Column

Ook in Nederland bestaat het sprookje van kleurenblindheid

Foto van de Week Arjen van Veelen schrijft wekelijks over een nieuwsfoto. Vandaag: de mars ‘ter viering van de veelkleurigheid van Nederland’.

Foto Jason Miczek/Reuters

Twee vrouwen omhelzen elkaar tijdens een protest tegen politiegeweld in Charlotte, North Carolina, afgelopen woensdag. Het oogwit is het eerste dat opvalt. De opengesperde angst.

De sjaal om de mond van de vrouw links zal niet helpen tegen traangas. Zijn dat trouwens witte engelenvleugels op haar rug? Zal ze nodig hebben, traangas ademen voelt als sterven.

De Robocop-agent met zijn gasmasker staart in de verte. Wie weet is hij ook bang, voor kogels uit de nachtelijke duisternis bijvoorbeeld.

Fotogeniek, zijn ze, de straatprotesten van de BlackLivesMatter-beweging. De mistbanken van het traangas, de lichtkegels uit helikopters, het rood en blauw van politielicht. Het zwart en het wit. Een dure musical, ja, maar deze foto laat zien dat het geen toneel is. Demonstreren is dirty work dat iemand maar moet durven.

Zondag gaan er in Amsterdam ook mensen de straat op, onder de noemer IEDER1. Het moet een parade worden tegen polarisatie. Acteur Nasrdin Dchar is één van de initiatiefnemers. Hij werd bekend toen hij een Gouden Kalf won. („Ik ben moslim en ik heb een fokking Gouden Kalf in mijn hand”, zei hij in zijn speech.) Sindsdien zag hij Nederland verharden, zegt hij: nog bozer, nog meer polarisatie.

Zijn parade is „geen protestmars, maar een viering van de veelkleurigheid van Nederland”. Vandaar de naam: IEDER1.

Kaboutermannetjes

Het stomme was dat die naam me meteen terugvoerde naar de oude DubbelFrisss-reclame, ‘Iedereen, DubbelFrisss’, waarmee een generatie is gehersenspoeld. Met dat kaboutermannetje met Surinaams accent die danstips geeft („Zoenen, Zoenen, maak me gék”). Dat soort stereotypen kunnen nu niet meer op tv, denk ik. Dankzij activisten, activisten die verdeeldheid zaaien.

De organisatoren van IEDER1 willen juist niet polariseren. Net als reclamemakers willen ze iedereen bereiken, voor elk moment van de dag. (De marketing-zweem wordt versterkt doordat de optocht gesponsord is door onder andere Ben & Jerry’s-ijs, supermarkt Marqt, en Hartog Volkoren.) ‘Iedereen’, wie kan daar tegen zijn?

Juist die positieve insteek maakte kritiek los. Bijvoorbeeld van filmmaker Beri Shalmashi: „Je doet een mooie wikkel om de pijn en maakt het tot iets zoets dat iedereen wel lust. Maar de waarheid is mij daarvoor toch te bitter.” Of van journalist Seada Nourhussen: „Verandering is geen feestje, je eist haar op. Met luide stem en opgeheven vuist.”

#AllLivesMatter

Er was nog iets waar de leus me aan deed denken. Toen drie jonge vrouwen drie jaar geleden de hashtag BlackLivesMatter bedachten, was de meest gehoorde repliek: „Maar álle levens doen er toch toe, AllLivesMatter!”. Dat ‘Iederéén telt mee’ lijkt iets waar je niet tegen kunt zijn, een waarheid als een koe, in theorie, maar het hele punt van BlackLivesMatter was nu juist, dat in praktíjk niet alle levens tellen.

Het probleem van IEDER1 is dat het een conflictvermijdende leus is. Net als AllLivesMatter. Kan een waarheid als een koe de mensen op de been brengen?

Op Facebook hebben zich vrijdag 3.000 mensen aangemeld voor IEDER1. Zelfs als die allemaal komen, is dat weinig, gezien de enorme publiciteit op tv. Gezien de oproep van de burgemeesters van Amsterdam, Den Haag en Rotterdam om mee te lopen (Rotterdam regelt zelfs touringcars). Gezien de steun van beroemdheden.

De BlackLivesMatter-beweging polariseert juist. Polarisatie is niet pe se verkeerd, ze legt bijvoorbeeld bloot dat Amerika geen post-raciale samenleving is, waar iedereen kleurenblind is.

Jeugdtrauma’s

Amerika is anders dan Nederland. Bij ons vallen gemiddeld ‘slechts’ drie doden door politiegeweld per jaar, bijvoorbeeld, in de VS drie doden elke dag. Maar ook in Nederland bestaat dat sprookje van kleurenblindheid.

Lees de interviews met de initiatiefnemers, ze vertellen over jeugdtrauma’s van opgroeien in Nederland waar je nog op je huidskleur wordt beoordeeld. Van binnen zijn ze boos, lijkt me, maar waarom verstoppen ze hun woede? Waarom ‘iedereen’, terwijl ze evident tégen bijvoorbeeld Wilders zijn, en tégen ‘pleur op’?

Misschien omdat de organisatoren, dertigers, opgroeiden met het enthousiasme van De Wereld Draait Door en het vind-ik-leuk-positivisme van Facebook. Of dat ze meer hunkeren naar vervoering dan naar verandering? De generatie na hen, de millennials, zijn al veel getergder.

„Eigenlijk wil ik gewoon ouderwets de straat op”, zei Dchar in Vrij Nederland (via Blendle). De straat op gaan is dirty work, anders is het een Nijmeegse Vierdaagse.