Een meer dan hulpvaardig ministerie

Reconstructie

Kon staatssecretaris Van Rijn (PvdA) 40.000 ouderen in de kou laten staan? Nee. En dus adviseerden zijn ambtenaren bieder Buurtzorg over hoe een doorstart van het failliete TSN aan de buitenwereld te verkopen was.

©

Martin van Rijn is enthousiast en dat mag de wereld weten. Met één been in het weekend verspreidt zijn ministerie op vrijdagmiddag 5 februari 2016 een apart persbericht over de opgetogen staat waarin de staatssecretaris verkeert. „Van Rijn blij met overnameplan TSN” luidt de aanhef. Het bericht begint direct met een citaat waarbij het ministerie kennelijk zelf de bewindsman interviewt. “Heel goed nieuws”, reageert staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) op de berichten dat de bewindvoerders en Buurtzorg met een voorstel komen om TSN over te nemen.

De staatssecretaris heeft jolijt over een mogelijke redding van TSN, de grootste thuiszorgorganisatie van Nederland. Meer is er eigenlijk niet te melden. „Dit plan maakt het mogelijk dat ouderen hun vertrouwde hulp houden en werknemers hun baan en salaris”, voorspelt Van Rijn.

Maar waar hij zijn optimisme op baseert blijft ongewis. Er is in de buitenwereld helemaal niets bekend over „dit plan”. De bewindsman zegt slechts te reageren op „berichten” dat de bewindvoerders met een voorstel komen. Deze bewindvoerders – tijdelijk door de rechter aangestelde advocaten – bestieren TSN Thuiszorg nadat de organisatie een paar maanden eerder uitstel van betaling had aangevraagd.

Goed acteerwerk

De boodschap van Van Rijn getuigt van goed acteerwerk. Het ministerie staat op 5 februari van dit jaar al ruim twee maanden in contact met mensen van Buurtzorg, de succesvolle snelgroeiende zorginstelling die met kleine zelfsturende teams werkt. Buurtzorg wordt sinds begin december 2015 gecoacht door ambtenaren en krijgt tips van het ministerie. Er wordt feitelijk mee-onderhandeld door VWS, zo blijkt uit de stukken die het ministerie heeft vrijgegeven na een verzoek van een brancheorganisatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Het ministerie gedraagt zich achter de schermen als oliemannetje, adviseur, makelaar, toezichthouder en bieder tegelijk.

Dat het ministerie zo betrokken is, is begrijpelijk. De dreigende déconfiture van de grootste thuiszorgorganisatie van Nederland is eind vorig jaar een hoofdpijndossier voor Van Rijn. In de thuiszorg breken grote landelijk opererende organisaties als luciferhoutjes af. De gemeentes zijn verantwoordelijk voor de thuiszorg in Nederland en kopen dit lokaal in. Maar terugkerende kritiek is dat gemeentes te weinig willen betalen voor de thuiszorg die zij geacht worden in te kopen voor hun inwoners. De gemeentes wijzen op hun beurt naar het kabinet: dát heeft besloten om zo stevig te bezuinigen op het budget dat de gemeentes van het Rijk krijgen voor huishoudelijke hulp.

De thuiszorg is zo in een neerwaartse spiraal geraakt van almaar lagere tarieven met steeds slechtere arbeidsvoorwaarden voor de medewerkers. En nu redden zelfs die grote thuiszorgconcerns, die vanwege hun verschraling en loonsverlagingen al een slecht imago hebben, het ook niet meer.

De politieke vraag die Van Rijn op zijn bordje heeft liggen is: laat hij gebeuren dat straks meer dan 10.000 huishoudelijke hulpen hun baan verliezen en de huishoudelijk hulp voor 40.000 ouderen en gehandicapten onzeker is? Dat is wel het laatste waar de bewindsman op zit te wachten na alle problemen met de uitbetaling van persoonsgebonden budgetten via de Sociale Verzekeringsbank. Bovendien heeft de Tweede Kamer de bewindsman via een motie nadrukkelijk opgeroepen zijn best te doen in dit explosieve dossier.

Dat Buurtzorg veel sympathie heeft in Den Haag is eveneens goed voorstelbaar. De zorginstelling heeft bewezen zorg te kunnen leveren waarin de menselijke maat centraal staat met zo min mogelijk managers en bureaucratie. Het personeel is zeer tevreden over zijn werkgever, oprichter/directeur Jos de Blok wint om de haverklap de Intermediair-prijs voor beste werkgever.

