Column

Het Geheim van de Meester doet dingen die je nog zelden ziet op tv

Het kunstprogramma waarin schilderijen van Hollandse meesters worden gekopieerd is uitzonderlijk mooi gedraaid.

‘Kindje Kerkje Beestje’ (Karel Appel, 1949) in 'Het Geheim van de Meester' (AVRO-TROS)

Er zijn nog wel een paar hoekjes op televisie waar VPRO en NTR aandacht besteden aan kunst en cultuur, maar in principe is dat nu het alleenrecht van AVRO-TROS.

Een complete opera, een concert of een toneelregistratie, dat doen we niet meer bij de NPO. Alles moet breed toegankelijk en educatief zijn, maar vooral niet te veel inspanning van de kijker vergen. Vaak ligt de nadruk op het invoelbaar maken hoe moeilijk het is om kunst of muziek tot stand te brengen.

Voor een programma als Maestro, waarin BN’ers met elkaar strijden wie het best een dirigent kan nadoen, ben ik allergisch. Maar het vanuit dezelfde gedachte gemaakte Het Geheim van de Meester vind ik juist heel goed gelukt. Een team van experts onder leiding van Jasper Krabbé (van wiens kokette verschijning veel anderen weer op tilt slaan) probeert in elke aflevering een schilderij van een Hollandse meester in vijf weken te kopiëren. Zo worden geheimen van pasteuze verf (met een eitje erdoor), Frühsprung craquelure (kwestie van föhnen), de juiste mengeling van loodwit of zinkwit en andere ambachtelijke raadsels al doende ontrafeld.

Tekst gaat verder na de video

Een hoofdrol is weggelegd voor kopiïste Charlotte Caspers, die zich ook inleeft in het karakter van de schilder. Na Vermeer, Mondriaan en Rembrandt kreeg ze deze week de opdracht om Kindje Kerkje Beestje (1949) van Karel Appel na te maken. Samen met Krabbé bekijkt de frêle Caspers een levensgrote projectie van de film De Werkelijkheid van Karel Appel (Jan Vrijman, 1961) over een barbaar in barbaarse tijden: „Ik ga uit van de materie, en mijn materie is verf!”

Het lijkt godsonmogelijk om het spontane gevecht met dikke lagen olieverf, dat Appel zelf beschreef met de woorden „Ik rotzooi maar wat aan” exact na te doen. Maar als het eindresultaat naast het origineel in het Dordrechts Museum wordt gehangen, een momentje in de stijl van Sterren op het Doek (MAX), dan is de bewondering groot.

Het aardige van Het Geheim van de Meester is misschien wel dat de aandacht voor ambachtelijkheid en kwaliteit van de makelij zich ook uitstrekt tot het programma zelf. Dat is uitzonderlijk mooi gedraaid, gekadreerd en gemonteerd, zoals je het nog maar zelden ziet op televisie.

En, ik kan het niet helpen, ik word ontroerd door een experiment met jonge kinderen, die canvas en verf krijgen om naar eigen inzicht een kindje, een kerkje en een beestje te schilderen. Het grote publiek vond immers destijds dat het werk van de Cobragroep en van Appel in het bijzonder ook door hun kleine neefje gemaakt had kunnen worden.

Het resultaat van dit experiment is dat veel van die kinderen wel degelijk zichzelf, een kerk en een dier kunnen schilderen, zelfs in de trant van Appel, maar nooit allemaal tegelijk op een doek in een compositie waar over is nagedacht, al was het maar intuïtief. En dat is dus wel degelijk een nuttige vorm van kunsteducatie.