Column

Halfgod

Peter Sagan koerst zoals Frank Sinatra zingt: grootmeester van timing. Zijn twee etappezeges in de Eneco Tour waren tot op de seconde uitgerekend. Positie kiezen, aanzetten, met een jump de meet over. En altijd in zijn eentje. Tinkoff beschikt niet over geolied treintjesvolk.

De dominantie van de wereldkampioen is interplanetair. Sinds jaar en dag houden wielerfilosofen vol dat er een vloek rust op de regenboogtrui. De wereldkampioen kwakkelt het nieuwe seizoen door, is het vooroordeel. Met Sagan lijkt het omgekeerd: hij heeft als wereldkampioen zijn beste seizoen gereden. Het lijstje van overwinningen is Merckxiaans: Gent-Wevelgem, Ronde van Vlaanderen, twee etappes in Californië, twee in Zwitserland, drie in de Tour en de groene puntentrui, de GP van Quebec, het EK in Plumelec, veelvraat in de Eneco Tour. Daarnaast vluchtkoning in ontsnappingen.

De krachtpatserij van de Slowaak is reeds in alle talen bezongen. Zijn gekartelde humor is ook bekend. Wat blijft verrassen, is zijn plezier op de fiets. Ik ken geen renner die zo intens geniet van koersen. De fiets als werkinstrument is overvleugeld door de fiets als geluksmodel. Tussen zadel en klikpedaal ontvouwt een man zich als een kind in de snoepwinkel. Koersen is spelen. Hij fluit zich door etappewedstrijden en klassiekers heen. Na de wedstrijd ligt hij niet voor dood te hijgen – hij bricoleert grapjes.

Peter Sagan is een fenomeen.

Ni Dieu ni maître, zo fietst en spreekt hij. Ongeremd, niet gehinderd door schroom voor het curiosum. Hij mag graag halve wijsheden debiteren die voor peloton en fans als chinees klinken. Dan weer schampt hij oorlog en vrede, kunst en muziek, liefde en geluk. Het lijken vaak verloren zinnetjes, tussen neus en lippen.

Na zijn etappezege in Ardooie zei hij out of the blue dat hij nog niet beslist heeft over deelname aan het WK in Qatar. De volgende dag werd hij teruggefloten door de ploegleiding, maar zijn uitspraak was een statement aan de rand van protest. Sprak hij namens de uitgebuite gastarbeiders? Was het een klacht tegen het stuitende exhibitionisme van rijkdom? Of wou hij afrekenen met de kadaverdiscipline van de UCI? Als Sagan iets zegt, is het nooit helemaal gratuit.

In de Eneco Tour klopte hij ras-sprinter André Greipel. Met een banddikte. Ik heb weinig wereldkampioenen gekend die zich in een veredelde kermiskoers zorgen maakten om een banddikte. Maar Sagan wil alles winnen, de status van de wedstrijd doet er niet toe. Hij is een liefdesgek van de fiets: koersen is copuleren.

Die drift kom ik bij weinig Nederlanders tegen. Er is sprake van een reveil, dat wel, maar het absolutisme vertoont gaten. De dood of de gladiolen is (nog) niet het mantra van Nederlandse renners. Robert Gesink misschien uitgezonderd.

Heeft iemand nog iets gehoord van Niki Terpstra? De ex-winnaar van Parijs-Roubaix lijkt verduisterd in de anonimiteit. Je mag je afvragen wat hij in Qatar te zoeken heeft? Dat hij in waaiers kan rijden, is wel een heel schrale selectiebasis.

De enige renner die Peter Sagan benadert in koersliefde is Greg Van Avermaet. Ook hij met een grote motor, maar toch iets minder strategisch geslepen. Eigenlijk is de uittredende wereldkampioen met niemand te vergelijken. Niet qua koersintelligentie, niet qua temperament.

Halfgod.

Quintana en Froome zijn completere ronderenners, maar zet ze op een podium naast Sagan en ze verschilferen tot roos op de schouder van de Slovaak. Uitstraling ver onder het vriespunt.

De UCI mag op de knieën gaan voor deze charismaticus. Een betere ambassadeur heeft het wielrennen in jaren niet gehad.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.