Rutte II: voor het eerst in tijden diende hij geen motie van wantrouwen in.

Wie kan optimisme agenderen?

De vraag na deze week is: welke politicus kan, nu alle angsten onderhand wel benoemd zijn, nieuwe trends en optimisme agenderen?

De winnaar lijkt me voorlopig de SP, die met haar Nationaal Zorgfonds en verzet tegen het eigen risico nu al een debat over de inrichting van de zorg afdwingt.

Of dat Zorgfonds de verkiezingen overleeft moet ik nog zien – maar tot nu toe slaagt de SP er als enige in de campagne te sturen.

Vrijdagavond maakte Samsom bekend dat hij een herhaalde gooi naar het PvdA-leiderschap doet. Rond Lodewijk Asscher horen we al weken dat hij nog moet beslissen, maar stemmen in zijn omgeving zeggen dat alles erop wijst dat hij meedoet.

De verwachting is dat hij één à twee weken voor de deadline (24 oktober) definitief beslist.

Op een bijeenkomst van progressieve leiders in Canada, vorige week, hield hij een speech die je moeilijk kunt los zien van zijn ambitie de progressieve leider van het land te worden.

Hij keerde zich tegen Hillary Clinton en haar afkeer van Trump-aanhangers (weerzinwekkende mensen), en zei dat het juist de taak van links is aan klachten van deze groep – de druk die globalisering legt op hun baan, inkomen en bestaan – tegemoet te komen.

Ook bepleitte hij een ‘progressief patriottisme’: vaderlandsliefde gebaseerd op progressieve waarden. Een diverse maatschappij zonder vrijblijvendheid: wie geaccepteerd wil worden moet anderen accepteren. Pleur op met je pleur op.

Ik las het en dacht: deze man is niet klaar in de politiek. En mensen die hem kennen denken het ook.

Ik zeg niet, zoals zij, dat hij een reddende engel is, dat is veel te vroeg, maar het goede lijkt me in elk geval dat hij de maatschappij wil volgen én vormen, in plaats van alleen volgen.

Of dat tot alleen gewenste uitkomsten leidt – wie zal het zeggen. Maar de wil om méér te doen dan boze blanke mannen naar de mond praten, zeker nu het optimisme weer door het land sluimert, lijkt me na deze week lang geen slecht uitgangspunt.

Aanpakken in plaats van oppleuren.