Opinie

Eten is een geweldig terrein om elkaar de maat te nemen

Opinie We drukken er onze rijkdom, gezondheid of morele superioriteit mee uit. Het maakt ons onzeker of bang. Eten is een geweldig terrein om elkaar de maat te nemen, schreef Marjoleine de Vos afgelopen najaar al.

Foto Alain Sailer/Whitehotpix

En als ze het nu over een heel ander onderwerp hadden gehad, de twee jongedames van The Green Happiness die in deze krant hun voedingsideologie uitlegden, zou er dan ook zoveel boosheid ontstaan zijn? Op Twitter staken kleine stormpjes op van mensen die zich bijkans verslikten in hun kokosolie toen ze het interview lazen met Tessa Moorman en Merel von Carlsburg, die op internet veelgelezen adviezen geven over hoe er gegeten moet worden, en die spraken over ‘goede suikers’, ‘afvalstoffen’, ‘het opschonen van je lichaam’ en het lichaam dat ‘zichzelf heelt’ als je het maar de juiste voeding geeft. Allemaal dingen die je ‘diep van binnen’ eigenlijk al wist.

Er staan al jarenlang voedingsgoeroes op die ons vertellen hoe we slank kunnen zijn en ons beter kunnen voelen en met een beetje geluk worden we in een moeite door ook nog veel gelukkiger, mooier en gezonder. Of we dat nu doen zonder koolhydraten, zoals ooit Michel Montignac (wie kent hem nog) aanraadde, of met klisma’s zoals Rens Kroes aanbeveelt, maakt niet zoveel uit. Altijd worden ze gretig gevolgd (Sonja Bakker!) en altijd ontstaat er discussie over de waarde van het dieet. Dan komen er wetenschappelijk onderbouwde weerleggingen waarvan de volgers zich niet al te veel aantrekken, die ervaren immers dat het werkt, dat is namelijk ook altijd enige tijd zo, en na een paar jaar is er een nieuwe goeroe.

Wie over eten praat, raakt de mensen op een heel gevoelig punt. Een punt van leven en dood, letterlijk. Wie niet eet of niet gezond eet, lijdt schade. Mensen hebben altijd over eten gesproken, je kunt er immers zoveel mee uitdrukken. We karakteriseren elkaar met wat we eten: spaghettivreters, kaaskoppen, knoflooklanden. We beweren dat vreemd eten stinkt en verafschuwen eetgewoonten die we zelf niet hebben: gebraden rat, geconfijte vogelspin, gepocheerd schapenoog.

Religies vaardigen graag voedselvoorschriften uit, ze bestempelen sommige spijzen als onrein of vragen om periodes van onthoudingen en beperkingen. Bij religieuze feesten horen dan juist weer vaak lekkernijen. Bij álle feesten horen uiteraard lekkernijen, iets lekkers eten geeft een feestelijk gevoel. En wie eet, die leeft. Een maaltijd viert het leven.

Omgekeerd kan bewust van voedsel afzien een deugdzaam gevoel geven, van kracht en heerschappij over het lichaam met zijn vele onspirituele eisen.

Ook buiten de religieuze context wordt van alles met eten uitgedrukt: rijkdom bijvoorbeeld. Er zijn tijden geweest, en er zijn streken waar dat nog geldt, waar dik-zijn status heeft, zoals bij ons dun-zijn status verhogend is. Wie eten bereidt en opdient, drukt veel meer uit dan alleen de behoefte zichzelf of anderen te voeden: die kan laten zien dat hij of zij het breed heeft, creatief is, gastvrij is, niet van de straat is, om maar eens een paar mogelijkheden te noemen. En tegenwoordig kun je er ook mee laten zien dat je het beste met de wereld voor hebt, met het milieu, met het klimaat.

Wie geen vlees eet draagt niet bij aan de uitstoot van broeikasgassen door vee. Iemand die om die reden vegetariër is, kan dus laten merken dat hij of zij vindt dat de anderen de moreel mindere keuze hebben gemaakt. Ook wie dat wel min of meer met de vegetariër eens is, voelt zich dan onprettig, want beleerd en berispt. Zelfs als de vleeseter een bewuste vleeseter is die maar weinig vlees consumeert en dat weinige nog uitsluitend van een dier dat een goed leven gehad heeft, kan hij of zij toch de wind van voren krijgen. Rosanne Hertzberger ging in deze krant onlangs nog te keer tegen zulke mensen: „Die voelen zich waarschijnlijk heel erg bewust en verantwoord en duurzaam dat ze weten hoe hun koetje heeft geleefd, is gevoed en geslacht”. Maar het was even zo goed verwerpelijk vond ze. Slecht voor het milieu. Een teken van ongelooflijke onverschilligheid jegens anderen.

Twee weken eerder had ze mensen op hun kop gegeven die graag paprika’s eten van zaadvaste rassen, want stel je voor als iedereen dat eens ging doen. Dan konden we de wereld niet voeden. Persoonlijke voorkeuren tellen niet meer als de voedselmoralisten eenmaal op hun stokpaarden hebben plaatsgenomen. De hang naar op ouderwetse wijze geteelde groenten die hun smaak hebben behouden is al even weinig goed te praten als de biefstuk, de boterham, de kaas, de chips.

Eten is een geweldig terrein om anderen de maat te nemen. De suggestie wordt al snel gewekt dat ook ziekte en gezondheid helemaal van jezelf en je voedselpatroon afhangen. Degene die zich als deugdzaam presenteert is altijd, van woestijnheilige tot The Green Happiness, degene die zich voedingsmiddelen ontzegt . En degene die zich berispt ziet en (dus) kwaad wordt, is altijd degene die vreest iets niet meer te ‘mogen’ nemen wat hij of zij graag eet.

Niet alleen is eten van vitaal belang voor ons leven, raakt het aan onze gezondheid en sinds een jaar of vijftien ook aan de gezondheid van de planeet, en zijn bovendien de economische belangen enorm – eten heeft ook nog eens met allerlei angsten te maken. De angst om vergiftigd te worden, door ‘E-nummers’ te eten, geraffineerde suiker, transvet of wilde paddestoelen. Bevat het eten geen kankerverwekkende stoffen, dan kunnen er wel bacteriën in voorkomen (help! rauwmelkse kaas!) of vetten die de vaten laten dichtslibben.

En tot overmaat van ramp veranderen ook de officiële dieetadviezen ongeveer elke vijf jaar, waardoor de gezonde witte motor (melk) in een dodelijke vloeistof kon veranderen en het ei van gezond naar gevaarlijk cholesterol verhogend naar best prima is gegaan.

Dus geen wonder dat menigeen behoefte heeft aan leiding. Desnoods van twee meisjes die serieus denken dat gorgelen met kokosolie ergens toe dient. Als zij er mooi en slank en glanzend mee uitzien, en ze beloven dat jij dat ook kunt, en ze hebben een methode waarmee je greep op je leven en je lichaam zult krijgen, nu, dan willen alle behoeftigen ze graag volgen.

Al evenmin is het een wonder dat minstens evenveel mensen geen puistjes en uitslag krijgen van wat ze eten, maar wel van de voedingsadviseuses die zonder met hun ogen te knipperen beweren dat je moe wordt van een boterham met kaas of hoofdpijn krijgt van een beschuit met hagelslag.

Binnenkort hebben we dus wéér strijd. Om een volgend met grote stelligheid gebracht advies dat nergens op gestoeld is, maar belooft dat je je veel en veel beter zult gaan voelen. En niet alleen jij: de hele wereld.