De wijk waar Mark Rutte opgroeide

De verkiezingen gaan over de nationale identiteit. Alle reden om daar naar op zoek te gaan. Aflevering één: wie moeten er eigenlijk oppleuren?

Foto David van Dam

We gaan naar de Haagse wijk Duttendel met in ons achterhoofd een premier die een half jaar voor de verkiezingen pleur op! zegt tegen Nederlandse kiezers. En waarom dan naar Duttendel? Omdat diezelfde premier hier als jochie gewoond heeft. Op de Jacob Mulderweg, een van de minst imposante straten in een imposante buurt.

Hier woont Marjolein die nachten wakker heeft gelegen van alle toestanden na de Turkse coup. „Die Erdogan is een kleine Hitler.” Met haar wat radicalere man, die wel eens zegt: over twintig jaar moeten we hier allemaal naar de moskee. Achteraf zegt ze door de telefoon dat ze haar achternaam liever niet in de krant ziet.

Hier woont Marlies Anjema die schrikt van „de Geert Wildersen en de Trumpjes” en die zich zorgen maakt over „hoe hard de haat groeit”.

En een paar straten verderop woont Arno Panis. Hij komt bij het uitlaten van de hond sinds jaar en dag een buurtbewoner tegen die ook zijn hond uitlaat en die het hoofd afwendt als hij passeert. „Hij voelt zich niet te goed voor ons”, zegt Panis. „Hij is ook niet verlegen. Laten we ons vooral met onszelf bemoeien – dat is wat hij uitdraagt.”

Panis, een financieel expert, zegt dat hij zich zorgen maakt over „de verregaande verkokering van de samenleving”. Over „groepjes die zo min mogelijk met elkaar te maken willen hebben”.

Foto David van Dam.

Lied Stuurman (91). Foto David van Dam.

Blond staartje

De herfst begint. De auto’s zoeven stil, want elektrisch, over de droge bladeren. Het enige lawaai komt van takkenversnipperaars, bladblazers en kettingzagen. Aan de Maurits de Brauwweg ligt een radioloog onder een oude ambulancebus van de British Motor Company te zoeken naar de juiste dopsleutel. „Oooh, le bitch!”

Hij vertelt wat zijn dochter, met haar blond staartje, pas in een Haagse tram overkwam. „Naast haar stond een groepje jonge Turken. Een van hen nam haar kwalijk dat zij geen hoofddoekje droeg. Zij ervoer dat als een bedreigende situatie. En als daar al politie bij was geweest, dan had die natuurlijk niets gedaan.”

Dit witte rijke wijkje dat aanschurkt tegen een gracieus duintje bij de velden van hockeyclub Klein Zwitserland, is een ‘enclave’, een ‘oase’ en de bewoners weten zich ‘bevoorrecht’ dat ze hier wonen. Ze wijzen naar de oude kastanjebomen en lijsterbessen waarin wel eens bonte spechten worden gesignaleerd. Een man met een groen pak en een strooien hoed komt zo uit de negentiende eeuw gefietst.

Aan de rand van de wijk, op de Pompstationsweg, staat zo’n echt Haags, knus houten koffiekeetje, de Keulse Pot. Henk en Nel bestieren het al dertig jaar met hart en ziel. Goeie koffie, broodje bal. Ze houden het gezellig en daarom wordt hier niet over politiek of geloof gepraat.

NRC-journalist Jutta Chorus ontmoette Lied Stuurman op haar favoriete bankje in de wijk.

Uit de wijk komen zelden mensen in de Keulse Pot, zegt Henk, die zijn heel erg op zichzelf. „Ze drinken nog geen kop koffie bij een ander”, zegt Nel. Pas geleden kwam de nieuwe wijkagent langs. „Ze zei: ‘wat leuk hier in de wijk hè? Zo sociaal, ze hebben een wijkapp.’ ‘Valt wel mee hoor’, zei ik. Dat is gewoon in hun eigen belang, niet omdat ze de buurman zo aardig vinden.”

 Foto: David van Dam

Foto: David van Dam

De wolken waaien aan uit de buitenwereld. „We importeren de problemen”, zegt Marjolein van de Jacob Mulderweg. Ze vat de Duttendelse zorgen aardig samen: „Nederland is een verworvenheid, en die wordt aangetast.”

Dat is, denken de Duttendellers, waar Mark Rutte met zijn pleur op! voor op de bres sprong.

