Recensie

Natlab: arrogant én dienstbaar, slagkracht én onmacht

In het boek NATLAB: Kraamkamer van ASML, NXP en de cd belichten techniekjournalisten Paul van Gerven en René Raaijmakers het fameuze onderzoekslaboratorium van Philips aan de hand van vier casussen. De omgang met de compact disc, waferstepper, chips en beeldschermen achten ze illustratief voor de slagkracht én de onmacht die het Natlab in de periode 1960-2000 aan de dag legde. Sindsdien gaat het bergafwaarts door het afstoten van eens lucratieve Philips-onderdelen als beeldschermen, halfgeleiders (nu NXP en ASML) en consumentenelektronica. Nu ook licht – waarmee alles in 1914 in Eindhoven begon – is weggevallen en bij Philips slechts medische technologie resteert, is het Natlab zijn status als multidisciplinair onderzoekslaboratorium definitief kwijt.

Van Gerven en Raaijmakers vertellen hun verhaal vanuit het perspectief van de onderzoekers. Vele tientallen hebben ze er geïnterviewd. Het levert gedetailleerde reconstructies op. In hun ogen was het Natlab het summum van technologisch georiënteerd onderzoek. Een vrijplaats waar de natuurwetenschappelijke elite in alle rust en vrijheid zijn ideeën kon uitwerken. Geen wonder dat zo’n onderzoeksparadijs geweldige uitvindingen heeft voortgebracht. Echt jammer dat Philips ze niet vaker heeft kunnen omzetten in klinkende munt.

Commerciële mensen bij Philips zien dat anders. Die troffen op het Natlab vooral wereldvreemde eigenheimers die op kosten van de zaak maar wat aanklooiden. Arrogante types die de tijd namen en hun neus ophaalden voor praktische uitvindingen die de Philips-schoorsteen lieten roken.

Dit was hét probleem van Philips volgens Van Gerven en Raaijmakers: de worsteling om de interactie tussen zijn research en de rest van het bedrijf te stroomlijnen.

Inderdaad genoten de onderzoekers op het Natlab grote vrijheid. Tegelijk waren ze uitermate loyaal en wilden ze niets liever dan iets betekenen voor Philips. Van Gerven en Raaijmakers typeren het Natlab als een plek waar onderzoekers zich in hun probleem vastbeten, het mee naar huis namen, om op de fiets of onder de douche een briljante ingeving te krijgen die ze de volgende morgen op het lab direct uittestten.

Tegelijk nam men er elkaar meedogenloos de maat. Terwijl de even hoogbegaafde als arrogante onderzoekers de buitenwereld met argusogen bekeken. „Is dit een managementbeslissing of is erover nagedacht?”

Vanaf de jaren zeventig maakte de academische insteek uit de periode Casimir plaats voor een meer oplossingsgerichte cultuur. Zeker toen het Natlab voor zijn financiering afhankelijk werd van de productdivisies.

Opmerkelijk in het boek is de deconfiture van Natlab-ingenieur Kees Schouhamer Immink. Van zijn claim de belangrijkste uitvinder van de cd te zijn blijft weinig overeind. Van Gerven en Raaijmakers maken op basis van gesprekken met Imminks naaste collega’s glashelder dat het allemaal teamwerk was. Immink droeg belangrijk bij aan codering en foutcorrectie, maar daarbij leunde hij op het werk van anderen.

Is een onderzoekslaboratorium als het Natlab uit de tijd? Van Gerven en Raaijmakers noemen Google, Apple en Facebook, bedrijven die bulken van het geld, net als Philips een halve eeuw geleden. Daar in Silicon Valley krijgen creatieve geesten weer de ruimte om aan eigen ideeën te werken, onderzoek te doen op het gebied van kunstmatige intelligentie, zelfrijdende auto’s en 4g-luchtballonnen in de stratosfeer. Mooi, maar zo ver van de markt staan die onderwerpen ook weer niet en in de goede jaren zou het Philips-management ervoor hebben getekend.