Column

Reclametaal voor 50-plussers

‘Wilt u hem even proberen?” De studente in het rode shirt lacht lief naar de man – grijs baardje, sportief fleecejack – die zijn rugzak aan zijn vrouw geeft. Korzelig zet zij die voor haar voeten, waarna haar echtgenoot de e-bike bestijgt. Met een klassieke beenzwaai. Hooibalen flankeren het testparcours in de Jaarbeurs.

Hier zijn ze, de ouderen van Henk Krol, op de 50-plus-beurs. In wagonladingen zijn ze afgeleverd op Utrecht Centraal. Buiten dirigeren verkeersregelaars de rivier van grijze hoofden, scootmobiels en looprekken.

Ze hebben tijd. Ze hebben geld. En ze zijn talrijk. Een ideale doelgroep voor verkopers van elektrische fietsen, campers en cruisereizen, pelgrimsroutes en podotherapieën.

Even slingert de man, bij het bord ‘gratis zadelmeting’, maar hij stuurt behendig bij. Het meisje babbelt intussen met zes collega’s in net zo’n shirt, als een studentenclub.

Alles is hier reclame: er staan sloepen naast concertvleugels en puzzelboeken naast testamentadviezen. De partij 50Plus deelt tasjes en flyers uit: „OUDEREN PIKKEN HET NIET MEER!”

In de Tweede Kamer noemde Henk Krol de Troonrede „reclametaal”, even misleidend als de waspoederprijzen in de supermarktfolders. Zelf trok hij op Prinsjesdag een geplastificeerd koopkrachtgrafiekje uit zijn jasje: 30 procent verschil tussen werknemers en pensioenontvangers!

Het kostte Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), een handjevol tweets om die misleiding te ontmaskeren. „Het inkomen van gepensioneerden blijft absoluut niet achter bij werkenden”, stelde hij. Wel is de koopkrachtontwikkeling van ouderen altijd lager. „Logisch: jongeren maken carrière, ouderen hebben de top bereikt.”

Zoals reclame draait om het creëren van behoeften, zo is politiek campagnevoeren het aanpraten van sores. Volgens Krol hebben ouderen nog net genoeg geld voor hun eigen uitvaart.

Volgens de rekenaars zijn juist jongeren de pineut. Nog maar een kwart voor de 20- tot 25-jarigen is economisch onafhankelijk, aldus het CBS. Het leenstelsel, de hogere huren en huizenprijzen, de toename van flex- en deeltijdbanen… Maar over twintigers meldt de Troonrede niets.

Zonder ongelukken voltooit de man zijn rondje. „En? Hoe was dát?”, vraagt de studente. „Leuk.” En tegen zijn vrouw: „Gaat hard, hoor.” Zij steekt hem de rugzak toe en zegt: „Je eigen fiets is niks mis mee. Hier zijn wij nog niet aan toe.”

De studente zucht. Een collega knipoogt haar toe en stapt dan, doortastend glimlachend, op de volgende geïnteresseerde af. Ze moeten hun studies toch ergens van betalen.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek elke vrijdag een column. Op de andere dagen doen Tom-Jan Meeus en Jutta Chorus dit.