Cultuur

Interview

Interview

Foto Merlijn Doomernik

Alles is stoffelijk

Hersenonderzoeker Dick Swaab heeft opnieuw een boek geschreven over ons brein. De titel van zijn vorige boek, Wij zijn ons brein, maakte veel mensen boos. Dat begrijpt hij niet goed. „Het feit dat de som meer is dan de delen wil niet zeggen dat we niet ons brein zijn.”

Het nieuwe boek van Dick Swaab, Ons creatieve brein, begint met de legende van Saint-Denis, de Parijse bisschop die in 250 na Christus op last van de Romeinse autoriteiten werd onthoofd op de heuvel die nu Montmartre heet. De bisschop vond dat de verkeerde plaats, dus raapte hij na zijn executie zijn hoofd op, waste het in een fontein en liep tien kilometer naar het noorden, naar de plaats die hij zelf had uitgezocht en die sindsdien Saint-Denis heet. En dan schrijft Swaab: „Er lijkt nog heel wat mogelijk te zijn zonder brein.”

U provoceert graag.

Lachje. „Door de reacties op mijn vorige boek dacht ik weleens: mensen geloven dat echt.” Hij citeert: „We zijn niet ons brein! We zijn ons hart! We zijn onze darmen! We zijn wat we eten! Er was een hoogleraar dermatologie die zei: je kunt zonder hersenen leven, maar niet zonder huid. Ik denk dat de meeste mensen niet verder zijn gekomen dan de titel en toen hun oordeel klaar hadden.”

Na uw ontdekking dat de hersenen van homoseksuelen bij de geboorte al anders zijn, kreeg u brieven gericht aan de SS-arts Mengele-Swaab.

„Ik krijg nog steeds idiote berichten, portretten met hakenkruisen erop en zo. Als ze de moeite waard zijn, gaan ze in die la daar.” Hij wijst naar de kast achter zich, in zijn werkkamer op het Herseninstituut, bij het AMC. „Er komt een tijd dat ik ze allemaal nog eens ga bekijken.”

Waarom maakt het mensen zo boos als u zegt dat we ons brein zijn?

„Misschien omdat ze graag denken dat ze alles in eigen hand hebben. Het idee van de maakbaarheid van de mens.” Hij citeert weer: „Iedereen kan alles worden, als je je best maar doet. Meisjes worden niet geboren, maar gemaakt. Je bent homoseksueel omdat je er zelf voor gekozen hebt. En als ik dan zeg: er wordt het een en ander vastgelegd in je vroege ontwikkeling, deels in de baarmoeder en deels daarbuiten, dat is geen vrije keuze, en de vrije wil is een illusie, ja, dan worden mensen kennelijk vreselijk boos.”

U citeert in uw boek de hoogleraren psychiatrie René Kahn en Frank Koerselman…

Lachje.

…die zeggen dat ‘wij zijn ons brein’ hetzelfde is als ‘een schilderij is verf’. Waarom vindt u dat onzin?

„Alles begint met verf op een doek, ja, maar een schilderij is ook wat het bij de kijker oproept. Het is verf die door de kunstenaar tot leven is gebracht. Het brein is meer dan een zak met moleculen. Het is een enorm netwerk van met elkaar samenwerkende levende cellen die ons in voortdurende interactie met onze omgeving tot unieke mensen maken. Daar ging mijn vorige boek over en daar gaat dit boek weer over, uitgebreider nog, hoe we beeldende kunst waarnemen, wat muziek doet met onze hersenen. Uit de reacties leid ik af dat veel mensen Wij zijn ons brein niet gelezen hebben, ook René Kahn niet. Ze denken dat de omgeving er voor mij niet toe doet. Maar ik zeg: zonder interactie met de omgeving kan een brein zich niet ontwikkelen en niet functioneren, en dat begint al in de baarmoeder, vanaf het moment dat het ei bevrucht wordt. Waarschijnlijk eerder, door alle factoren die op het ei en op het sperma inwerken.”

