‘Kabinet-Rutte II voert niet het juiste begrotingsbeleid’

Interview Roel Beetsma en Bas Jacobs

Twee hoogleraren economie over investeren, bezuinigen en de begrotingsregels van Brussel.

Economen Foto Bram Budel

De economie groeit weer, de overheidsfinanciën zijn op orde, de werkloosheid daalt. En de begroting voor volgend jaar kreeg in de week van Prinsjesdag nauwelijks kritiek. Goed werk van minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) zou je zeggen.

De hoogleraren Bas Jacobs (Erasmus Universiteit Rotterdam) en Roel Beetsma (Universiteit van Amsterdam) zijn het oneens over het financiële beleid dat nu gevoerd moet worden. Blijven we zuinig doen of moeten we juist investeren? Maar ze zijn het over één ding wel eens: het kabinet Rutte II heeft niet het juiste begrotingsbeleid gevoerd.

De staatsschuld daalt, een begrotingsevenwicht ligt binnen handbereik. Blijkt uit zijn laatste begroting dat minister Dijsselbloem succesvol is geweest?

Roel Beetsma: „Het overheidstekort is flink teruggebracht, van ruim 5 procent in 2009 tot 1,1 procent dit jaar. Dat heeft hij inderdaad niet slecht gedaan. Daarbij maak ik twee kanttekeningen. Voor een groot deel komt dit door de opleving van de economische conjunctuur; daar is Nederland op meegelift. En het kabinet heeft het budget grotendeels langs de lastenkant op orde gebracht: de btw is omhoog gegaan naar 21 procent en er zijn nogal wat verborgen lastenverhogingen gekomen, zoals de assurantiebelasting. Dat heeft de economie allerminst geholpen. Het verhogen van verstorende belastingen hebben een negatief effect op economische groei. De sanering had veel meer langs de uitgavenkant moeten plaatsvinden.”

Bas Jacobs: „Dit is feitelijk niet correct. Er is tussen 2011 en 2017 voor 46 miljard euro omgebogen, waarvan voor 16 miljard aan lastenverzwaring en 30 miljard aan beperking van de uitgaven.”

Beetsma: „Toch vind ik dat bijvoorbeeld veel subsidies flink verlaagd hadden mogen worden en ook de op woningmarkt had nog wel wat steviger mogen worden ingegrepen. Een rapportcijfer? Nee, dat ga ik niet geven.”

En, mijnheer Jacobs, vindt u het begrotingsbeleid van dit kabinet geslaagd?

Jacobs: „Ook ik heb een gemengd beeld. Het heeft een flink aantal hervormingen doorgevoerd: op de woningmarkt en in de zorg, de AOW-leeftijd gaat sneller omhoog. Al deze hervormingen waren hard nodig.

„Maar de regering heeft volstrekt de verkeerde diagnose van de economische crisis gesteld. Het was een financiële crash: de huizenbezitters stonden onder water, de banken en pensioenfondsen raakten in problemen. Dat alles leidde tot een enorme vraaguitval, zowel bij particulieren als bedrijven. Door daar een ongekend pakket aan bezuinigingen en lastenverzwaring bovenop te gooien, heeft de overheid al sinds Rutte I onnodig schade aan de economie berokkend.

„Het saneren van de overheidsfinanciën stond steeds voorop, terwijl de hoge staatsschuld niet de oorzaak van de crisis was maar het gevolg.”

Hoe groot is de schade van al die maatregelen geweest?

Jacobs: „Dat we een dubbele dip in de economie hebben gekregen [na een korte opleving zakte de economie in 2010 weer in, red.] is voor een belangrijk deel terug te voeren tot het gevoerde begrotingsbeleid. Volgens de sommen van het CPB betekende dit sinds 2011 5 tot 6 procent minder economische groei en het scheelde een paar honderdduizend banen.”

Dus we hadden niet zo streng moeten bezuinigen?

Beetsma: „Men was terecht ongerust over de overheidsfinanciën en de kredietwaardigheid van Nederland op de financiële markten. Op Prinsjesdag 2008 had het kabinet een volstrekt verkeerde inschatting van de overheidsfinanciën; de dag ervoor was Lehman Brothers omgevallen. Toen het daarna hard achteruit ging met de staatsschuld, in eerste instantie vooral door de reddingsoperaties in de financiële sector, moest er wel iets gebeuren, ja. Nederland moest het goede voorbeeld geven, want wij hebben gezonde overheidsfinanciën en het naleven van de Europese begrotingsregels altijd zo belangrijk gevonden.”

