Eindelijk staan Trump en Clinton tegenover elkaar

Presidentsverkiezingen VS

Maandag treffen Hillary Clinton en Donald Trump elkaar voor het eerst in een tv-debat. Hoe liggen de kansen?

Presidentskandidaten Richard Nixon (links) en John F. Kennedy in 1960 aan het slot van hun vierde televisiedebat Foto Pictorial Parade/ Getty Images

Hillary Clinton heeft al haar publieke optredens deze week afgezegd. Ze zit thuis, in Chappaqua, New York. Daar heeft ze zich omringd met haar naaste adviseurs, haar woordvoerders, echtgenoot Bill en een geheim gehouden Donald Trump-imitator. En maar lezen, praten en repeteren. „Ik ga mijn huiswerk doen”, zei ze.

Donald Trump heeft een drukke week. Hij handhaaft zijn gebruikelijke routine van optredens voor grote zalen en interviews met bevriende media. Voor hem geen voorbereiding, laat staan generale repetities met een imitatie-Clinton. Trump zei : „Ik ken mensen die zich zo intensief op een optreden voorbereiden, dat er op het podium geen woord meer uitkomt. Je moet jezelf zijn.”

Het eerste debat tussen de twee presidentskandidaten op Hofstra University in New York, maandag om 3 uur ’s nachts Nederlandse tijd, is de Super Bowl van de Amerikaanse politiek. In 2012, tijdens het eerste tv-debat tussen president Barack Obama en de Republikein Mitt Romney, keken 67 miljoen Amerikanen. Dit jaar wordt op honderd miljoen kijkers gerekend. Het wordt immers de eerste keer dat Donald Trump en Hillary Clinton elkaar tijdens deze verkiezingscampagne in de ogen kijken. En dat belooft, Trump kennende, een spektakel te worden.

In de dagen voorafgaand aan dit eerste debat is alles nieuws. Beide partijen onderhandelen met de Commission on Presidential Debates, de neutrale organisator van het debat. Hoe hoog moeten de katheders staan? Welke belichting wordt gebruikt? Mag gespreksleider Lester Holt fouten corrigeren?

Deskundigen leggen eindeloos uit dat na maandag de presidentsverkiezingen er helemaal anders uit kunnen zien. Een tv-debat, is de consensus, kan een ‘game changer’ zijn. Zeker in een jaar met twee historisch impopulaire kandidaten, en een veel groter percentage zwevende kiezers dan bij voorgaande verkiezingen.

Alles telt: de favoriet die een fout maakt, de kandidaat die een briljant punt maakt, een onverwachte botsing. Had John F. Kennedy niet in 1960 verrassend de verkiezingen van Richard Nixon gewonnen na het eerste, legendarische tv-debat in de Amerikaanse geschiedenis?

De verwachtingen zijn zo hoog, dat niemand het feestje lijkt te willen bederven. „Maar in werkelijkheid”, zegt schrijver en wetenschapper Alan Schroeder, „is een debat niet veel meer dan een tv-ritueel. Amerikanen houden van zulke vaste componenten bij grote gebeurtenissen. Het hoort erbij.”

Het tv-debat is voor een verkiezing wat de halftime show is bij de Super Bowl: iedereen weet dat het komt en gaat er voor zitten. Maar van grote invloed? Welnee.

Anders denken

Alan Schroeder is hoogleraar Journalistiek aan Northeastern University in Boston, en schreef een boek over de geschiedenis van tv-debatten, dat dit jaar uitkwam. „Het komt heel zelden voor dat kiezers fundamenteel anders over een kandidaat gaan denken”, zegt hij. „En als een debat al opmerkelijk verloopt, dan gebeurt er toch weinig in de peilingen. De weken na een debat zie je bovendien dat de oude orde zich herstelt.”

Een debat wínnen doe je niet zo snel, zegt Alan Schroeder, het gaat na afloop vooral om de verliezer. „Wie een slecht debat heeft, kan daar in peilingen tijdelijk last van hebben. Daarom proberen deelnemers vooral om geen fouten te maken.”

Maak maar eens negentig minuten lang, zonder onderbreking, geen fouten. George Bush sr. maakte in 1992 een paar grote blunders, waarmee hij de opmars van de Democraat Bill Clinton verder hielp.

Dat debat van 1992, zegt Schroeder, was een zeldzame schok. Kandidaten gingen zich daarna nog beter voorbereiden met vertrouwelingen om mee te oefenen. Die baan is belangrijk, maar ondankbaar. Barack Obama werd in 2012 zo ontregeld door Romney-vervanger John Kerry, dat hij Kerry toebeet dat hij zijn mond moest houden. Van Clintons voorbereiding is weinig bekend, behalve dat ze op twee scenario’s oefent: een agressieve Trump, die haar persoonlijk aanvalt, en een laconieke Trump, die haar laat spreken.

