In Baskenland broeit nog de afscheiding

Baskenland

Na de jaren van bommen en terreur lokt Spaans Baskenland toeristen met een vriendelijker imago: voetbal, cultuur, pintxos. Maar onder het oppervlak gist het. Zondag zijn er verkiezingen. „Het is alsof ik in een enclave woon.”

fOTO AFP/ Ander Gillenea

Zeg Spaanse Burgeroorlog en je denkt aan het bloedbad van Guernica, vereeuwigd door Pablo Picasso en zojuist als Gernika verfilmd. Maar in Ochandiano, een dorpje in de bergen van Baskenland, beleefde het bombarderen van burgers een jaar eerder zijn première. Op 22 juli 1936 kwamen hier 61 mensen om bij de luchtaanval die generaal Francisco Franco had bevolen. Een bijna vergeten oorlogsdaad, maar niet in Otxandio, zoals het stadje in het Baskisch heet.

Iedereen verloor hier tachtig jaar geleden wel een familielid. Oude wonden gapen, bleek deze zomer bij de herdenking. „We mogen deze wrede, inhumane daad nooit vergeten”, zei Urtzi Armendariz, de burgemeester en lid van EH Bildu, een links-radicale partij die een onafhankelijk Baskenland nastreeft.

De meeste Basken hebben zich nooit neergelegd bij de overwinning van de nationalisten. Tijdens Franco’s dictatuur en de herstelde democratie erna bleven ze vechten voor afscheiding. De Baskische terreurorganisatie ETA zou in die tijd in Spanje 845 mensen doden, bij bomaanslagen, hinderlagen en sluipmoorden. Maar een zelfstandig Baskenland – liefst inclusief de regio Navarra en de Franse Basken aan de andere kant van de Pyreneeën – leverde het bloedvergieten niet op. Wel kreeg de regio vergaande autonomie binnen Spanje. Sinds het staakt-het-vuren van 2011 proberen separatisten via democratische weg volledige afscheiding af te dwingen.

Intussen werkt Baskenland met succes aan een nieuw imago. San Sebastián, Bilbao en Vitoria pronken met stranden, cultuur en de verfijnde tapas die hier pintxos heten. Voetbal is er religie. Athletic Bilbao, een elftal met louter Basken, strijdt in de Spaanse liga: een vreedzaam gevecht dat de nieuwe tijd symboliseert.

Maar het blijft onder de oppervlaktegisten. Hoezeer, dat kan blijken uit de uitslag van van de verkiezingen voor een nieuw regiobestuur, zondag.

Christenen

De gematigde, centrum-rechtse nationalisten van de PNV en de links-radicale EH Bildu zouden volgens de laatste peilingen samen meer dan 50 procent van de stemmen halen. De rest van de bevolking stemt op landelijke partijen als Podemos, PSOE, PP en Ciudadanos. Eén op de vier Basken wil afscheiding van Spanje.

Die wens lijkt wel nogal op de manier waarop christenen naar de hemel kijken, zegt de bekende filosoof Fernando Savater. „Een schitterende plek, maar er is geen haast om erheen te gaan.” Savater (69), uiterst kritisch op de ETA, stond jarenlang op hun dodenlijst. Nu is hij het gezicht van de Basken die zich wél met Spanje verbonden voelen. „Zolang de Spaanse grondwet wordt gerespecteerd, mag iedereen voor zijn eigen vrijheden opkomen”, zegt hij. „Er is dan ook helemaal niets op tegen om je Bask te voelen.”

Koikili Lertxundi (35) – historicus en voormalige linksback van Athletic Bilbao – runt nu een hotel in Otxandio. Hij blijft heilig geloven in een eigen staat. „Ik ben Bask. Het is voor mij alsof ik in een enclave in Spanje woon.”

Maar of het ooit zover komt? „In economisch opzicht maak ik me weinig zorgen over Baskenland”, zegt Lertxundi aan de ontbijttafel. „Ook ik profiteer van de stroom aan toeristen. Baskenland is een fantastisch gebied waar bergen en zee in elkaar overgaan. Het ligt bovendien op een zeer strategische plek. Maar daar zit ook het probleem. Spanje en Frankrijk zullen ons niet los willen laten.”

Vlakbij het hotel hangt een enorme poster die oproept tot betere rechten van ETA-gevangenen, die ver weg van hun familie in Spaanse cellen zitten. „Ik begrijp die actie wel”, zegt hij. „Mensen zijn daardoor dubbel gestraft. Dat was ooit een politiek besluit. Maar nu is er een democratisch proces gaande. Dan is het beter zoveel mogelijk te normaliseren.”

Guardia Civil

Maar Miguel Folguera is er helemaal niet zeker van dat de gewapende strijd definitief voorbij is. „País Vasco. Baskenland. Als ik dat hoor gaan al mijn haren recht overeind staan”, zegt de voormalig agent van de Guardia Civil, de Spaanse militaire politie. „Er is hier maar één land: Spanje.”

Van clementie voor ETA-gevangenen wil hij niets weten. „Nadat velen in 1977 amnestie hadden gekregen, zijn ze opnieuw gaan moorden. Ze hebben hun wapens nog altijd niet ingeleverd. Honderden zaken zijn nog onopgelost. Nabestaanden van slachtoffers willen weten waarom hun familieleden zijn vermoord.”

Op 17 mei 1987 lag Folguera als 18-jarige guardia civil te slapen toen bij het hoofdgebouw in Madrid een autobom ontplofte. Een 79-jarige huisvrouw kwam om. Maar „die bom was voor ons bedoeld”, zegt Folguera. „Ik zie het gebouw nog om ons neerstorten. Stemmen die schreeuwden dat we de lichten uit moesten laten. Zo’n aanslag vergeet je nooit meer. ”

Tal van Folguera’s collega’s zijn sindsdien gesneuveld. „Voordat je een auto in stapte controleerde je of er geen bom onder zat. Met angst en beven draaide je de sleutel om. Ze lieten de domkoppen de trekker overhalen. Zogenaamd voor de vrijheid van hun land. Ze schoten je in je rug en renden weg. Moeten we medelijden met deze lafaards hebben?”

Volgens Folguera leeft de geest van ETA nog altijd voort. Hij is ervan overtuigd op veel plekken van vrije verkiezingen geen sprake is. De druk om op Baskische partijen te stemmen is groot.”

Een referendum over de afscheiding van Baskenland is op dit moment niet aan de orde. De Spanjaarden verzetten zich daartegen met de grondwet in de hand. Folguera: „Stemmen over een vrij Baskenland? Prima. Maar dan moet je alle Spanjaarden om hun mening vragen. San Sebastián en Bilbao zijn net zo goed mijn steden.”

Eén ding staat al vast. Het politieke landschap in Baskenland zal totaal anders gekleurd zijn dan de rest van Spanje. Er zijn ook overeenkomsten. De Baskische nationalistische partijen zijn in meerdere opzichten elkaars tegenpolen. Alleen via het compromis kunnen ze een regering vormen. Aan de landelijke politiek kunnen ze beter geen voorbeeld nemen. Spanje zit al 278 dagen zonder regering.