Dolf moest maar leren typen

Hoe word je wie je bent? Dolf Verroen (87) schrijft dit jaar het kinderboekenweekgeschenk. Toen hij tien was, kwam hij erachter dat schrijver een beroep is. „Daarvoor moet je een heel bijzonder mens zijn. Dat ben jij niet”, zei zijn moeder.

©

Een kist met een kleedje erover, een bloem in een vaasje en daarnaast een inktpot en een kroontjespen, zorgvuldig neergezet, als een stilleven. Een soort altaar ter verering van het schrijverschap. Vanaf zijn zesde, zevende stond het bij Dolf Verroen in zijn jongenskamer in Delft. Als volwassenen vroegen wat hij later worden wilde, antwoordde hij braaf ‘piloot’ of ‘postbode’, maar daar meende hij niets van. Van kleins af aan bedacht hij verhalen, vaak met zichzelf in een heldenrol. Toen hij rond zijn tiende jaar ging beseffen dat schrijven een beroep was, en zijn ouders duidelijk maakte dat dát was wat hij wilde, deden ze alle mogelijke moeite om hem bij zinnen te brengen.

„Kom eens”, zei zijn moeder, en nam hem mee naar de spiegel in de hal. Ze drukte hem een poëziebundel van Alice Nahon in handen, de Vlaamse dichteres waar Dolf veel van hield. „Kijk nou eens naar haar foto. Om boeken te schrijven moet je een heel bijzonder mens zijn. Dat ben jij niet, je bent maar een heel gewone jongen.”

Moeder bedoelde het goed. Zelf las ze liever dan dat ze het huishouden deed – de jonge Dolf schaamde zich tegenover vriendjes voor de rommel thuis – dus aan achting voor literatuur en boeken ontbrak het haar niet. Ze wilde hem simpelweg behoeden voor teleurstellingen.

Vader Verroen zag het schrijven al helemaal niet zitten. Na diens HBS A-eindexamen regelde hij voor zijn zoon een baan bij zijn werkgever, de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek. Op de ochtend van zijn eerste werkdag weigerde Dolf zijn bed uit te komen.

Dolf Verroen debuteerde in 1955 met de dichtbundel In los verband. Daarna volgden nog zo’n honderd boeken, verreweg de meeste voor kinderen. Hij heeft prijzen gekregen, een aantal van zijn boeken is vertaald. Bijna 88 is hij nu. Een lange, levendige man. Hij was blij en vereerd met het verzoek het kinderboekenweekgeschenk te schrijven dit jaar, en hij verheugt zich op de tournee langs boekwinkels door het land. Zijn man Gerard, met wie hij al veertig jaar samen is, zal fungeren als chauffeur.

Paarden, van die enge grote

Zoals altijd heeft Verroen voor het kinderboekenweekgeschenk, Oorlog en vriendschap, rechtstreeks geput uit zijn eigen leven. Meester Millenaar, de eigengereide oma, de onderduikers, ze hebben allemaal echt bestaan, net als Kees, de jongen uit het NSB-gezin met wie de hoofdpersoon tegen de zin van zijn ouders bevriend raakt. Dolf Verroen was elf toen de oorlog uitbrak, een verwarrende tijd voor een beginnende puber.

Kees was een klasgenoot en vriend in wie Dolf een zielsverwant zag, maar zijn ouders mochten hem niet, hij begreep niet waarom. Op een dag zag hij hem staan in de binnenstad van Delft, in een pakje van de Jeugdstorm, de nationaal-socialistische jongerenbeweging, rammelend met een collectebus voor de Winterhulp. Dolfs moeder, fervent lid van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP), siste in zijn oor: ‘Niks zeggen. Doorlopen.’ Kees bevroor toen hij hen zag. Dolf liep door en zei niets.

Halverwege de oorlog kwam vader thuis met een Remington-typmachine en een dikke stapel doorslagpapier. Omdat de Duitsers om de haverklap het schoolgebouw vorderden, vielen er veel lessen uit. Dolf moest maar leren typen, vond vader, dan deed hij nog wat nuttigs. Hij tikte en tikte, en niet veel later had hij zijn eerste boek geschreven, ’t Boek van Jan-Kees (later uitgebracht onder de titel Paarden, van die enge grote), over het leven van een boerenfamilie. Inspiratie had hij opgedaan tijdens zijn bezoeken aan een boerderij even buiten de stad, waar hij altijd melk haalde.

Anna Blamans vriendenkring

Eind jaren veertig verhuisde Dolf, die nu in het Friese Sint Nicolaasga woont, naar Den Haag, waar hij zich overgaf aan het onstuimige naoorlogse culturele leven. Een grote groep vrienden – schrijvers, dichters, schilders, wetenschappers – vierde de herwonnen vrijheid met feesten, drinken en eten. Hun discussies ontaardden geregeld in ruzie, of zelfs in een handgemeen. Maar niemand bleef lang boos.

Ondanks de schaarste en de armoede was er aan drank nooit gebrek. En vaak was er ook lekker eten, dankzij het bourgondische en vrijgevige Joodse schildersechtpaar Miep de Leeuwe en Willy Rieser. Hun loyale vriendschap gaf Dolf veel zelfvertrouwen in de moeizame begintijd van zijn schrijverschap. Ze stónden voor hun werk. Zo had Miep ooit een schilderij van haarzelf weggehaald van een tentoonstelling, omdat dat hing naast een in haar ogen minderwaardig werk van een collega-schilder, die daar ook nog eens een prijs voor had gekregen. Fantastisch vond Dolf dat.

En dan was er nog Anna Blaman, de al wat oudere, gerenommeerde schrijfster, auteur van Vrouw en vriend, die hem, snotneus, in haar vriendenkring opnam. Alleen dat feit al gaf de prille schrijver moed. Ze moedigde hem aan, op haar eigen strenge wijze. Toen hij eens een verhaal had geschreven over twee lesbische vrouwen, zei Blaman – zelf lesbisch – met een ironische glimlach: „Nou, dat weet je allemaal goed, hoor.”

Nacht-telexist bij Het Vrije Volk

Hij had allerlei baantjes, van boekverkoper en medewerker van de Belastingdienst tot nacht-telexist bij Het Vrije Volk, daarnaast schreef hij. Na die eerste dichtbundel bracht hij een novelle uit en enkele romans, maar die hadden hem geen bevrediging geschonken. Het schrijven kostte hem buitengewoon veel moeite, elke zin moest uit de diepte worden opgepompt. Alsof wat hij schreef niet echt van hem was. Anna Blaman had al eens gezegd dat hij persoonlijker moest schrijven.

Tot hij op een nacht wakker werd en er zinnen voor een kinderboek zijn hoofd binnenstroomden. Hij stond op en begon te schrijven: „Sjoe woont in Afrika. Daar schijnt elke dag de zon. Je hoeft er nooit een jas of een das om want het is er altijd warm.” Het hele boek zag hij meteen voor zich, een boek voor kleuters, maar persoonlijker en authentieker – en dus volwassener – dan zijn romans en novelles.

Zijn uitgever weigerde het boek, die vond dat hij zich bij zijn romans moest houden. Maar Dolf liet zich niet meer afbrengen van zijn besluit om voortaan alleen voor kinderen te schrijven, en vond al snel een andere uitgever. Een onuitputtelijke bron was opengesprongen.