Uw vader (een gynaecoloog) was ook een man die de mensen woedend maakte.

„Met zijn lezingen over voordelen van de anticonceptiepil, ja, begin jaren zestig. En hij was de eerste in Nederland die bij vrouwen kunstmatige inseminatie deed met donorzaad, en toen wilden zijn vakbroeders hem uit de gynaecologenvereniging gooien. Als je bedoelt dat ik het niet van een vreemde heb, dan klopt dat.”

U vertelt in uw nieuwe boek dat 75 procent van het babybrein na de geboorte nog moet worden aangelegd.

„Het groeit van 350 gram naar 1.500 gram en wat erbij komt, die enorme toename, dat zijn grotendeels verbindingen tussen hersencellen. Die worden gevormd onder invloed van het functioneren van het brein en de binnenkomende informatie van de zintuigen. Er zijn een paar gebieden waar na de geboorte nog nieuwe cellen gemaakt worden, onder andere in het cerebellum, de kleine hersenen, waar de finetuning van de bewegingen gebeurt. De eerste interactie met de omgeving zie je na een week of zes, als een baby gaat glimlachen, wat voor de hechting van groot belang is en weer nieuwe processen op gang brengt. Een babybrein dat niet gestimuleerd wordt, zal altijd kleiner blijven. Het interessante is dat bij alzheimer alles in de omgekeerde volgorde weer verdwijnt, en het laatste wat verdwijnt is de glimlach.”

En ieder brein ontwikkelt zich op unieke wijze, schrijft u.

„Door een proces van zelforganisatie, dat niet centraal wordt aangestuurd door één hersengebied of geprogrammeerd door het DNA. De cellen zoeken zoveel mogelijk zelf lokaal naar de beste contacten en vormen zo dat enorm complexe netwerk dat voor iedereen inderdaad uniek is. Heb je op YouTube wel eens naar de Hensel-sisters gekeken, Abigail en Brittany, de Siamese tweeling? Eén lijf, twee hoofden, dezelfde genetische achtergrond, altijd in dezelfde omgeving geweest, alles samen meegemaakt, en toch hebben ze ieder een ander brein. Toen ze zestien werden kwam de vraag of ze één of twee keer rijexamen moesten afleggen. Het is twee keer geworden, heel verstandig. Aan het eind van die filmpjes zeggen ze zelf ook: we zijn heel verschillende mensen. Ouders van eeneiige tweelingen zeggen: onze kinderen lijken sprekend op elkaar, maar ze zijn anders, na een paar maanden zagen we het al. Op scans is te zien dat de breinen van eeneiige tweelingen verschillend zijn en de verschillen worden steeds groter. En dat komt doordat het een zelforganiserend systeem is.”

U beschrijft uzelf als een neuroreductionist, iemand die alles terugbrengt naar het stoffelijke, naar de natuur.

„En iedere bovennatuurlijke verklaring probeert uit te sluiten, ja. Sommige mensen vinden dan dat je daarmee alle magie weghaalt.” Hij citeert: „‘En de liefde dan! Die is toch meer dan stofjes en verbindingen?’ Ik begrijp dat niet. Je kunt een stofzuiger uit elkaar halen om te zien waaruit die is opgebouwd. Maar als je gaat stofzuigen, denk je daar niet meer aan. Dan is het een stofzuiger.”

Toch zegt u ook dat we het brein niet kennen door naar de cellen te kijken. De som is meer dan de delen.

„Is er een tegenstelling? Water is iets anders dan de waterstof en zuurstof waaruit het is samengesteld. Het feit dat de som meer is dan de delen wil niet zeggen dat we niet ons brein zijn. Het brein bestaat uit honderd miljard hersencellen die samenwerken waardoor er nieuwe mogelijkheden bestaan. Maar het blijft ons brein. En het functionerende brein is onze geest. Niet: het brein produceert onze geest, zoals de nieren urine produceren. Nee, het brein is onze geest.”

