Balanceren op je slackline in het park

Je ziet ze met mooi weer in alle parken: slackliners. Mensen die balanceren op een tussen twee bomen gespannen band. „Het is geen circus-act, het is een sport.”

Nederland, Amsterdam, 10 september 2016 Elva Mara de Cock Buning, slackline Alle rechten voorbehouden/ All Rights reserved foto: Merlijn Doomernik

In een park vol rennende kinderen, fietsers en blaffende honden probeert een meisje geconcentreerd haar evenwicht te bewaren. Op een meter hoogte balanceert ze over een lijn die tussen twee bomen is gespannen. Halverwege veert ze op, stuitert op haar knieën op de band en slaagt ze er – nog maar net – in om weer in evenwicht te komen.

Twee bomen, een gespannen band en lopen maar. Hoewel het redelijk eenvoudig klinkt, valt slacklinen in de praktijk best tegen. „Die lijn beweegt onder je voeten. Je moet je heel erg concentreren om je heupen recht boven je voeten te houden, anders val je eraf”, zegt Elva de Cock Buning (26) uit Amsterdam. Ze kreeg haar eerste slackline in 2007 – het was de troostprijs bij een klimwedstrijd. „Het was promotiemateriaal, de sport was toen nog klein. Het heeft wel gewerkt, want ik was meteen verkocht”, lacht ze terwijl ze de lijn tussen twee bomen spant op het Museumplein in Amsterdam. „Het werkt verslavend.”

Als ze op de lijn staat, is Elva zowel fysiek als mentaal bezig. „Voor mij is het echt een manier om tot rust te komen. Ik ben volledig gefocust op mijn evenwicht en tachtig procent van wat er om me heen gebeurt, krijg ik niet mee – ik word er helemaal zen van.”

Geen koorddansen

Hoewel het veel weg heeft van koorddansen zijn er wezenlijke verschillen. Waar koorddansers over een stalen kabel lopen, doet de slackline denken aan een vijftien meter lange autogordel van elastisch materiaal. Hierdoor kun je erop stuiteren, wat de gevorderde slackliner weer uitdaagt om er trucs op uit te halen.

De sport, die zijn oorsprong heeft in de klimsport, nam een paar jaar geleden een vlucht in Europa. Enthousiastelingen spanden geïmproviseerde lijnen tussen de bomen in het park. Verkopers zagen een nieuwe rage ontstaan en begonnen daarop kant-en-klare slackline-pakketten te verkopen. Frans Burghoorn van slackline.nl uit Oosterbeek ziet het aantal slackliners nog steeds toenemen. „Onze verkoop stijgt elk jaar met een procent of 10, en zo’n lijn gaat met gemak tien jaar mee”, zegt hij. De sets die hij verkoopt kosten tussen de 50 en 150 euro. „Er is een actieve beweging ontstaan. Slackliners uit verschillende steden zoeken elkaar op via Facebook en er worden internationale wedstrijden gehouden.”

Binnen het slacklinen bestaan allerlei gradaties. Van de jongen die op een halve meter hoogte balanceert in het park tot de doorgewinterde highliner, die tussen twee bergpassen balanceert met 500 meter lucht en ledigheid onder zich.

In die laatste categorie valt Tom Peek (23). Hij beoefent de sport nu vijf jaar en geeft workshops in slacklinen. „We geven gastlessen op evenementen en scholen, en trainen gymleraren om slacklinen in hun lessen toe te passen.

Eerst balanceren

Tom leert iedereen die voor het eerst op een lijn gaat staan, eerst om op één been te balanceren. „Stappen zetten komt later wel. Ik leer ze ook gelijk om hun armen niet als een vliegtuig te houden, maar met gekromde ellenbogen. Dan is je balans beter. Verder moet je vooruit kijken in plaats van naar beneden.”

De grootste uitdaging voor beginners is volgens Tom om zowel fysiek als mentaal scherp te blijven. „Het is een samenwerking tussen je geest en je lijf. Je bent de hele tijd aan het corrigeren om je evenwicht te bewaren.”

Op het Museumplein trekt Elva met haar slackline de nodige aandacht van toeristen. „Zit jij nou op de circusschool?” vraagt een voorbijganger terwijl Elva over de lijn loopt. Ze hoort die vraag wel vaker. „Ik snap waarom mensen het denken. Het ziet er ook een beetje uit als een circuskunstje. Maar voor mij is het veel meer dan dat. Het is echt een sport.”

Elva gaat het liefst naar wat drukkere plaatsen om te slacklinen. „Omstanders reageren ontzettend leuk en willen het vaak zelf ook eens proberen.” In een halfuur op het Museumplein melden zich inderdaad drie voorbijgangers die een poging willen wagen. Een opgewekte Japanse toerist geeft voor de zekerheid zijn telefoon aan zijn vriendin – die toekijkt hoe hij net geen doodsmak maakt.

Met alle tips in het achterhoofd is er ook ruimte voor participerende journalistiek. En inderdaad: het is al lastig genoeg om op één been te blijven staan. Door de elastische lijn begint je voet direct te wiebelen zodra je je gewicht erop zet, en om dat te stoppen moet je veel kracht vanuit je enkels zetten. Gelukkig hangt de lijn niet al te hoog, waardoor je er zo weer afstapt. Na vijf pogingen lukt het om een paar seconden op de lijn te staan – lopen is echt nog een brug te ver. Elva lacht: „Dit is al heel wat! In de zomer krijg je nog wel eens dronken toeristen die beweren heel goed te zijn en het per se willen proberen. Die liggen er meestal het snelst af.”