Hoop en optimisme, zelfs Wilders doet eraan mee

Algemene Beschouwingen Het is een oude campagnewet: wie optimisme uitstraalt, wint de verkiezingen. Welke partijleider slaagde daar afgelopen week het beste in?

Premier Mark Rutte in debat met Geert Wilders (PVV) en Alexander Pechtold (D66) tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. Bart Maat/ANP

De één wil „de stem” zijn van „mensen die wél vooruit willen, die zich afwenden van dat pessimisme en dat negativisme”.

De ander benadrukt dat we in Nederland „tot de wereldtop van de gelukkigste, de gezondste en de best opgeleide mensen ter wereld” behoren.

Een derde zegt dat hij als enige politicus „hoop en optimisme” predikt, „al twaalf jaar lang”.

Van wie deze uitspraken zijn? Mark Rutte, Alexander Pechtold en Geert Wilders, afgelopen week tijdens de Algemene Beschouwingen, het jaarlijkse debat over de begroting. Dat debat kon je zien als een generale repetitie voor de verkiezingscampagne van de komende maanden. Het ging over identiteit en over vrijheid, over de gezondheidszorg en wie die moet betalen.

Lees hier meer over dag 1 en dag 2 van de Algemene Politieke Beschouwingen.

Gemene deler, ondanks alle verschillen, was dat bijna alle partijen met precies zo’n boodschap van hoop en optimisme kwamen als Rutte, Wilders en Pechtold. Neem Jesse Klaver (GroenLinks), die zijn hele campagne om een Obama-achtige boodschap van ‘hoop’ heen bouwt: „Het bruist in ons land, het kán anders.”

Campagnewet

Je zag hier de fractievoorzitters de simpelste campagnewet in praktijk brengen, zegt Jan Schinkelshoek, oud-spindoctor van het CDA: „Als je optimisme uitstraalt, win je verkiezingen.” Stem op mij, dan wordt het beter. „Je wilt je kiezer toch niet gedesoriënteerd, verwilderd en verweesd achterlaten?”

Logisch dat politici zo’n boodschap van hoop communiceren, zegt ook socioloog Eefje Steenvoorden van de Erasmus Universiteit. Zij promoveerde op maatschappelijk pessimisme.

„Politici bieden een alternatief voor de samenleving van nu. Ze moeten een verhaal hebben over wat anders kan en moet. Waarom zou je anders op ze stemmen?”

De werkelijke aantrekkingskracht zit volgens Steenvoorden niet alleen in het communiceren van hoop, maar in het beeld dat een partij vervolgens van Nederland schetst. Zo biedt Geert Wilders (PVV) duidelijk een alternatief toekomstperspectief waarin veel verandert, namelijk terug naar hoe het vroeger was. „Terug naar de gulden, de grenzen dicht, geen islam meer. Bij gevestigde partijen zijn de verschillen tussen hun toekomstbeeld en het nu veel kleiner.” Wie negatief is over de samenleving wil graag dat er veel verandert en stemt dus op een partij die extreme verschillen te bieden heeft.

Die ‘negatievelingen’ zijn electoraal aantrekkelijk. Ze zijn met meer. Uit onderzoeken sinds 2008 blijkt dat ongeveer tweederde van de Nederlanders pessimistisch is over de maatschappij. Vaak zijn dit mensen van middelbare leeftijd met lage opleiding en inkomen, die zichzelf weinig controle over hun leven toedichten.

PVV- en SP-stemmers zijn uitgesproken pessimistisch, schrijft Steenvoorden in haar onderzoek. Kiezers van de VVD, D66 en GroenLinks zijn juist positief aangelegd. CDA en PvdA zitten ergens daartussenin en hebben een gemengde achterban. Precies daarom, zeggen ze bij het CDA, is Sybrand van Haersma Buma voorzichtig met al te veel juichverhalen. De christen-democraten richten zich op de gemiddelde Nederlander. En die, staat in bijna elk rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau, is op dit moment helemaal niet optimistisch.

Cosmetische truc

De boodschap van hoop en optimisme is ook vaak een cosmetische truc, meer beeld dan werkelijkheid. Geen partij die dat zal toegeven. Alleen: optimisme valt bij VVD en D66 veel meer samen met het karakter van de partij en de achterban dan bij de PVV. Geert Wilders noemde een van zijn verkiezingsprogramma’s eens De agenda van hoop en optimisme. Maar in debatten schetst hij doorgaans een gitzwart beeld. Nederland is „een doodziek land”, zei hij deze week.

Premier Rutte geldt in Den Haag als kampioen optimisme: man en boodschap vallen volledig samen. Dat beeld, weten ze bij de oppositie, gaan ze nooit de wereld uit helpen. Dus probeerden de fractievoorzitters deze week de aandacht te verleggen naar Ruttes betrouwbaarheid. Hun boodschap: mooi, al dat optimisme, maar wat heb je eraan als de premier zijn beloftes niet nakomt?

De VVD stelt daar een eigen tactiek tegenover: probeer de collega-optimisten pootje te lichten. Fractieleider Halbe Zijlstra onderbrak een betoog van Jesse Klaver (GroenLinks) over ongelijkheid in Nederland. Wordt het nog „een beetje vrolijk”, wilde Zijlstra weten, want hij werd „ een beetje depressief” van deze tekst. „Ik zou tegen de heer Klaver willen zeggen: houd daar eens mee op en praat nou eens écht over hoop en optimisme.”