Omstreden referendum stookt onrust in Servisch Bosnië

Republika Srpska

Nationalisten in de Republika Srpska, het Servische deel van Bosnië, spreken dreigende taal bij hun campagne voor een etnisch geladen volksraadpleging. Met steun van Poetin.

President Dodik zingt een liedje tijdens een demonstratie eerder dit jaar, in Banja Luka. Foto AP

Verkiezingstijd in Bosnië betekent: tijd voor ophitserij. Met een etnisch geladen referendum aanstaande zondag stookt het nationalistische leiderschap van de Republika Srpska (RS), het Servische landsgedeelte van Bosnië, onrust aan de vooravond van lokale verkiezingen op 2 oktober. Westerse mogendheden dringen erop aan het plan te schrappen, maar Rusland verleent zijn volle steun.

Het referendum betreft de vraag of 9 januari de nationale feestdag van de RS kan blijven. Op die dag in 1992 riepen Bosnische Serviërs de onafhankelijkheid van hun eigen republiek uit, nadat Bosniërs en Kroaten hadden gestemd voor afsplitsing van het voormalige Joegoslavië.

Het Bosnische grondwettelijke hof verklaarde zowel het referendum als de feestdag zelf ongrondwettelijk. Die laatste zou discriminatoir zijn ten opzichte van andere Bosniërs, omdat 9 januari ook een orthodox-christelijke feestdag is.

Milorad Dodik, de president van de RS, kondigde aan die beslissing naast zich neer te zullen leggen. Gevolg is een woordenstrijd waarin de voormalige Bosnische generaal Sefer Halilovic speculeerde over „het verdwijnen” van de RS en Dodik sprak over gewapende verdediging in het geval van een aanval. De Servische minister van Buitenlandse Zaken Ivica Dacic deed een duit in het zakje door te beloven dat bij een dergelijk scenario „Servië de destructie van de RS niet zal toelaten”.

Opmaat voor onafhankelijkheid

Maar opvallend is dat de officiële goedkeuring van Belgrado voor de volksraadpleging uitbleef. De Servische premier Aleksandar Vucic weigerde steun te verlenen aan een controversiële manoeuvre die door velen wordt gezien als een opmaat voor een toekomstig referendum over afscheiding van de Republika Srpska. Dat is een doemscenario voor de voornamelijk westerse landen die de implementatie van de Dayton-vredesakkoorden van 1995 moeten overzien.

Diplomaten uit onder meer West-Europese landen, de VS en Turkije waarschuwen dat „er geen hertekening van de kaart zal gebeuren.” Vucic, een voormalige nationalist die van toenadering tot de EU een prominent programmapunt heeft gemaakt, sprak zich dinsdag in New York samen met de Bosnische burgemeester van Srebrenica uit voor betere verhoudingen tussen Bosniërs en Serviërs. Als dat niet gebeurt, „ben ik eens te meer heel erg bang voor de toekomst van de Westelijke Balkan,” verklaarde hij.

Wie wel oren heeft naar Dodik’s plannen is de Russische president Vladimir Poetin. Terwijl de banden van zijn land met Servië langzaam slijten, lijkt hij de Russische invloed in de regio via de RS te willen versterken. Poetin ontving Dodik donderdag in Moskou. „Je zou overigens versteld staan van hoe goed hij de situatie hier kent en over hoeveel details hij beschikt,” verklaarde Dodik aan de krant Nezavisne. Petar Ivancov, de Russische ambassadeur in Bosnië, stelde:

„We geloven dat de mensen van de Republika Srpska het recht hebben zichzelf uit te spreken over kwesties van vitaal belang.”