Cultuur

Interview

Interview

Foto ROGER CREMERS

Bridge een ouwelullensport? Nee hoor

Wereldkampioenen

De broers Bas en Bob Drijver werden vorig weekeinde wereldkampioen met de nationale ploeg. „Bridge is niet gewoon een spelletje.”

Of ze de prinsesjes het spelletje wilden aanleren. De captain van het Nederlandse bridgeteam moest even slikken toen hij vlak na het veroveren van de wereldtitel bridge de adjudant van de koning aan de lijn had. Het is niet in een vingerknip uit te leggen. Nee, ook niet in een uurtje, of zelfs een hele dag. De drempel om bridge te leren is erg hoog: „Bridge is verreweg het leukste kaartspel dat er bestaat, maar ook het moeilijkste”, zegt Bas Drijver.

De broers Bas (36) en Bob Drijver (29) veroverden vorig weekend met Sjoert Brink, Bart Nab, Bauke Muller en Simon de Wijs de wereldtitel in het Poolse Wroclaw. In 2011 won Bas al met het Nederlandse team in Veldhoven. Toen was Bob erbij als supporter. Nu delen de broers een wereldtitel.

Een carrière maken in de bridgesport is best apart, de meesten gaan op voetbal, tennis of hockey: „In onze familie kenden we een traditie van kaartspelen”, zegt Bas. „We leerden het van onze vader. Bridge had meteen onze aandacht. We begonnen al snel in competitieverband.”

Bas, die rechten studeerde en sinds enkele jaren uitsluitend leeft van het bridge, is de oudste en de meest ervaren bridger van de twee. Toch hebben beiden het moeilijk met het beeld dat vaak van hun sport wordt opgehangen. Volgens Bob bestaan er veel misvattingen over de sport: „Bridge staat bekend als ouwelullensport. Dat imago torsen we, ondanks prestaties van jongere mensen op hoog niveau, nog steeds. Ons team is gemiddeld nog geen veertig jaar. De topspelers uit de bridgescene zijn twintigers en dertigers. De Poolse winnaar van vorig jaar is nog maar net 22 jaar oud. Op hoog niveau is het dus absoluut niet uitsluitend voor senioren.”

Bond zet in op ouderen

Inzetten op professionals doet de Nederlandse bridgebond amper, zegt Bas Drijver. „Ze zijn voornamelijk bezig met de breedtesport. De doelgroep? Ouderen. Zij hebben tijd, voor hen is het goed voor de hersencapaciteit en het gaat alzheimer tegen. De bond probeert in samenwerking met gemeenten allerlei projecten op te zetten. Op die manier werven ze relatief makkelijk en in een hoog tempo leden.”

Bridge is zo leuk dat niemand er mee stopt

Met meer dan tweeduizend clubs en honderdduizend aangesloten leden kent Nederland een grote bridgepopulatie. Het is daarmee de vierde grootste teamsportbond van Nederland. Maar ook internationaal is de bridgesport populair. Van Warren Buffet, Bill Gates tot Omar Sharif, allemaal beroemdheden met een passie voor bridge. Ooit hield een bridgetoernooi de CEO van investeringsbank Bear Stearns, Jimmy Cayne, in volle crisis zelfs weg bij de vergadertafel. „Die bridget de hele dag door, niet normaal. Het is ook zo leuk dat niemand ermee stopt. Als je er eenmaal in zit, zijn er nog weinig mensen die het niet leuk vinden”, weet Bas.

Wat hun reactie is als mensen het geen echte sport noemen? Voor hen is het een semantische kwestie. Bas: „Het is een denksport, net als schaken. Als je schaken ook geen sport vindt, klopt dat. Het hangt af van hoe je de term sport definieert. Heeft een echte sport altijd met beweging te maken? Bridge is een van de denksporten.”

Maar het is wel anders dan gewoon een spelletje, benadrukt Bas Drijver. „Klaverjassen of poker zijn spelletjes, daar speelt de geluksfactor een belangrijke rol. Bij bridge heb je zelf invloed op het spel. Het draait om 90 procent kunde en 10 procent geluk, terwijl dat bij poker bijvoorbeeld omgekeerd is. Het heeft niets te maken met wat voor kaarten je in je handen krijgt. Je teamgenoten krijgen immers precies dezelfde kaarten als je tegenstanders in handen. Dat heeft niet met geluk te maken. Het is wat je met de gekregen kaarten doet.”

Hoewel ze niet op een vast contract van de sportbond of prijzengeld hoeven rekenen, kunnen topspelers aan bridge een aardige stuiver verdienen. Bas: „Het geld in deze sport komt voort uit pure liefhebberij. Je wordt ingehuurd om in iemands team te spelen. Je kan niets winnen, er is geen prijzengeld. Enkel prestige. Zij huren jou in omdat ze het leuk vinden om aan zo’n toernooi mee te doen en bovendien nog eens kans maken. Er zijn veel kapitaalkrachtige sponsoren. De meesten hebben ook geld als water.”

Acht uur concentreren op een dag

Net als bij andere sporten vereist bridge specifieke kwaliteiten: „Een enorm uithoudingsvermogen”, grapt Bob. Toch is dat volgens zijn broer niet helemaal uit de lucht gegrepen: „Wij sporten heel veel en zien dat ook als training. De meesten van ons team zijn dan ook in fysiek goede conditie. Dat is nodig. Veertien dagen [de duur van het WK, red.] achter elkaar, acht uur lang concentreren per dag, dat vergt best veel energie. Verder kom je met goed concentratievermogen en wiskundig inzicht een heel eind.”

En inlevingsvermogen, zowel om jouw eigen partner als de tegenstander te kunnen lezen. Iets wat bij poker bijvoorbeeld nóg belangrijker is. De broers staan te boek als agressieve bridgers. Bob: „Je ziet de karaktereigenschappen van personen terug in hun manier van spelen. Bas is heel berekend, rustig en kan zich goed concentreren. Dat vind je in zijn speelstijl terug: iemand die bijna geen fouten maakt, geen gekke dingen doet en heel technisch is. Ik ben emotioneler en onstuimiger, en speel meer op gevoel. Ik probeer tegenstanders te ‘lezen’.”