Dus terwijl de traditionele grote thuiszorgorganisaties via saneringen vooral ruzie kregen met hun personeel en de vakbonden, kwamen de roergangers van Buurtzorg steeds vaker over de vloer op het ministerie. Voor mensen als Jaap Peters – gevierd auteur van het boek ‘intensieve menshouderij’ – en Jos de Blok gaan deuren open die voor anderen gesloten blijven. En juist zij komen, tot afgunst van branchegenoten, met het plan TSN Thuiszorg door te starten onder de vleugels van Buurtzorg.

Sigarendoos

Vlak voor Kerst 2015 schrijft topambtenaar Kees van der Burg aan Van Rijn dat Buurtzorg een plan aan de bewindvoerders heeft gepresenteerd en dat een „doorstart NA faillissement het enige mogelijke is”. Dan is op het departement al duidelijk dat er linksom of rechtsom geld van de overheid bij moet.

Als het gaat om ‘innovatie’ zien ze meer mogelijkheden om buurtzorg te helpen

Maar formeel heeft het ministerie geen rol: Buurtzorg zal aan de bewindvoerders van TSN een bod doen om de activiteiten over te nemen. Het belangrijkste bezit van TSN bestaat uit de contracten met de gemeentes. De bewindvoerders zullen daarom die voorstellen doorgeleiden naar de gemeentes. De bewindvoerders concluderen medio december 2015 dat Buurtzorg de meest interessante partij is om zaken mee te doen.

De bereidheid om financieel bij te springen, staat op het ministerie niet ter discussie: die politieke wil is er, zo blijkt uit interne correspondentie. Alleen onder welke vlag mag je dat doen zonder dat je ongeoorloofde staatssteun geeft? De landsadvocaat wordt intensief geconsulteerd. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de lobbyclub van gemeentes, denkt dat er nog wel een bepaald subsidiepotje kan worden aangesproken voor de redding van TSN. Dat laten ze het ministerie ook weten. Het gaat om de techniek: als bieder Buurtzorg een garantie aan de overheid vraagt in het kader van „innovatie” zien ze meer mogelijkheden om Buurtzorg te helpen dan wanneer Buurtzorg dit vraagt in het kader van een „transitie”.

Het lijkt een overbodige semantische discussie, maar het is van groot belang voor de betrokkenen dat een bijspringende overheid juridisch wel is toegestaan.

Zulke overwegingen halen echter wel de vaart uit de reddingsactie die nodig is. Topambtenaar Van der Burg vreest op 9 januari dat iedereen een beetje naar elkaar blijft kijken. Aan Buurtzorg laat hij per mail weten: „Ik denk dat het belangrijk is – maareh: ik ga er helemaal niet over – om heel concreet te maken wat je qua budget/startkapitaal nodig hebt” om de deal te laten slagen. „Dan zoek je daar vervolgens wel weer de juiste juridische constructie bij (ipv andersom)”, schrijft Van der Burg.

Kortom, de directeur-generaal Langdurige Zorg, adviseert Buurtzorg, een private partij, hoe het beste een andere particuliere instelling, TSN Thuiszorg, over te nemen.

Ook schetst de topambtenaar de geldpotjes die eventueel voor Buurtzorg beschikbaar zijn. „NB: Even zeer grof op de achterkant van een sigarendoosje”, schrijft Van der Burg alvorens een indruk te geven van de subsidiegelden die bij het ministerie nog voor de thuiszorgsector staan geparkeerd.

Buurtzorg is blij met de meedenkende ambtenaar. „Dank je voor de info. Die middelen zouden geen probleem moeten zijn”, reageert een van de onderhandelaars.

Briljante teksten

Ondertussen wisselen de bedragen die Buurtzorg extra nodig denkt te hebben van dag tot dag. Eerst is er een gat van 8 miljoen euro, waarvan de landsadvocaat adviseert om daar snel duidelijkheid over te geven omdat gemeentes anders te veel onzekerheid hebben om op het bod in te gaan. Op 13 januari meldt Buurtzorg als voorwaarde in een presentatie: „maar we moeten wel een innovatiesubsidie afspreken van 5 miljoen”.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten schrijft op 26 januari aan de bewindvoerders: „Er zijn teveel financiële aannames en onzekerheden. We adviseren de bewindvoerders om Buurtzorg te vragen (…) hun businessmodel financieel beter te onderbouwen”.

