Zijn been en carrière werden gered door legende Eric Heiden

Interview Wielrennen

Taylor Phinney, het Amerikaanse wonderkind van weleer, brak in 2014 op afschuwelijke wijze zijn been. Nu pas heeft hij weer ‘dat ouderwetse gevoel’.

Taylor Phinney in voorbereiding op zijn tijdrit in de Eneco Tour, deze week in Breda. Foto Merlin Daleman

Hippe snor, opvallende tattoo op de linkeronderarm, zijn machtige lichaam gehuld in het aerodynamische pak van de Amerikaans kampioen tijdrijden. Maar vooral: dat vreselijke litteken op het linkeronderbeen, een ‘ritssluiting’ van boven tot onder. Wie heeft oog voor Taylor Phinney, op zomaar een dinsdagmiddag in Breda? Hooguit een handjevol fans staat voor de tijdrit in de Eneco Tour bij de bus van zijn ploeg BMC. Belgen, voor kopman Greg Van Avermaet.

Ongeëvenaard, hoe strak Phinney een kwartier later de bochten bij start en finish aansnijdt. Zijn zevende plaats valt nauwelijks op. Toch behaalt het voormalige wondertalent hier cruciale winst, al was het maar voor zichzelf. „Voor het eerst sinds mijn beenbreuk van twee jaar geleden had ik weer dat ouderwetse gevoel. Opwarmen, timechecks, vertrekken om te winnen. Voor het eerst voelde ik onderweg weer de sensaties van het racen tegen mijn limieten, zonder die pijn in mijn been.”

Krap vijf jaar terug won de nu 26-jarige Amerikaan de proloog van de Eneco Tour, zijn eerste zege als prof. „Het voelt als een lifetime geleden”, vertelt hij na de tijdrit, als adrenaline en hartslag na de tijdrit zijn gezakt, en hij naast de ploegbus in een stoel is geploft. Zijn glory days als wondertalent. Zoon van oud-prof Davis Phinney en voormalig olympisch kampioene Connie Carpenter. Pas vijftien jaar bij zijn eerste koers en meteen de beste van allemaal. Al voor zijn twintigste meervoudig wereldkampioen tijdrijden (junioren en beloften) en op de baan (senioren). Twee keer winnaar van Parijs-Roubaix voor beloften. Fabian Cancellara 2.0, met zijn 1,96 meter en ruim 80 kilo spieren. Met een iconische uitstraling als landgenoot Lance Armstrong bovendien.

Tot die noodlottige middag in Chattanooga (Tennessee), 26 mei 2014, een paar weken voor zijn Tourdebuut. Phinney heeft twee dagen eerder de tijdrit gewonnen. Met een dubbelslag zou hij weer een stukje van zijn belofte inlossen, na een tweede plek bij de WK tijdrijden in 2012 en proloogwinst in de Giro een jaar later. Op kop van het peloton stort hij zich naast zijn vriend Lucas Euser met 90 kilometer per uur in de afdaling van de Lookout Mountain. Die naam, ja.

Gruwelijke beenbreuk

Ineens doemt vlak voor hem een motorrijder op. Euser schiet er aan de binnenkant langs, schampt een rots en komt er met een kapotte fiets vanaf. Phinney klapt aan de andere kant op de vangrail en breekt op gruwelijke wijze zijn linkeronderbeen. „Ik heb nog nooit in mijn leven zoveel pijn gehad. Ik besefte meteen dat het mis was. Terwijl ik daar aangeslagen op de grond zat, vroeg ik me al af of dit het einde van mijn carrière betekende.”

Ooggetuige Euser komt de schrik nooit meer te boven, en stopt een jaar later gedesillusioneerd met wielrennen. „Taylor had op zijn 24ste al zijn been kunnen verliezen”, schetst BMC-ploegleider Allan Peiper de ernst van de meervoudige breuk. Phinney wordt geopereerd door chirurg Eric Heiden, schaatslegende en vriend van de familie. „Hij is een uitstekende dokter en een geweldige persoon”, zegt Phinney. Toch hoeft hij aan een snelle comeback niet te denken. „Na een maand of zo zag ik in dat ik eerst weer een normaal mens moest zien te worden.”

Anderhalf jaar revalideerde hij. „Ik kan nog altijd niet normaal rennen, ik heb totaal geen explosieve kracht in mijn linkerkuit. Van de winter duik ik maar weer de gym in voor krachtoefeningen.” Een dramatische periode? Integendeel, zei hij dit jaar in het blad Velonews. „Ik ben er honderd procent dankbaar voor. De anderhalf jaar van mijn herstel waren de beste anderhalf jaar in mijn leven.”

Ja, hij snapt best dat zo’n uitspraak vragen oproept. „Het leek wel of er na het ongeluk in mijn hoofd een atoombom ontplofte”, vertelt hij over zijn zoektocht als mens. Phinney ging schilderen, nam vlieglessen, las wetenschappelijke boeken over zwarte gaten. „Het cliché van de big picture”, lacht hij. Maar er zit zoveel meer achter. Aangrijpend filmpje maakte hij erover, te zien op Youtube, samen met zijn vader die aan Parkinson lijdt. Alle relativering van zijn eigen wielerleed in één zin. „Als mijn vader één dag kon ruilen met mijn slechtste dag, zou hij dat meteen doen.”

Comeback in Colorado

Toch, de fiets bleef lonken. Vorig jaar negeerde hij het advies zich te laten afkeuren en via zijn verzekering een miljoenenpremie te incasseren. Hij maakte een voor onmogelijk gehouden comeback in de Ronde van Colorado, waar hij nota bene in een massasprint direct won. Even later volgde in eigen land met BMC de wereldtitel ploegentijdrit. „Het leek of ik een computerspelletje speelde”, kijkt hij terug. „Ik was zo sterk, alles lukte.” Het wonderkind won weer, maar het gevoel was heel anders dan voorheen.

„Ik hield altijd van het euforische gevoel van winnen maar begreep toen nog niet wat het voor mezelf betekende”, zegt Phinney. „Ik moest en zou winnen omdat anderen zeiden dat ik het grote talent was. Na mijn ongeluk heb ik mentaal en psychologisch een dieper inzicht in wat mijn plaats is in het universum. Soms bekijk ik de schilderijen die ik maakte tijdens mijn herstel. Ze vertellen me nu nog hoe ik me toen voelde. Je komt erachter dat winnen op zichzelf niets is, het belangrijkste is hoe je omgaat met verlies en tegenslag.”

Diepe inzichten, relativeren. „Boy is man geworden”, vatte zijn moeder samen in Velonews. Maar ambities als profwielrenner? „Ik zie het zo: sommige mensen hebben competities en races nodig om geïnspireerd te raken het beste uit zichzelf te halen. Ik waardeer dat wel en jaag het weer na. Maar nu met mijn volle bewustzijn. Dat geeft alles extra waarde.”