Jacobs: „Het had zeker anders gekund. Als er wat minder zwaar was bezuinigd en wat meer was ingezet op het balansherstel van huishoudens, banken en de pensioenfondsen waren al die schulden teruggelopen. De trieste conclusie is: de schuldreductie is niet gelukt. De private schulden zijn hoger geworden en de overheidsschuld is nauwelijks gedaald. We zijn daarbij structureel ongeveer 10 procent aan bruto binnenlands product kwijtgeraakt, waarvan dus 5 tot 6 procentpunt op het conto van de overheid komt. Omgerekend is dat zo’n 40 miljard euro, waarop je 15 miljard aan belastinginkomsten kunt krijgen. Kortom: als we niks hadden gedaan was de begroting na drie jaar ook met 45 miljard verstevigd. Dan was het bezuinigingspakket van 2011-2017 niet nodig geweest.”

Moet Nederland de Brusselse begrotingsregels strikt blijven hanteren?

Beetsma: „Er zijn twee normen voor het begrotingstekort. Die van 3 procent voor het feitelijke tekort; daar voldoet Nederland aan. Maar het structurele tekort, gecorrigeerd voor conjuncturele schommelingen, ligt met 0,9 procent nog niet op de gewenste 0,5 procent. Dat is nodig om een onverwachte economische verslechtering te kunnen opvangen. We zullen dus nog maatregelen moeten nemen om daar op uit te komen. Het is goed om daarnaar te blijven streven.”

Jacobs: „Ik wil die begrotingsregels afschaffen. Voorwaarde is wel dat we de Europese bankenunie afmaken, want we moeten af van de dodelijke omhelzing tussen de financiële sector en overheden. Als overheden gewoon failliet kunnen gaan als ze er een potje van willen maken, heb je geen begrotingsregels meer nodig in de eurozone. En als de bankenunie functioneert, geeft dat niet langer een schokgolf in het financiële stelsel. Je geeft bovendien begrotingssoevereiniteit terug aan de lidstaten. Niet onbelangrijk gezien de opkomst van populistische anti-Europapartijen.”

Zou de staatsschuld terug moeten naar het niveau van voor de crisis?

Jacobs: „We hoeven het vermogen van de overheid niet geforceerd op te krikken. De Nederlandse overheid heeft altijd een nettovermogen gehad, geen nettoschuld: de bezittingen zijn groter dan de schulden. Denk aan de gasvoorraad, de kapitaalgoederen, en de staatsdeelnemingen. Daarnaast heeft de overheid een fiscale claim op de toekomstige pensioenen. Die is met ongeveer 420 miljard euro, zo’n beetje gelijk aan de staatsschuld van 440 miljard. Daarmee is de houdbaarheid van de overheidsfinanciën een feit – al jaren.

„Het begrotingstekort hoeft van mij evenmin per se maximaal 3 procent te zijn. Gemiddeld 3 procent voor een langere periode is prima. Ik zie de noodzaak tot het creëren van een begrotingsoverschot niet. Door het sparen voor de vergrijzing en de scherpere toezichtseisen voor financiële instellingen is er nu grote vraag naar veilige beleggingen, maar te weinig aanbod. De overheid moet daarin voorzien. De kans is bovendien aanwezig dat Nederland en Europa vastlopen in een moerassig stagnatiescenario met weinig groei, extreem lage rentes en inflatie. We hebben nu een tijdje overbesteding nodig om de inflatie aan te jagen en de rentes positief te krijgen zodat we het monetaire beleid kunnen normaliseren.”

Beetsma: „De staatsschuld loopt nu al terug naar 61 procent van het bbp. Aangezien we in een opgaande fase van de economie zitten, zal die schuld met een beetje geluk automatisch nog wel verder gaan dalen. Ik zie geen reden om de staatsschuld extra omlaag te gaan krijgen, maar laten we ervoor zorgen dat we onder de Europese norm van 60 procent komen te zitten. We zijn toch een beetje de hoeder van die begrotingsnormen.”

