Handelsverdrag met Canada is nabij

CETA

EU-lidstaten hebben een reddingsplan voor handelsverdrag CETA. Wel de lusten, nog even niet de lasten. Canada is akkoord.

Foto Eric Vidal/Reuters

Het redden van de Europese handelspolitiek: dat is de niet geringe inzet van de vergadering die Europese handelsministers deze vrijdag houden in Bratislava. En grote kans dat het lukt. Met dank aan de Canadezen. Handel zit compleet in het verdomhoekje.

Zaterdag betoogden tienduizenden mensen in Duitsland tegen TTIP, het handelsverdrag waarover met de VS wordt onderhandeld, en CETA, een soortgelijk verdrag met Canada dat bijna rond is. Zij vrezen voor lagere standaarden op het gebied van arbeid, milieu en rechtspraak.

Dinsdag volgde een mars in Brussel en werd voor de poorten van de EU-instituties een reusachtig Trojaans paard afgeleverd. Want zo zien tegenstanders CETA: als opmaat naar het nog veel meer omstreden TTIP.

Toch is de kans groot dat het verdrag met Canada gewoon wordt ondertekend, op 27 oktober, tijdens een top met dat land in Brussel. In overleg met de Commissie bedachten EU-lidstaten afgelopen maanden een plan om CETA te redden. Omstreden delen zullen pas later, misschien véél later in werking treden, terwijl voordelen, zoals het schrappen van handelstarieven, direct voelbaar worden. Wel de lusten, nog even niet de lasten. Mogelijk net genoeg om critici de wind uit de zeilen te halen. Canada is akkoord, blijkt uit gelekte notulen van vergaderingen in Brussel.

Buiten de rechtsgang om

Vrijdag bespreken de ministers welke onderdelen op de lange baan worden geschoven. Volgens de notulen gaat het onder meer om de fel bekritiseerde ‘investeringsbescherming’, waarmee staten buiten de gewone rechtsgang door bedrijven kunnen worden aangeklaagd. „Je kunt doen alsof de walvis een kolibrie is geworden”, zegt Europarlementariër Anne-Marie Mineur (SP). „Maar CETA is nog steeds een walvis. Canada denkt echt anders over hormoonvlees en genetisch gemodificeerde gewassen. Ik blijf erbij dat we een hoop ellende binnenhalen.”

Is CETA de opmaat voor TTIP? Dat valt nog te bezien. De onderhandelingen met de Amerikanen verlopen uiterst moeizaam. Over voor Europa juist cruciale zaken, zoals de erkenning van geografische benamingen van producten (parmaham, fetakaas), wordt nauwelijks vooruitgang geboekt. De presidentsverkiezingen in de VS zorgen voor extra onzekerheid. In landen als Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk wordt openlijk gespeculeerd over het inlassen van een pauze in de onderhandelingen.

Maar voor CETA willen vrijwel alle lidstaten nog wel een lans breken. Sigmar Gabriel, de Duitse minister van Economische Zaken en leider van de Duitse sociaal-democraten, wist zijn SPD deze week achter het handelsakkoord met Canada te krijgen – opmerkelijk, omdat diezelfde Gabriel uitermate kritisch is over TTIP.

In Oostenrijk is de race nog niet gelopen: de sociaal-democratische SPÖ hield een enquête onder haar leden, hoewel maar 7 procent reageerde was de uitkomst duidelijk: 88 procent is tegen een voorlopige of gedeeltelijke inwerkingtreding van CETA.

En dan is er nog Wallonië (3,5 miljoen inwoners), waar het parlement in opstand is gekomen tegen het verdrag. „Als we regio’s en subregio’s gaan laten meebeslissen, dan zijn we echt heel ver van huis”, verzuchtte de Oostenrijker Markus Beyrer, van de machtige lobbyorganisatie Business Europe, deze week in Brussel. tegenover journalisten.

Hoe dan ook: nu het grote Duitsland om is, is de kans dat CETA er ook echt komt fors toegenomen. „Dank je, Duitsland”, zei de Canadese handelsminister Chrystia Freeland deze week niet voor niets, tijdens een tour door Europa om CETA aan de man te brengen.

In principe sluit de Europese Commissie verdragen en worden deze gekeurd door het Europees Parlement. Maar Brussel koos er in mei voor om nationale parlementen mee te laten beslissen, gezien de gevoelige materie. Dat lijkt riskant, maar eigenlijk is het heel slim: CETA kan in afwachting van dat ratificatieproces al wel gedeeltelijk, op voorlopige basis, in werking treden. Dat is nu het geval met het dit jaar door de Nederlandse kiezer afgewezen associatieverdrag met Oekraïne. Hier staat geen tijdslimiet op. Een verdrag kan in theorie tientallen jaren ‘voorlopig’ van kracht zijn.

Veel van de woede richt zich op ISDS: investor-state dispute settlement, de omstreden arbitrage die kan leiden tot miljardenclaims tegen staten. Na een lang, uitzichtloos achterhoedegevecht kwam de Europese Commissie vorig jaar met een nieuwe versie hiervan: het investment court system (ICS), een ditmaal openbaar arbitragehof.

De Canadezen hebben die hervorming, anders dan de Amerikanen, niet alleen omarmd, ze lijken er vrede mee te hebben als dit onderdeel niet meteen van kracht wordt.

Handelspolitiek op een kruispunt

De logica achter deze strategie: ervoor zorgen dat CETA in ieder geval gewoon begint, zodat ‘op de grond’ nieuwe, hopelijk gunstige feiten worden gecreëerd. Wie kan er nog tegen handelsverdragen zijn als CETA niet het monster blijkt te zijn dat iedereen ervan maakt, maar zorgt voor de beloofde extra economische activiteit en werkgelegenheid? Lidstaten en de Europese Commissie zien CETA als een kwestie van overwinteren in antiglobalistische tijden. In de gelekte notulen stellen ze bezorgd vast dat de Europese handelspolitiek zich op „een kruispunt” bevindt.

Des te meer omdat Canada cultureel en sociaal-economisch nader tot Europa staat dan de VS, zeker nu het geleid wordt door de liberale Justin Trudeau. Als Brussel zelfs met zo’n land geen akkoord kan sluiten, met wie dan nog wel? „We delen dezelfde waarden”, zei Freeland deze week. „Je kunt vinden dat deze afspraken helemaal fout zijn, ze opzeggen en muren bouwen, maar dat is precies wat rechtse partijen in de meeste geïndustrialiseerde landen willen.”