Commentaar

De ‘pleur op’-premier toont zich zijn ambt onwaardig

©

©

De Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer voltrokken zich zoals vooraf algemeen beschouwd. Ze vormden de opmaat voor de verkiezingen van 15 maart volgend jaar. Haast geruisloos werd ingestemd met de hoofdlijnen van de begroting voor volgend jaar, de eigenlijke aanleiding voor dit jaarlijkse debat. Alle aandacht van de hoofdrolspelers op het Binnenhof richtte zich op wat er in 2017 na het tweede kabinet Rutte volgt.

Na het debat van de afgelopen dagen is het nog minder een gewaagde voorspelling dat dit een derde kabinet Rutte wordt. De premier annex VVD-leider was het grootste deel van de tijd heer en meester. Enige vraag is nog met welke andere partijen zijn VVD straks een coalitie zal vormen om verzekerd te zijn van een meerderheid in beide Kamers der Staten-Generaal. Alleen de PVV lijkt hiervan uitgesloten. VVD-fractievoorzitter Zijlstra wilde in het debat weliswaar om principiële redenen geen veto over deze partij uitspreken, maar tegelijkertijd maakte hij duidelijk dat de PVV zichzelf onmogelijk heeft gemaakt voor samenwerking.

En inderdaad, PVV-leider Wilders wiens partij in de peilingen nog altijd de grootste is, deed er ook tijdens deze Algemene Beschouwingen weer alles aan om zich verder te verwijderen. Dit maal meende hij zich, los van de inmiddels gebruikelijke dosis xenofobe uitlatingen, te kunnen permitteren zijn mede-Kamerlid Kuzu op te roepen het land te verlaten. Maar echt beschamend was pas dat de rest van de Tweede Kamer met uitzondering van GroenLinks-fractievoorzitter Klaver dit liet passeren.

Het tekent nog eens ongewenste en ook gevaarlijke verharding rondom het onderwerp minderheden. Daarbij begint het begrip toonhoogte dezelfde negatieve lading krijgen als de woorden politiek correct. De zaken kunnen niet hard genoeg benoemd worden, vindt ook premier Rutte. Met zijn welgekozen verwensing ‘pleur op’ aan het adres van een verhitte jonge Turks-Nederlandse demonstrant die hij donderdag in het debat herhaalde en volop verdedigde, kiest hij voor de confrontatie.

Integratie moet van twee kanten komen. Van mensen die naar Nederland komen mag verwacht worden dat zij zich aan de regels en het voor Nederland geldende normen- en waardenpatroon houden. Dat kan en moet gezegd worden. Maar de toon hierbij is wel degelijk van belang. Het is niet voor niets dat een groter wordend deel van de nieuwkomers zich in Nederland als tweederangs beschouwt. Dat komt door uitlatingen als pleur op, zeker als die een minister-presidentieel goedkeuringstempel krijgen. Hiermee toont Rutte zich een minister-president onwaardig