Mijnheer Beetsma, U pleitte in juli voor nog meer bezuinigingen door een volgend kabinet.

Beetsma: „We zullen nog steeds alle onderdelen van de overheidsfinanciën goed moeten doorlichten. Ik denk dat we nog veel kunnen besparen op de subsidies, op de huursector en in de gezondheidszorg. Daar zitten nog heel veel inefficiënties.”

Jacobs: „Dat zijn meer hervormingen dan bezuinigingen. Er is best grote consensus dat er nog veel moet gebeuren op de woningmarkt en ook op pensioengebied.”

Het kabinet zegt: nu het tekort is teruggedrongen is er weer ruimte voor investeringen. Terecht?

Beetsma: „Het kabinet hanteert het verkeerde principe. Nu de economie aantrekt wordt er, net als vorig jaar, lastenverlichting gegeven en koopkracht gerepareerd. Dat zal de economie op zich wel verder aanwakkeren. Maar dat zou je eigenlijk moeten doen op het moment dat de economie in een dip zit. Als je daar doorheen bent kun je weer restrictiever zijn – het zogeheten anti-cyclische begrotingsbeleid.

„Het heeft overigens niet zo veel zin om als land in je eentje de vraag te gaan stimuleren. Dat moet je Europees doen, want er is voor een kleine en open economie als die van Nederland altijd een weglekeffect: het geld dat in de economie wordt gestoken verdwijnt voor een substantieel deel naar het buitenland.

„De investeringen die het kabinet daarnaast wil doen moeten los staan van de conjunctuur. Die moet je doen omdat je verwacht dat de opbrengst, of dat nu financieel is of maatschappelijk, hoger is dan de kosten. Maar die investeringen zijn nodig om het groeipotentieel te vergroten, niet zozeer om de vraag te stimuleren.”

Jacobs: „Het is goed dat de overheid wil stimuleren. We kampen nog steeds met onderbesteding. De productiecapaciteit is groter dan de productie, de werkloosheid zit nog aanzienlijk boven de evenwichtswerkloosheid en de rentes van de Europese Centrale Bank staan op nul. Dan heeft, met hele lage inflatie, de economie de neiging om te stagneren. En blijven we zitten met een spaaroverschot. Als de ECB niets meer kan doen om die economie te stimuleren – het rente-instrument is uitgewerkt – moet de overheid het doen.

„Dat moet bij voorkeur met overheidsinvesteringen. Daar biedt de extreem lage rente weer een voordeel. Het maakt niet uit van welke school je bent – klassiek of Keynesiaans – als het zo goedkoop is om te lenen voor investeringen dan moet je dat doen.

„Het weglekeffect is voor Nederland overigens beperkt: van elke euro die we investeren geven we driekwart uit in Nederland. Het begrotingsbeleid is niet impotent.”

Waar moet het kabinet dan investeren?

Beetsma: „Ik denk vooral aan het onderwijs. Maar goed, wij hoogleraren…”

Jacobs: „,,zijn niet geheel belangeloos.”

Beetsma: „Maar het gaat mij om alle niveaus van onderwijs. Vroegonderwijs voor kleuters, de salarissen in het middelbaar onderwijs staan niet in verhouding tot wat de leraren moeten doen. Nederland heeft op dit gebied een kruideniersmentaliteit. De rendementen op onderwijs zijn echt hoog.”

Jacobs: „Behoorlijk hoog! Uit onderzoek blijkt voor elk jaar extra opleiding een inkomensstijging later van 8 procent. Met de rente van nul procent kan ik me niet meer goed voorstellen dat dit geen rendabele investering is.

„Daarnaast zou ik zeggen: stop nu geld in de energietransitie. Nederland is het vieste jongetje van de klas als het gaat om het aandeel duurzaam in de energievoorziening. En investeer in dijken en andere waterinfrastructuur. Nederland heeft immers last van klimaatverandering.”

Beetsma: „Ik heb de indruk dat we al behoorlijk veel in infrastructuur investeren, En op energiegebied vraag ik me af of investeringen in windmolens en elektrische auto’s wel zo veel zin hebben. We zouden vooral moeten inzetten op zonne-energie. Het klimaat verandert dus we krijgen ook hier veel meer zon.”