Recensie

Nee koning, niet u, maar God is koning

Thomas More

Een biografie, een hertaling, een toneelstuk. Ze geven inzicht in zowel het leven van een van de grootste humanisten uit de geschiedenis, als in zijn magnum opus, het 500 jaar oude, nog altijd actuele Utopia.

Vijfhonderd jaar geleden verscheen Utopia , het boek dat de Engelse staatsman Thomas More (1478-1535) beroemd maakte. Het wordt gevierd met heruitgaven van zijn werk, een biografie, debatavonden en toneelstukken. Het heeft er alle schijn van dat utopisch denken, geloven in idealen, weer is toegestaan, nadat het eind vorige eeuw in diskrediet raakte.

De indrukwekkendste uitgave is de vertaling van Peter Ackroyds biografie Thomas More (1998). Het boek bevat een schat aan feiten over diens leven, dikwijls barok beschreven: ‘De priester spuwde in zijn linkerhand en depte wat van het speeksel op de oren en neus van het kindje. Laat de neus opengaan voor de zoete geur van het goede’, lezen we in de eerste alinea. De symboliek is duidelijk: na deze doop is More voor altijd katholiek.

Het is meteen een duiding van More’s tragische leven, waarin hij gebukt ging onder de interne spanningen waaraan zijn wereldbeeld blootstond. Met een been stond hij in de Middeleeuwen en met een ander in de moderne tijd. In zijn jeugd hekelde hij de scholastieke logica. Hij vertaalde werk van de Griekse satiricus Lucianus. In Londen werd hij opgeleid als jurist. Ook overwoog hij toe te treden tot de kartuizerorde, maar hij kon de aantrekkingskracht van het vrouwelijk geslacht niet weerstaan. Dit volgens zijn vriend Erasmus, met wie hij nogal wat heeft afgelachen.

Tegen Luther

In zijn geschriften richtte More zich tegen de hervormer Luther, die hij ‘een zak stront’ noemde. Dit verklaart ook zijn opstelling jegens Hendrik VIII. Diens afwijzing van het pauselijk gezag stelde More met die van Luther op één lijn. More was teveel een man van law and order om rebellie in de kerk te tolereren, ook al was het een middeleeuws instituut. Kort nadat hij in 1532 door Hendrik VIII tot kanselier was benoemd leidde dat tot een conflict. Toen zijn koning zich aan de geestelijke macht van de paus wilde onttrekken om zijn huwelijk met Catharina van Aragon te ontbinden, legde More zijn functie neer. Omdat hij vervolgens weigerde een eed af te leggen waarin het gezag van de kroon boven dat van de kerk werd gesteld, werd hij gearresteerd en in de Tower gevangen gezet. Hij volhardde in zijn weigering en werd op 6 juli 1535 onthoofd.

Ackroyds biografie is fascinerend, maar bevredigt niet helemaal. More blijft, ondanks alle zintuiglijke beschrijvingen, een schimmige figuur. Ook is Ackroyd summier over Utopia, alsof de lezer dat boek al kent. Zijn biografie moet het hebben van de evocatie van More’s leven, niet van de analyse.

Toneelstuk

Zestig jaar na diens dood schreef een groep auteurs een toneelstuk over More’s leven, dat nu ook is vertaald. Het manuscript werd in de achttiende eeuw geschonken aan het British Museum. Nadat in de negentiende eeuw een scène werd toegeschreven aan Shakespeare, nam de belangstelling ervoor sterk toe.

Thema van het drama is gehoorzaamheid aan de kroon. More verschijnt ten tonele als een staatsman die een opstand tegen de koning weet te beheersen. Wanneer hij op zijn beurt weigert een verklaring te ondertekenen waarin hij het gezag van de koning erkent, moet ook hij zijn leven geven.

Erg pakkend is het stuk niet. More wordt in dit drama verscheurd door een innerlijke strijd noch door spijt. Zijn lot wordt bezegeld door zijn overtuiging: God is groter dan de koning. Het klinkt wat obligaat, maar de beste scène is de aan Shakespeare toegeschrevene. More spreekt een menigte toe die zich heeft gekeerd tegen vreemdelingen in de stad en weet hun woede te beteugelen.