Probleem is: hoeveel gemeentes gaan straks op het bod van Buurtzorg in? Topambtenaar Van der Burg adviseert die bieders om hun bod anders te formuleren. Hij geeft Buurtzorg de tip om anders alleen met gemeentes in zee te gaan „die zeg boven de x euro per uur” willen betalen voor huishoudelijke hulp.

Wederom een goede raadgeving van het ministerie, vinden ze bij Buurtzorg. Opnieuw passen de bieders hun bod aan om hun kansen te vergroten de activiteiten van TSN te kunnen overnemen.

Tegelijkertijd buigen ze zich op het departement over de vraag hoe er extra geld naar Buurtzorg kan gaan. Het ministerie bestudeert samen met de landsadvocaat die mogelijkheden. VWS heeft zijn bewegingsvrijheid onlangs ingrijpend vergroot. Op 4 december 2015 sloot de staatssecretaris een deal met de vakbonden en de gemeenten over meer steun voor de thuiszorg. Naast de omvangrijke bezuinigingen van het kabinet op thuiszorg besloot Van Rijn weer een beetje van dat geld terug te ploegen door een steunregeling uit te breiden naar 200 miljoen euro, een potje waar gemeentes incidenteel gebruik van kunnen maken. De voorwaarden voor dit bestaande noodpotje werden tegelijkertijd versoepeld.

Optisch kun je kiezen voor een ‘post onvoorzien’ en het resultaat op 0 zetten

Afgesproken wordt dat bieder Buurtzorg straks bij het uitventen van zijn bod „meer expliciet” gaat verwijzen naar het breder opengestelde noodpotje. „Die teksten van het akkoord zijn (achteraf gezien) briljant!” schrijft topambtenaar Kees van der Burg aan onder anderen staatssecretaris Van Rijn. „Er zijn dus geen harde eisen/voorwaarden meer”, schrijft een van de ambtenaren aan Van der Burg. Hij rept van „heel veel ruimte” om van het geld gebruik te kunnen maken. En het ministerie is de laatste die moeilijk zal gaan doen over deze uitgaven. „Verder vindt de verantwoording (…) plaats op gemeentelijk niveau en gaan wij (het Rijk) daar niet op controleren.” Waar een wil is, is een weg.

Wel waarschuwen ze op VWS dat minister Asscher van Sociale Zaken strenger is over de besteding van het geld. Het moet binnen de doelen vallen van „een warme transitie voor cliënten en medewerkers”. Daarmee bedoelen ze op het ministerie een soort zachte landing voor de werknemers: het kabinetsbeleid is om de thuiszorg te hervormen. Er is als het ware smeergeld gereserveerd om die overgang soepeler te laten verlopen.

Een ambtenaar van VWS adviseert: „In de bewoording naar buiten toe kan dus beter gesproken worden over gelden voor warme transitie (…) dan voor innovatie (…).” Dus toch weer het tegenovergestelde van wat de gemeenten dachten.

Eén ambtenaar van VWS heeft voor Buurtzorg ook nog een handige tip voor de financiële details van hun bod. In die begroting spreken ze bij Buurtzorg over ‘resultaat’. „Dit kan de indruk wekken dat het winstmarge betreft, terwijl de post, als wij het goed begrijpen, bedoeld is om onzekerheden te kunnen opvangen. Optisch zou je ervoor kunnen kiezen om een regel ‘post onvoorzien’ in te voegen en het resultaat op 0 te zetten.”

Buurtzorg omarmt het advies van het ministerie van Volksgezondheid. Bij het definitieve bod neemt de zorginstelling bij de kosten een extra voorziening van 578.000 euro op zodat het resultaat op nul uitkomt.

Ook levert het ministerie alinea’s tekst aan de bieder. De dag nadat de staatssecretaris de wereld laat weten dat hij blij is dat er een voorstel in de maak is om TSN over te nemen, schrijft topambtenaar Kees van der Burg aan Buurtzorg: „Jij sprak vrijdag met Martin af dat wij nog teksten zouden aanleveren voor je definitieve Business Case. (…) Bijgaand. Afgestemd met de Landsadvocaat.”

Op 8 februari deed Buurtzorg het voorstel om driekwart van de activiteiten van TSN over te nemen. Met dank aan een meedenkend ministerie.