Dataproletariër, kom uit je luie stoel en doe wat

Jensma, Folkert 7-2013 062

Onlangs stond ik met een twintigjarige bij de kratten met overbodige of vergeelde boeken die ik uit m’n boekenkast had verwijderd. Van George Orwells 1984 had ik drie stuks. Hij keek me afwachtend aan – waarom in 2016 een boek lezen dat 1984 heet? Wel, omdat het in 1949 verscheen en een apocalyptisch beeld schetst van een totalitaire wereld waarin iedereen constant in de gaten gehouden wordt dankzij de modernste technologie. Hij vond het chill en mijn krat is weer leger. Wat is er mooier dan het overdragen van een Stalin-satire inclusief originele broedplaats van Big Brother?

’s Middags was ik bij een symposium voor Hans Franken, de Leidse emeritus informatierecht en CDA-senator die tachtig werd. Ik zat veertig jaar geleden als eerstejaars in zijn collegebankjes, ademloos. Destijds moest het nog 1984 worden – datatechniek, digitalisering, pc’s, het had de burger nog niet bereikt.

Daarna zocht ik nog jaren naar docenten die het ook zo goed konden uitleggen. Wat een docent. Franken bleek later grondlegger van het informatierecht te zijn geworden. En jawel, in zijn slotwoord in 2016 hoor ik 1984 terug. Franken stelt de ‘grootdatabezitters’ Facebook, Google, Apple en Amazon aan de kaak. Dreigt er een nieuw doemjaar, 2024? Franken schetst het lot van de internetgebruiker die het lijdend voorwerp is van ‘big data’. Daarin worden met statistische technieken profielen gesmeed op basis van wie u bent en wat u zoekt. Zo achtervolgt Google mij met aanbiedingen voor de fiets die ik vorig jaar reeds aanschafte – dat is dan nog redelijk onschuldig. Maar ook mijn gezondheid en risicogedrag wordt algoritmisch in kaart gebracht en verkocht aan derden. Ik schijn ja te hebben geklikt.

Inmiddels is het woord ‘filterbubble’ al gemeengoed – hoe meer ik digitaal bekendmaak, hoe minder ik ooit nog verrast zal worden. Alles wordt op maat en smaak voorgeselecteerd; naar nieuwsvoorkeur, leeftijd, koop- en reisgedrag. We eindigen allemaal als ‘profiel’, op basis van, ja, van wat eigenlijk?

Franken protesteerde er tegen, op de valreep. Het gebruik van big data moet worden gereguleerd. Hij gaf drie adviezen. 1. Stel een onafhankelijke ‘auditor’ verplicht – géén overheidsorgaan, maar eerder een soort accountant, die bij iedere databezitter kwaliteit, deugdelijkheid van verwerking, opbouw van de profielen en transparantie van de procedures toetst. Verover dus greep op de ‘filterbubble’, de algoritmen en al die aannames over wie wij zijn en wat we willen. 2 Bevorder de concurrentie. Franken zei het niet zo luid, maar de digitale burger dreigt in handen van drie of vier grote bedrijven te raken. Breek die open. 3. Dataproletariërs aller landen, verenigt u! Maak de ‘black box’ van de grootdatabezitters transparant door een prijs te vragen voor onze bereidheid er nog aan mee te doen. Ooit vonden de proletariërs aller landen elkaar óók, zei hij. De consumentenorganisaties moeten die revolutie maar uitroepen.

Franken staat niet alleen. Vorige maand nam Jacob Kohnstamm afscheid na twaalf jaar als voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens. Hij hield toen een filippica tegen de gebruiksprofielen met ‘onwaarschijnlijke causale verbanden’ die ‘ingrijpende maatschappelijke gevolgen’ hebben. Er doemt een ‘algoritmisch burgerschap’ op, of zelfs digitale predestinatie. Wie als een dubbeltje is geprofileerd, zal nooit een kwartje kunnen worden, vreest hij. „Het ongecontroleerde of ongelimiteerde gebruik van die oneindige hoeveelheid persoonsgegevens”, vond hij een schrikbeeld. De individuele burger is al lang niet meer in staat om zijn eigen gegevens te beschermen – de samenleving is zó gedigitaliseerd dat ‘nee’ aanvinken geen optie meer is. Ook hij riep op tot revolutie – autonomie, vrijheid, solidariteit en pluriformiteit van de samenleving staan op het spel. Net als ‘de vrijheid om je binnen de rechtsstaat te ontplooien’. Das Digital vond hij wel een goede titel. Is er nog een goede fictieschrijver die hier een boekje over kan schrijven? Werktitel 2024? Ik koop er alvast drie, voor later.

De auteur is juridisch redacteur en commentator. @folkertjensma