En de rusttoestand van het brein, schrijft u, reflecteert ons ‘zelf’.

„Waarbij rusttoestand een misleidende term is, want in feite zijn de hersenen altijd zeer actief, dag en nacht, ook als er geen taak wordt uitgevoerd of externe stimuli worden aangeboden. Vergelijk het met een loeiende motor die stationair op volle toeren draait, klaar om te reageren op de buitenwereld. Eén groep hersenstructuren, het zogenaamde defaultnetwerk, is dan extra actief, en het lijkt erop dat het betrokken is bij toestanden als introspectie, dagdromen, de spontane gedachtestroom. Een beroemde zangeres luisterde in een functionele MRI-scanner naar Mozart-aria’s die afwisselend door haarzelf gezongen werden en door een ander. Als ze naar zichzelf luisterde was het defaultnetwerk veel actiever.”

U geeft ook het voorbeeld van de man met het syndroom van Cotard.

„Hij had geprobeerd zelfmoord te plegen door een elektrische waterkoker in zijn bad te werpen en ontwikkelde vervolgens de waan dat zijn hersenen dood waren – kenmerkend voor het Cotard-syndroom. Mensen die dat hebben verliezen hun gevoel van ‘zelf’, ze lijden aan depersonalisatie. Uit een scan bij die man bleek dat er laesies waren in het defaultnetwerk. Het was sterk verminderd actief.”

Wat is zelfbewustzijn?

„Het bewustzijn van je eigen identiteit en jouw plaats in de omgeving, merken wat jouw brein analyseert en heeft meegemaakt.” Korte stilte. „Er valt veel meer over te zeggen, het is een probleem waar filosofen zich al duizenden jaren het hoofd over breken. De essentie is voor mij dat ook het zelfbewustzijn stoffelijk te verklaren valt. Het heeft me geholpen om met filosofen te praten die op de oude toer van het dualisme zijn en in bovennatuurlijke verklaringen lijken te geloven, maar die wel willen luisteren, willen communiceren, en niet alleen maar heftig reageren.”

Lukt het u om ze van uw gelijk te overtuigen?

„Hangt van de persoon af. Hun probleem is dat er geen experimenten zijn die laten zien dat er meer is tussen hemel en aarde. Ieder experiment klopt steeds weer met het idee dat alles stoffelijk is.”

Er zijn hersenwetenschappers die zeggen dat het zelfbewustzijn ook een illusie is.

„Ik zie het niet als illusie. Het is van een andere orde dan de zin van het leven of de vrije wil.”

Wat volgens u dus wel illusies zijn.

„Ja, dat zijn duidelijk illusies.” Lachje. „Juristen zeggen dan dat de hele rechtspraak is gebaseerd op vrije wil en die worden heel boos als je ze uitlegt dat die niet bestaat. Maar waarom? Volgens mij is het niet belangrijk voor de rechtspraak. We leven in een complexe maatschappij en die kan alleen functioneren als er regels zijn. Je moet je aan die regels houden en als je dat niet doet, moet je daarop gewezen worden. In de apenmaatschappij krijg je een lel, wij hebben dat uitbesteed aan de politie en aan juristen. Als je die lel niet krijgt, wordt de maatschappij boos. Die wil dat de regels gehandhaafd worden.”

Frans de Waal.

„Buiten mijn vakgebied zijn er voor mij twee grootheden, en dat zijn Darwin en Frans de Waal.”

Toch vraagt u zich in Ons creatieve brein af of het universum u dit boek heeft laten schrijven en u vindt dat moeilijk te accepteren.

„Natuurlijk, we hebben allemaal het idee dat we vrij zijn, met een doel en de mogelijkheid om vrije keuzes te maken. We leven met die illusies. Maar het blijven illusies. Je beslissingen worden onbewust genomen in het rechterdeel van je brein en pas een halve tot zeven seconden later dringt tot je bewustzijn door wat je besloten hebt. Vervolgens maak je er met het linkerdeel van je brein een verhaaltje bij dat logisch lijkt, maar het niet hoeft te zijn.”