De vertaler, de dichter Jan Kuijper, heeft zich goed van zijn taak gekweten. Het is een moeilijke tekst, waarin ook het gewone volk archaïsche en plechtige woorden bezigt. Het manuscript is bovendien aangepakt door de zeventiende-eeuwse censuur, wat in de vertaling is weergegeven met een streep door de tekst. Dat leest onprettig. Het resultaat is eerder een curiosum dan een literair kleinood.

Eveneens ter gelegenheid van het jubileum van Utopia verscheen een herdruk van de vertaling van Paul Silverentand uit 2008. Utopia bestaat uit twee delen. In het tweede deel beschrijft een reiziger het leven op een eiland. De verwijzingen naar Engeland zijn legio. De hoofdstad is ‘Schimstad’ genaamd, een verwijzing naar Londen (‘Fog everywhere’). De afkeer van oorlogen is een duidelijk commentaar op de Engelse oorlogszucht. Dit eiland wordt ‘Utopia’ genoemd, een ‘pun’, waarin de Griekse voorvoegsels ‘eu’ (goed) en ‘ou’ (‘geen’ of ‘niet bestaand’) doorklinken.

Nonsens

Aan deze beschrijving gaat een discussie vooraf tussen onder anderen Pieter Gilles, een Belgische humanist, More zelf en de reiziger, Hythlodaeus geheten, wat ‘verspreider van nonsens’ betekent. In vroegere vertalingen is die naam onvertaald gelaten. Dat is symptomatisch voor een ernstige manier van lezen van de tekst, zoals Hans Achterhuis doet in zijn aanklacht tegen utopisch denken Erfenis van de Utopie (1998). Daarin fulmineert hij tegen More, omdat diens Utopia volgens Achterhuis een blauwdruk biedt voor de ideale samenleving, wat onvermijdelijk leidt tot een totalitaire staat.

Wie tegenwerpt dat dit nooit de bedoeling van More kan zijn geweest, krijgt in dat boek als antwoord dat woorden groter zijn dan de auteur. Woorden stammen uit een vertoog, waarin een bepaalde manier van denken schuilgaat die sprekers dwingend stuurt: de taal beheerst de mens.

Frivole lezing

In een kritisch artikel in het tijdschrift Krisis uit januari 2016 wees Merijn Oudenampsen erop dat dit niet klopt. Hij bepleitte een frivole lezing: Utopia is een satire, waar Ackroyd in zijn biografie overigens al voetstoots van uitging. Opmerkelijk aan de heruitgave van Silverentands vertaling is dat die enerzijds vergezeld gaat van een nawoord, waarin Marja Brouwers de strenge lezing volgt, én anderzijds van een nieuw voorwoord, waarin nu net Hans Achterhuis verkondigt dat hij radicaal van opvatting is veranderd. Door de vrijere vertaling van Silverentand, waarin bijvoorbeeld de reiziger Babellario heet, ziet hij in Utopia geen perfide blauwdruk meer, maar hangt hij nu de frivole lezing aan: het was ‘after all’ een satire.

Achterhuis wijdt aan deze omslag in zijn denken zelfs een heel nieuw boek, Koning van Utopia, waarin hij beschrijft hoe hij bij herlezing tot nieuwe inzichten komt. Daarbij verwijst hij ook naar andere bronnen, maar gek genoeg niet naar het artikel van Oudenampsen, die in een eerste verbaasde reactie Achterhuis dan ook verweet dat hij met zijn ideeën op de loop was gegaan. Deze kwestie is blijkens de Facebookpagina van Oudenampsen bijgelegd. Achterhuis heeft laten weten diens artikel niet te hebben gelezen. De gelijkgestemdheid berust op toeval, of ook weer niet helemaal: de ideeën over een frivole lezing van Utopia hangen volgens Achterhuis nu eenmaal in de lucht.

Deze curieuze verklaring werpt licht op Achterhuis’ opvatting van filosofie, die je zou kunnen omschrijven als ‘het vangen van ideeën die in de lucht hangen’. Dat is ook wat er in Koning van Utopia gebeurt. Hoofdstuk na hoofdstuk geeft hij samenvattingen van wat hij elders heeft gelezen, waarna er, als een konijn uit de hoge hoed, een standpunt volgt, zonder dat dit geschraagd wordt door een argumentatief betoog. Het knappe van die methode is dat correcties op het eigen werk altijd worden gepresenteerd als spannende nieuwe inzichten, verkregen door noeste studie. Maar in feite worden ze modieus uit de lucht geplukt.