Column

Een Troonrede om in weg te kruipen

DEN HAAG - Koning Willem-Alexander en koningin Maxima voorafgaand aan de troonrede. Foto ANP / Frank van Beek

Nederland is deze week bezig met Nederland en de boze buitenwereld begint weer pal over de grens. De Troonrede zette de toon: „een sterk land in een onstabiele wereld.” Tevredenheid over het sterke land bij de regering, kritiek bij de oppositie – maar over de onstabiele wereld en wat wij Nederlandse burgers daarmee moeten, kunnen of willen ging het niet. Uiteraard kwamen steekwoorden als ‘terrorisme’, ‘buitengrenzen’ en ‘wereldmarkten’ voorbij, maar het bleven gezichtsloze schaduwen, ongrijpbare krachten.

Typerend was de vage Troonrede-zinswending dat mensen zich zorgen maken „met alles wat er wereldwijd speelt”. Ver. Weg. Daar. Buiten. De sfeer is: hopen dat het overwaait, wegkruipen, als wij onze buikriem maar aanhalen, dan kunnen we tegen een stootje. Afwachten aan de zijlijn. Neutraliteitspolitiek zoals voor 1940, versie 2016. De eerste zes maanden van dit jaar stond de Nederlandse regering fier achter het roer van de Europese Unie; zowaar kreeg premier Rutte er aardigheid in, met Merkel op pad voor een Turkijedeal over de vluchtelingen. Eén zomer later, het Raadsvoorzitterschap achter de rug, lijkt Den Haag onze plaats in Europa weer vergeten. Typerend was het zinnetje: „De Brexit kost banen, ook in ons land.” Geen woord over de existentiële schok die het Britse vertrek voor Nederland en de Unie het betekent, de machtsverschuivingen op het continent, de populistische tegenstanders van de EU, ook bij ons.

Aan deze stilte moet voor de Tweede Kamerverkiezingen een einde komen. In de campagne van 2012 beloofde Rutte dat „geen cent” meer naar de Grieken zou gaan, terwijl hij beter kon weten. Toen brak hij woord door een Europese werkelijkheid te ontkennen, nu gaat Den Haag richting een collectieve woordbreuk door te zwijgen. Want welke nieuwe regering er na maart 2017 ook komt, ze heeft een mandaat nodig voor grote strategische keuzes de jaren erna. De geschiedenis staat niet stil. Moeten we de Britten in de Brexitonderhandeling economisch ter wille zijn vanwege onze handelsbelangen, of belonen we daarmee populistische chantagepolitiek? Welke positie neemt ons land in als Duitsland en Frankrijk na hun nationale verkiezingen van 2017 aan de eurozone gaan sleutelen? Wat met Turkije en Rusland? Wat vinden wij van plannen om meer te doen aan Europese defensie? Overbodig? Maar wat als Trump in het Witte Huis belandt en à la Pim Fortuyn doet wat-ie zegt inzake de NAVO? En hoe stabiliseren we Libië om te vermijden dat een andere migrantenstroom aanzwelt? Als na 2017 knopen moeten worden doorgehakt zonder voorafgaand debat, dan wint enkel het wantrouwen dat Europa „over ons maar zonder ons” is; slikken, in plaats van meedoen.

In vrijwel al deze kwesties gaat het om de organisatie van handelingsvermogen. Het is knus dat we onszelf als „sterk land” in een „instabiele wereld” beschouwen, maar tussen binnen en het échte buiten zitten wel EU en NAVO. Zonder die dubbele Europese en transatlantische bescherming komen alle stormen van globalisering, migratie en oorlogen rechtstreeks binnen. Buikriem of geen buikriem. Anders dan in de negentiende eeuw, toen de bedreiging van Hollandse veiligheid kwam van oorlogszuchtige buurlanden, tonen de hedendaagse ontwrichtende krachten geen respect voor neutraliteit en afzijdigheid. We kunnen die stormen alleen in gezamenlijk verband temmen, door te handelen, als lid van beide Europese en transatlantische clubs. Dat is waar de Nederlandse kiezers op moeten worden voorbereid. Dat is het beste politieke weerwoord op al die zorgen over, Troonredelijk gezegd, „de maalstroom van alledag”.

Zaterdag: interview met Luuk van Middelaar in NRC over zijn oratie De Europese Unie en de gebeurtenissenpolitiek bij het aanvaarden van zijn hoogleraarschap in Leiden.