Hoe neemt het rechterdeel van het brein beslissingen?

„Er wordt continu berekend wat verstandig is om te doen, gezien de omstandigheden. In een experiment met een splitbrainpatiënt – iemand bij wie de verbinding tussen links en rechts is verbroken – werd aan de rechterhelft de opdracht gegeven om op te staan en weg te lopen. Hij stond op en liep weg. Toen hem gevraagd werd waarom hij dat deed, zei hij niet: ‘jullie hebben me net de opdracht gegeven’. Nee, hij zei: ‘ik ga even een chocolaatje halen’.”

In de besluiten die rechts genomen worden, schrijft u, zit je hele geschiedenis, je hele omgeving…

„…en alles wat je geleerd hebt, ja. Alles wordt voortdurend meegenomen.”

Ons brein beïnvloedt onze beroepskeuze.

„En onze beroepskeuze beïnvloedt ons brein.”

Wat zegt het over u dat u geen clinicus bent geworden, maar zich altijd hebt beziggehouden met dood hersenweefsel?

„Dood? Daar kunnen we het over hebben. Ik ben bezig met de moleculen die de basis zijn voor het leven. Ik probeer vanuit de dode materie te vertellen hoe die tijdens het leven heeft gefunctioneerd. En ik ben niet in dierexperimenten blijven hangen. Ik heb altijd geprobeerd om een brug te slaan naar de mens en naar toepassingen in de kliniek.”

U bent niet muzikaal, schrijft u.

„Ik luister graag naar muziek, maar de pianolessen van mijn grootmoeder Sara Swaab waren geen succes. Ze was streng en humorloos. Pas later begreep ik wat haar getekend had. Haar zoon, de broer van mijn vader, was met zijn vrouw en hun pleegdochter vermoord in de Duitse concentratiekampen. Mijn vader zat ondergedoken. Het gebrek aan muzikaliteit heb ik trouwens van hem.”

Leest u romans?

„Tot mijn vijfentwintigste heb ik de Nederlandse literatuur heel goed bijgehouden, alles gelezen, en toen ben ik ermee opgehouden. Ik kreeg elke keer het gevoel dat ik het verhaal al kende. De liefde, en dan alle problemen die daarbij komen, op honderd verschillende manieren. Ik lees liever non-fictie, dan krijg ik nieuwe informatie.”

U kunt moeilijk gezichten herkennen.

„Wat ik ook van mijn vader heb. En ik ben dyslectisch.” Lachje. „Ik heb een brein met mogelijkheden en beperkingen, net als iedereen. En als je bedoelt dat ik autistische trekken heb, dan klopt dat ook.”

Uw vader had alzheimer en u schrijft dat bij tachtig procent van de 75-plussers in het hersenweefsel de voor alzheimer kenmerkende beschadigingen gevonden worden.

„Vind je dat ik al achteruit ga? Ik ben een kind uit de Hongerwinter en ik heb net meegewerkt aan een stuk in Brain waarin staat dat kinderen die hun vroege hersenontwikkeling in de baarmoeder meemaakten tijdens de Hongerwinter kleinere hersenstructuren hebben en waarschijnlijk eerder in het alzheimertraject komen.”

U houdt uzelf dus goed in de gaten?

„Dat is mijn angst, dat ik dat niet kan. Een derde van de alzheimerpatiënten merkt niet dat het begonnen is. Het brein heeft een slecht overzicht over wat er in het brein gebeurt. Ik hoop dat mijn omgeving goed oplet.”

U denkt niet: het is zoals het is?

„Nee, ik wil dat traject niet in. Gelukkig leven we in een land waarin euthanasie een van de opties is.”

Heeft u de middelen in de kast staan?

„Ik zit hier te midden van de chemicaliën, dus voorlopig zit ik goed.” Lachje. „Maar je kunt het beter laten doen door iemand die er ervaring mee heeft.”