Banken gedragen zich als pennystocks

De koersen van bankaandelen schieten dan weer omhoog en dan weer omlaag. Deze week waren beleggers opgetogen na nieuws uit Japan.

Matt Dunham/AP

Ooit waren bankenaandelen voorspelbaar en saai. De koersen vertoonden over het algemeen bar weinig beweging en als belegger wachtte je gewoon rustig elk halfjaar je dividend af.

Tegenwoordig gedragen ze zich eerder als pennystocks: riskante beleggingen waarvan de koersen alle kanten opzwabberen. Is er een snipper goed nieuws, dan schiet de prijs omhoog. Zit het (weer eens) tegen, dan stort de koers even hard ineen.

Deze week zag je dat weer. De Centrale Bank van Japan (BoJ) maakte nieuwe stappen bekend met betrekking tot haar monetaire beleid. Prompt knalden de koersen van bankenaandelen wereldwijd omhoog. Op de dag van de aankonding waren ze smaakmakers op de beurzen. De koersen stegen aanzienlijk harder dan die van andere aandelen. In Nederland stond de prijs van een ING-aandeel na een halve dag handelen een goede 3,5 procent hoger.

De opgetogenheid bij beleggers na aankondigingen zoals die van de BoJ, valt te verklaren. De Japanse centrale bank voert – net als centrale banken in de andere grote economieën van de wereld – al lange tijd een extreem monetair beleid. Dat beleid moet de economie stimuleren en de inflatie aanjagen. De BoJ koopt bijvoorbeeld voor tientallen miljarden per maand staatsobligaties op, waardoor de rente kunstmatig ultralaag wordt gehouden. Een lage rente is goed voor de economie, is het idee, want lenen wordt goedkoper en dat stimuleert investeringen. Zo moet uiteindelijk de inflatie ook weer stijgen.

Maar een lage rente betekent ook ‘gratis geld’ voor beleggers. Die hebben de afgelopen jaren dan ook volop geleend en dat geld weer belegd op de beurzen. Dat is de afgelopen jaren een belangrijke factor geweest achter de stijgende aandelenkoersen. De BoJ zei dat zij haar uitzonderlijke beleid voorlopig nog wel even doorzet. Zij past zelfs nieuwe kunstgrepen toe, omdat het beleid tot nu toe niet het gewenste effect sorteert. Economisch gezien gaat het dus niet goed. Maar beleggers zijn verguld: Zij krijgen in feite een nieuwe shot heroïne toegediend. Vandaar de stijgende koersen.

Verlichting voor banken

Opmerkelijk genoeg is datzelfde monetaire beleid van centrale banken juist een groot probleem voor de financiële instellingen waar beleggers hun geld in steken. De extreem lage rente drukt namelijk de inkomsten van banken, omdat zij bijvoorbeeld minder hoge rentes op hypotheken kunnen vragen. Aan de andere kant zitten ze vooralsnog klem: de rente die ze aan klanten (spaarders) betalen, is al bijna nul. Daaronder durven ze nog niet te gaan omdat mensen dan hun geld zouden weghalen bij de bank (hoewel het een kwestie van tijd lijkt voor ze dat wel gaan doen).

De marges worden daardoor steeds dunner. Banken, met name Duitse, klagen om die reden de laatste maanden steeds harder en openlijker over het beleid van centrale banken.

Dat bankaandelen desondanks niet kelderden, komt volgens analist Jos Versteeg van vermogensbeheerder Theodoor Gilissen door iets anders wat de de BoJ zei. Het geldverruimingsbeleid wordt weliswaar doorgezet, maar de Japanse bank beloofde tegelijkertijd dat de lange rente niet nog verder naar beneden gaat. „Hoe is niet helemaal duidelijk”, aldus Versteeg. „Maar het is een opsteker voor banken. Het geeft ze verlichting.”

Versteeg ziet de stap als een eerste teken dat „centrale banken rekening beginnen te houden met de moeilijke situatie waarin banken zich bevinden”. Behalve de ultralage rente kampen zij ook met een reeks andere problemen, zoals toenemende concurrentie en stijgende kosten door nieuwe regels die banken schokbestendiger moeten maken. „De BoJ toont enig begrip voor de banken.”

Of dat echt zo is en of dat voorbeeld gevolgd zal worden, moet blijken. Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank (ECB) zei deze week nog dat banken de malaise waar ze zich in bevinden vooral aan zichzelf te danken hebben, en niet aan het beleid van centrale banken. Ze zijn gewoon met te veel, aldus Draghi. Daardoor is de concurrentie hevig en is het moeilijker om kosten door te rekenen aan klanten. Draghi reageerde op de aanzwellende bankenkritiek.

Saneren, saneren

Een van Draghi’s suggesties voor die banken: ga maar efficiënter werken, zodat je minder kosten maakt. Dan kan de winstgevendheid misschien op peil blijven. Dat laatste zijn veel banken, in ieder geval Nederlandse, al driftig aan het doen. Vorige week bleek dat ABN Amro opnieuw honderden banen gaat schrappen. Concurrent Rabobank zit middenin een reorganisatie waarbij tot 2018 zo’n 12.000 banen gaan verdwijnen. Volgens de vakbonden, die net CAO-onderhandelingen hebben gevoerd met de bank, heeft de banktop daarin meteen al aangegeven dat het na 2018 niet afgelopen is met de ontslagen.

Dat kan beleggers misschien tijdelijk bekoren, maar banken die ook op lange termijn willen overleven, zullen waarschijnlijk toch met iets anders moeten komen dan alleen saneren, saneren. Al was het maar omdat niemand weet hoe lang de lage rente aanhoudt. Banken hopen op nog maximaal een paar jaar. Maar misschien gaat het wel veel langer duren. IVoorspelbaar zullen bankenaandelen voorlopig dus niet weer worden.