Koffers vol krokodillenklauwen

Douanecontroles

Slangen, schildpadden en hagedissen: op Schiphol komt van alles langs bij de Voedsel- en Warenautoriteit. Veel mag niet verhandeld.

Foto ANP

Begin deze maand werden op Schiphol weer eens vier koffers onderschept, waarin 259 merendeels beschermde dieren gepropt zaten. Tien hadden de vlucht uit Mexico niet overleefd. De slangen, hagedissen en schildpadden waren op doorreis naar Spanje, waar ze zo’n 80.000 euro zouden hebben opgebracht.

Een maand eerder werd een man aangehouden met een box met veertig Zuid-Afrikaanse reptielen, marktwaarde 30.000 euro. Dit voorjaar bracht een reiziger krokodillenklauwen mee uit Thailand, voor in de soep.

Er komt van alles langs bij de inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit die op Schiphol de import en export van flora en fauna controleren. Stukken koraal, slagtanden, cactussen, schelpen van de Galapagoseilanden, insecten, papegaaien. Veel daarvan mag niet verhandeld worden, of alleen met de juiste douanepapieren uit het land van herkomst en met een stempel van CITES, de Conventie voor de Internationale Handel in Bedreigde Soorten.

Op hun driejaarlijkse conferentie worstelen de landen die bij CITES zijn aangesloten zich vanaf afgelopen zaterdag tot 5 oktober in Johannesburg door een lijst met 62 voorstellen over dieren en planten die extra bescherming nodig hebben, of die juist zonder verdere hulp afkunnen.

CITES beschermt nu ruim 35.000 soorten. De meeste staan in Appendix II, dat wil zeggen dat handel onder strikte voorwaarden is toegestaan. Een klein aantal valt onder Appendix III, meestal omdat individuele landen met hulp van CITES een soort in eigen land beter willen beschermen. En dan zijn er nog bijna duizend soorten in Appendix I, waarvoor geldt dat elke vorm van handel verboden is.

De stijgers en dalers in dieren- en plantenrijk, volgens de CITES-leden:

Zoals zo vaak in de voorbije decennia wordt de hoofdrol op de conferentie opgeëist door de olifant. 29 Afrikaanse landen willen alle Afrikaanse olifanten op Appendix I plaatsen. Nu staan ze in Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe op Appendix II, al mag ook van deze dieren ivoor niet verhandeld worden. Namibië en Zimbabwe willen juist de strenge restricties van Appendix II versoepelen.

Omdat het gesprek over de olifant steeds verzandt in debat over ivoor, heeft CITES een besluit over ivoorhandel uitgesteld tot volgend jaar. De vraag is of dat helpt. Namibië en Zimbabwe pleiten juist voor een versoepeling om in 2017 hun voorraad ivoor te kunnen verkopen. De groep van 29 wil juist alle voorraden vernietigen: een onderscheid tussen illegaal en legaal ivoor werkt stroperij in de hand.

De olifant spreekt, net als de neushoorn, tot de verbeelding, andere soorten hebben het zeker zo moeilijk. Zoals het Indische schubdier. In tien jaar zijn er zeker een miljoen verhandeld, vooral naar Azië, waar hun schubben worden gebruikt in medicijnen en het vlees een delicatesse is.

Ook de grijze roodstaartpapegaai, geliefd als huisdier omdat het heel goed is in het nabootsen van geluiden, verdient volgens betrokkenen een plaats op Appendix I. Sinds 1975 zijn er twee tot drie miljoen dieren gevangen. Op sommige plekken is de populatie 50 tot 90 procent gedaald. En dan zijn er ook nog de Algerijnse spar, de titicacakikker en de Cubaanse landslak. Op 5 oktober weten we wat hun lot is.