Op de hoek van de Gerrit Kasteinweg zit Lied Stuurman, 91 jaar oud, met een eigele gewatteerde jas aan en een ribfluwelen pet op haar hoofd. Ze stemt nu GroenLinks, want D66 was haar niet links genoeg meer. Maar hoe Mark Rutte dat pleur op! zei, dat vond ze eigenlijk wel mooi. Dat-ie even uit de bocht durfde te vliegen. Niet dat zij het zo zou zeggen. Zij rekent zichzelf tot de beschaafde mensen, hahaha. Zij zou wegwezen! zeggen.

Foto: David van Dam

Nel en Henk bij koffiehuisje de Keulse Pot. Foto: David van Dam

Integreren of vertrekken

Van de GroenLinks-stemmer tot aan degene die zegt dat zij „Mark Rutte trouw blijft” lijkt er vooral begrip voor de krasse uitspraak van de premier. De taal, daar nemen ze afstand van. Maar met de intentie zijn ze het eens, net als met de geadresseerden, brutale Erdogan-aanhangers in Rotterdam. En dan klinken vaak varianten op de zinnen die al sleutelend worden uitgesproken vanonder de BMC-ambulance: „Als je binnenkomt, integreer je. Anders kun je weer vertrekken.”

Een 72-jarige ex-lerares met drie verschillende kranten in stapeltjes op tafel, vond Ruttes opmerking vooral pijnlijk. „Héél pijnlijk. Het is taalgebruik dat hoort bij polarisatie. Het is deel van het probleem. Net als de meisjes die de hand op het hart leggen en zich voor Erdogan uitspreken.”

Arno Panis vertelt over zijn zoon die een lichte handicap heeft. „Het is een jongen die floreert bij de gratie van mensen die hem niet beoordelen op wat hij mist, maar op de kwaliteiten die hij wel heeft. Tot dusver zijn die mensen vooral: zijn ouders.”

Zijn vrouw en hij maken zich, zoals alle ouders met zo’n kind, wel eens zorgen over de toekomst. Panis: „En ik denk dat onze zorgen groter zijn doordat we in Nederland leven.”

Bedoelt hij dan dat er zoveel is bezuinigd op de verzorgingsstaat? Of gaat het hem om de cultuur in Nederland anno 2016? Dat laatste, vooral. „Wij komen uit een tijd waarin de overheid grotendeels voor ons zorgde. Maar de overheid trekt zich terug en we zijn niet gewend het heft in eigen hand te nemen. Dat is een attitude.” Hij zegt: „We leven in een vacuüm.”

En hoe past Ruttes pleur op! in dat vacuüm? Dat past er precies in. Het is de man met het afgewende gezicht. Het is de wijkapp in plaats van het buurtgevoel. Het is ieder voor zich en we geloven niet eens meer in God voor ons allen. Arno Panis zegt het subtieler. „Dat pleur op! staat gevoelsmatig op gespannen voet met waar ik op uit ben. Inclusivity.”

Veertigers als hij – en in deze wijk is zo’n 80 procent van de bewoners veertig jaar of ouder – vertellen dat zij als kinderen nog in de klas zaten of op straat speelden met vriendjes uit heel andere milieus dan die van henzelf. Dat is niet meer zo. Wat iedereen in Duttendel ziet, is dat de samenleving is versplinterd. En wie weet dan straks nog wie er moet oppleuren en wie er wel bij hoort?

Hoort de man die zijn buren geen blik waardig keurt meer bij Nederland dan de jongens die staan te etteren voor een camera en Erdogan beter vinden dan Rutte? De verkokering waar Arno Panis het over heeft, scheidt niet alleen Turkse van Nederlandse Nederlanders, maar iedereen van iedereen.

Een PvdA-stemmer uit de wijk zegt dat Nederland met zijn impliciete cultuur lastig is voor nieuwkomers. Die kunnen geen greep krijgen op de Nederlandse voorkeuren, gewoonten en sferen. Dat leidt tot teleurstellingen bij de nieuwkomers. En hun teleurstelling stelt de Nederlandse Nederlanders weer teleur. „Wat alle Nederlanders namelijk verlangen en verwachten is dat nieuwkomers ons land toch heel leuk vinden. We vinden het niet fijn als zij zeggen: ik vind een ander land leuker.”

Dan was het pleur op! van Mark Rutte dus geen ferme stellingname, maar de vloek van een gekrenkte Hollander.