Debatteren hoort bij Amerika. Al in de achttiende eeuw organiseerden politieke rivalen debatten, omdat ze er een manier in zagen om kiezers te onderwijzen.

Het debat, schreef Harvard-historicus Jill Lepore deze maand in The New Yorker, werd sindsdien als een deugd gezien. Publieke radio- en tv-stations begonnen twistgesprekken te organiseren. Werd er een voorstander van iets geïnterviewd, dan kwam meteen erna een tegenstander aan het woord. Zoals een NBC-radiopresentator in de jaren dertig zei: „Als Republikeinen alleen Republikeinse kranten lezen, naar Republikeinse toespraken luisteren en met gelijkgestemden omgaan, en Democraten hetzelfde doen, dan zaaien we de vernietiging van onze democratie.”

De afgelopen decennia bleef het tv-debat min of meer wat het altijd was: deels een uitwisseling van ideeën, deels een populariteitswedstrijd. „Een goed debat is als een sollicitatiegesprek”, zegt Alan Schroeder. „Je moet inhoudelijk sterk zijn, én een goede indruk achterlaten.”

Maar 2016 is geen gewoon politiek jaar. De belangstelling voor het debat van maandag mag dan enorm zijn, van de idealen van de NBC-presentator uit de jaren dertig is weinig meer over. Het debat is grotendeels dood in de Verenigde Staten.

Anders dan destijds werd beoogd, leven Democraten en Republikeinen volledig in gescheiden werelden. Ze hebben eigen media, eigen Facebook-algoritmen, eigen woongebieden.

Een gevolg daarvan is het trumpisme, de ideologie waarmee Donald Trump groot is geworden. Trump voelde de radicalisering van een groot deel van de Amerikaanse kiezers goed aan, en zette dat om in winst tijdens de voorverkiezingen.

Niet langer gaat het in de Amerikaanse politiek om (extreme) meningsverschillen tussen links en rechts. Trump presenteert een parallelle werkelijkheid: hij betwist feiten, en presenteert zijn eigen waarheid. Politiek gezien gaat het daarom niet langer om de vraag hoe je de wereld wil veranderen. Het gaat om de vraag wat die wereld ís.

Een debat organiseren tussen Clinton en Trump is daarom veel moeilijker dan tussen, zeg, Clinton en de afgevallen presidentskandidaat Ted Cruz. Die zouden kunnen praten over hun verschillende ideeën, terwijl Trump en Clinton het al over de basale feiten niet eens zijn. Trump suggereerde in de aanloop naar de drie tv-debatten dat de gespreksleiders op de hand van Clinton zijn. Hij houdt de mogelijkheid open dat hij zich terugtrekt uit één van de debatten. Zo maakt Trump van het neutrale tv-debat een complot om hem van de verkiezingswinst af te houden. Opnieuw: parallelle werelden, waarover je niet kúnt debatteren.

Twistgesprek verdwijnt

Deze crisis van het debat is volgens Jill Lepore typerend voor de staat van de Amerikaanse democratie. Overal verdwijnt het twistgesprek uit het Amerikaanse leven, schrijft ze. Op universiteiten proberen studenten elkaar spreekverboden op te leggen. Democraten trekken weg uit Republikeinse gebieden, en andersom. Congresleden doen hun werk niet, maar doen wel stoer op Twitter.

Maar met Donald Trump móet Hillary Clinton in gesprek. Trump, zegt Alan Schroeder, heeft tijdens de Republikeinse voorverkiezingen bewezen dat hij het debat kan ontregelen. „De stemming tijdens die debatten werd agressiever, en een stuk minder serieus. Op het einde was het een belachelijke vertoning.”

Trump bracht discussies in de war met opmerkingen over de lengte van zijn lichaamsdelen, met beledigingen en scheldwoorden. Maar hij verschool zich ook vaak, als het hem uitkwam, tussen de vele andere kandidaten op het podium.

Nu staat Trump er alleen voor. Schroeder: „Hij moet anderhalf uur in gesprek met Clinton. Nu komt hij niet langer weg met alleen zijn ontregelende manier van praten. Hij zal ook met een eigen verhaal moeten komen.”

Toch wordt het vooral voor Clinton een moeilijke avond. De lat ligt voor Trump een stuk lager dan voor haar. Daar komt bij dat hij gekneed is in de wereld van de reality-tv, en van de camera houdt. Als Trump overeind blijft, zal dat een grote opluchting zijn voor twijfelende Republikeinen. Laat Clinton hier en daar steken vallen, dan zal haar even kritische achterban dat moeilijk accepteren. In een debat dat het publiek grotendeels als vermaak ziet, is zij de meest kwetsbare deelnemer.