Het Groene Geluk: opgediend en meteen weer doodgekookt

Nog lekker een gekookt eitje gegeten vanochtend, of toch liever niet „de menstruatie van een kip” op uw bord? NRC belandde deze week in een orkaan van woede over het lunchinterview van Rinskje Koelewijn in Lux met diëtisten Tessa Moorman en Merel von Carlsberg, oprichters van ‘The Green Happiness’ (‘Ik dacht dat we gezond aten’, 17 september). De vrouwen hebben 200.000 volgers, maar ook critici die vinden dat hun veganistische menu neerkomt op ondervoeding.

Hoe kón de krant die onzin publiceren, loeide het dus op Twitter („kritiekloos interview”), in voedselblogs (Koken met Karin: Green Happiness of lulkoek?) en in lezersbrieven.

En het begon nog zo goed.

Althans, het aantal gelezen minuten op nrc.nl schoot maandag dwars door het miljoen, „met dank aan het veelbesproken Green Happiness-interview”, noteerde een redacteur van de NRC-Lezersdesk dinsdagochtend nog monter. Het stuk voerde onverbiddelijk de top-25 van best gelezen stukken aan.

Toen had de schrik al toegeslagen, of zelfs de paniek. De hoofdredacteur was – niet als enige – woedend. Hij overwoog zelfs het interview offline te halen, wat uiteindelijk, terecht, niet gebeurde.

Maandag verscheen online wél, middenin het artikel, een grijs alarmblokje met een ‘update’ (een term die doorgaans gebruikt wordt bij nieuws heet van de naald): „Wetenschapsredacteur Hester van Santen noemt The Green Happiness in haar voedselcolumn „het zoveelste commerciële dieetsucces dat drijft op angst van vooral vrouwen voor normale voeding”.

Die column kwam maandag vervroegd online en verscheen woensdag in nrc.next (Ze maken ons bang voor een gekookt ei, 21/9; in NRC H 22/9). Een vooral relativerend stukje over het recente boek van het duo. Van Santen concludeert onderkoeld dat je „ten onrechte de indruk zou kunnen krijgen dat er gevaar schuilt in een gekookt eitje en een boterham met pindakaas”.

Een dag later wordt de kritiek er daverend in gehamerd in een vervolgstuk waarin diëtisten – zónder weerwoord van de vrouwen – het groene geluk aan stukken scheuren. Er blijkt een klacht tegen hen te zijn ingediend (al voor het interview) bij de Vereniging van Diëtisten (Hippe voedselgoeroe is ‘suffe’ diëtist een gruwel, 22/9).

Een kader bij dat stuk spreekt van „een hevige discussie”. Verwezen wordt naar de brievenpagina, waar zeven kinderartsen en een diëtist de kritiek nog eens dunnetjes overdoen. Betreurenswaardig, vinden zij, dat NRC deze vrouwen een „podium geeft” zonder een kritisch tegengeluid.

Maar dat tegengeluid kwam er dus, achteraf – en hoe. Zoals de passagier op de Titanic die om een ijsklontje vroeg.

Een lezeres die het interview „met stijgende verbazing” had gelezen, vindt dat nu ook weer overdreven en zelfs „niet integer”. Zij schrijft: „Of je legt deze dames direct het vuur aan de schenen (of de eindredactie let voortaan wat beter op) of je accepteert dat het katern voor vrolijke onderwerpjes is en wacht tot de storm is overgewaaid.”

De krant had het tweetal in elk geval weerwoord moeten bieden, vind ik. Ja, ze waren zaterdag al uitgebreid aan het woord geweest – maar dat was voordat het deksel van de pan vloog.

Auteur Koelewijn verdedigt het stuk intussen – het geeft weer wat deze vrouwen vinden, toch niet dat NRC dat óók vindt? – maar erkent dat ze onvoldoende heeft beseft hoe explosief het onderwerp voedsel is. Voeding is geen luchtig onderwerp meer, het is oorlog.

En, zegt ze, ook dat de tongue in cheek toon waarmee ze haar distantie tot de vrouwen duidelijk dacht te maken („Ze vertellen alleen wat je diep van binnen al wist”), kennelijk niet overkwam. Al kreeg ze ook een compliment van een lezer die het stuk „bulderend” had uitgelezen. Met een of twee expliciet kritische alinea’s had de shitstorm kunnen worden voorkomen, denkt zij.

Dat laatste betwijfel ik. Ik denk dat hier vooral het verkeerde genre is gekozen voor een goed onderwerp.

In Koelewijns lunchrubriek praten gasten over zichzelf, hun leven en opvattingen. Maar die context, van een informeel of ten minste aardig gesprek, is niet geschikt om twee diëtisten uitgebreid een radicale, blijkbaar omstreden voedingstheorie te laten verkondigen. Dan verwacht je inderdaad ook, zoals die kinderartsen schreven, een degelijke recensie erbij, of een wetenschappelijk kader. Als lezer, dolend door het eigentijdse labyrint aan eet-adviezen, wil je ook antwoord op de vraag ‘maar sláát dit ergens op?’. Een lichte dressing van ironie alleen is dan niet voldoende.

Daar komt bij dat NRC zelf artikelen online nadrukkelijk promoot als losse stukken op sociale media – waar dit stuk in razend tempo werd gedeeld. Dan gaat, onvermijdelijk, de knipoog-context van een lifestyle-bijlage verloren.

De ondergang van het journalistieke Avondland is dit nu ook weer niet. Les lijkt me wel: denk na wat je wilt met een onderwerp, is het iets om luchtig neer te zetten of juist grondig uit te zoeken? In plaats daarvan werd het hollen of stilstaan; eerst een stuk à la tongue in cheek opdienen, daarna alle bacteriën erin met tierischer Ernst doodkoken.

Niet voor het eerst, trouwens. Eind mei bracht nrc.nl al eens een leuk stuk over een Youtube-filmpje dat liet zien wat er met de aarde zou gebeuren als alle mensen in één klap verdwijnen. Ook dat trok enorm bezoek naar de site – de auteur won er de ‘champagneprijs’ mee, een ludieke interne beloning.

Maar sloeg het filmpje ook ergens op? Een week later beoordeelde de redactie Wetenschap zeven beweringen uit het fimpje keihard als ‘onwaar’ en maar drie als ‘waar’ („Na driehonderd jaar zijn de walvissen terug op volle sterkte”).

Nu kun je zeggen: dat is mooi twee keer bingo. Aan de andere kant, zou het geen goed idee zijn zoiets eerst te checken en dan pas te promoten?

Ik voel dat geloof ik, ergens, zoals de dames zeggen, „diep van binnen”.

Reacties: ombudsman@nrc.nl