Door deze verzekeringsfraudeurs betaal jij een hogere premie

Verzekeringsfraude

Veel mensen claimen nét iets meer gestolen spullen of schade dan ze echt hadden. Verzekeraars gaan dat nu beboeten.

Illustratie XF&M

Een vrouw rijdt achteruit in haar Fiat cabrio en ramt een paaltje. „Nu app ik schade”, roept ze vrolijk. Ze stuurt een foto via WhatsApp naar haar verzekeraar, die meteen antwoordt: we gaan ermee aan de slag! Nog net geen smiley erbij. Zo makkelijk is het, althans, volgens de televisiereclame van FBTO. Maar zo makkelijk is het ook om er misbruik van te maken.

Vorige maand kondigde het Verbond van Verzekeraars aan 532 euro in rekening te gaan brengen bij klanten die worden betrapt op verzekeringsfraude. De maatregel is bedoeld als schadevergoeding voor de gemaakte onderzoekskosten en om potentiële fraudeurs af te schrikken.

Het aantal zaken waarin fraude wordt vastgesteld neemt volgens het Verbond ieder jaar met een paar procent toe. Dankzij de digitalisering – denk aan apps waarmee je schade kunt melden en het uploaden van (digitaal bewerkt) bewijsmateriaal – is verzekeringsfraude laagdrempeliger dan ooit. Vanachter een beeldscherm lijkt een kleine verdraaiing van de werkelijkheid een stuk onschuldiger dan aan de balie van een verzekeringskantoor.

Samen hebben verzekeraars zo’n 400 fraudecoördinatoren in dienst die zich fulltime bezighouden met het opsporen van fraude. Vorig jaar onderzochten ze ruim 30.000 potentiële fraudegevallen. In ruim 8.000 zaken werd daadwerkelijk fraude geconstateerd, voor een totaalbedrag van 79 miljoen euro, blijkt uit cijfers van het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit (CBV). Maar dat is slechts het topje van de ijsberg. „Het daadwerkelijke bedrag waarvoor wordt gefraudeerd ligt veel hoger”, zegt een woordvoerder van het Verbond. „Een schatting van 600 miljoen euro per jaar is niet gek.”

Bekijk hier de televisiereclame van FBTO. Tekst gaat verder onder de video.

Premie hoger door fraude

De boetemaatregel moet de fraudeproblematiek nog meer onder de aandacht te brengen. De woordvoerder: „Vroeger werd gedacht dat dit mensen juist ertoe zou aanzetten, dat je het beter kon verzwijgen. Maar fraude mag gewoon niet, daar moeten we duidelijk over zijn. Je bent strafbaar en je benadeelt anderen.”

Volgens het Verbond betalen verzekerden dankzij deze fraudeurs jaarlijks tot honderd euro meer premie dan nodig.

Vooral gelegenheidsfraudeurs moeten door de schadevergoeding worden afgeschrikt. Niet de professionele fraudeurs (die worden via de strafrechtelijke weg aangepakt), maar de ‘gewone’ mensen die de verleiding niet kunnen weerstaan. Zij geven bij een inbraak net iets meer gestolen spullen op dan ze missen, of zeggen dat een bank twee jaar oud was in plaats van tien. Of ze claimen bij een aanrijding ook de deuken waar ze al jaren mee rondrijden.

Ook de oorzaak van de schade wordt nogal eens aangepast om toch onder de dekking te vallen. Het Verbond noemt een voorbeeld van een verzekerde die bij zijn tussenpersoon waterschade aan zijn laptop claimde. Zijn kat had erop geplast. Toen bleek dat dit niet gedekt was, probeerde hij het nog eens bij de verzekeraar zelf met het verhaal dat er een glas water overheen was gegaan. Zonder succes.

Zwarte lijst

De vordering wordt geïnd door de ServiceOrganisatie Directe Aansprakelijkstelling (SODA) en is officieel geen boete, maar een aansprakelijkstelling. Een verzoek om de schade te vergoeden. Fraudeurs kunnen de brief naast zich neerleggen en een oordeel van de rechter afwachten. Volgende week worden de eerste brieven verstuurd. „We verwachten zo’n zevenduizend fraudezaken in rekening te brengen”, zegt een woordvoerder van SODA. „Alleen de gevallen waarin de opzet tot misleiding echt is aangetoond.”

In dat geval volgt vaak ook royement en soms zelfs registratie in het extern verwijzingsregister: de zwarte lijst. Eén op de drie fraudeurs komt op deze lijst terecht, afhankelijk van de ernst van de zaak. „Een verzekeraar zal bij een vermoeden van fraude eerst doorvragen: was die bank echt twee jaar oud, heeft u zich niet vergist? Blijft iemand moedwillig ontkennen, heeft iemand het al vaker geprobeerd of zijn er echt facturen vervalst, dan word je voor maximaal acht jaar geregistreerd”, verklaart de woordvoerder van het Verbond. Vorig jaar stonden er 17.500 mensen op de lijst.

Dat betekent niet dat je je nergens meer kunt verzekeren, maar verzekeraars zullen wel andere voorwaarden stellen of een hogere premie berekenen. En iedere claim die je daarna nog indient, ligt onder een vergrootglas.

Het digitale tijdperk biedt voor de verzekeraar ook voordelen. Gegevens uit interne en externe databanken kunnen met elkaar worden gecombineerd om een beter beeld te krijgen van een verzekerde. Het CBV heeft een incidentendatabank en registreert trends in claimgedrag. En in de registers van het Centraal Informatie Systeem is terug te vinden wie er geroyeerd is geweest, op de zwarte lijst staat of een ontzegging van zijn rijbevoegdheid heeft. Maar ook alle schademeldingen staan erin, gehonoreerd of niet. Van iedere verzekerde is precies terug te vinden hoe vaak en onder welke verzekering er is geclaimd.

Snoepwinkel voor verzekeraars

„Iedere polisaanvraag en iedere schadeclaim gaat standaard langs deze systemen”, zegt Peter Kopp, manager Veiligheidszaken bij verzekeraar Univé. Zijn afdeling bestaat uit twintig mensen, die samen zo’n drieduizend fraudedossiers per jaar behandelen. „Daarnaast is het internet voor ons natuurlijk ook een snoepwinkel. Het Kadaster en de Kamer van Koophandel, maar ook gewoon zoekresultaten via Google leveren vaak interessante informatie op.”

Zo noemt het Verbond een geval waarin een verzekerde op Facebook een advertentie plaatste met de tekst: „Gezocht: factuur van een televisie, niet ouder dan een half jaar.” Hij was bereid ervoor te betalen en had al vijf reacties op zijn oproep gekregen. De verzekeraar hoefde alleen maar af te wachten tot de valse claim werd ingediend.

Als de fraudecoördinatoren het niet vertrouwen, wordt er een onderzoek gestart. Bij de afdeling van Kopp werken vier onderzoekers; rechercheurs met jarenlange politie-ervaring. Zij doen buurtonderzoek, controleren nota’s en interviewen betrokkenen met behulp van speciale interviewtechnieken en tactieken.

Uiteindelijk komt het aan op de juiste weging van informatie. Wanneer is iets verdacht? „Er zijn hele studies gedaan naar het profiel van een fraudeur, maar dat is zo breed”, zegt Kopp. „Je neemt een beslissing op basis van ervaring, een onderbuikgevoel en de meldingen die binnenkomen uit de databanken. Soms in combinatie met tips van de politie en anonieme tiplijnen.”