Column

Rode beauty Pikachu

Pikachu is even oud als de Rimboe. Op 1 februari 2000 kwam de dierenwinkel aan de West-Kruiskade in handen van Esdra. De dag erop kwam de arapapegaai in zijn leven. Net geboren en volkomen kaal. Esdra’s moeder verzorgde thuis de vogel in de eerste weken, zoals ze wel vaker doet met vondelingetjes en nieuw dierenleven. Het was tijdens de eerste golf van de grote Pokémonrage, toen kinderen nog kaarten verzamelden in plaats van naar hun mobiel te staren op zoek naar pocket monsters. Logisch dat de ara naar een van de hoofdrolspelers van het spel genoemd werd.

Pikachu werd vanaf dag één door de Rimboebezoekers in het hart gesloten. „Hij is de mascotte van de hele West-Kruiskade geworden”, aldus Esdra.

Het eerste wat Esdra doet als hij ‘s morgens binnenkomt, is naar de tak van Pikachu lopen om hem met een kusje goedemorgen te wensen. „Lekker geslapen, Pikachu?” „Ja ja!” schreeuwt de vogel dan. Hij zegt wel meer dingen. „Merhaba” tegen Turken, „Salaam Aleikum” tegen Arabieren.

Vaste klanten brengen vaak iets lekkers mee voor de mascotte. Zo vindt Pikachu een kippenbotje van Kentucky Fried Chicken, achtergelaten door een van de stagiairs, een ware delicatesse. Buurvrouw Vesna zoekt aan de Heemraadssingel hazelnootjes voor hem. Kleine Wail geeft hem vrijdags altijd een patatje van Bram Ladage, en de jonge kickbokser Hamza laat hem regelmatig een dopje van zijn AA-energiedrankje drinken. Op Esdra’s verjaardag krijgt Pikachu net als de rest van de Kade een stukje van de slagroomtaart van banketbakkerij Specker. De Suri’s voeren hem af en toe een pepertje. Ze denken dat ‘ie daar beter van gaat praten. Ook Esdra gelooft in de magische krachten van de papegaai. Pikachu heeft absoluut mensenkennis. „Als een persoon niet oké is, voelt ‘ie dat, zeker weten. Dan bijt hij en gilt hij, niet normaal!”

Maar de meesten zijn de roodkoppige beauty goedgezind; ze aaien hem, fluisteren hem liefkozende woordjes toe, willen met hem op de foto. De buurt maar ook toeristen maken een selfie met de prachtvogel. Op hun schouder, of soms bij de hele stoere op het hoofd. „Hij is de ontstresskip van de buurt” zegt Esdra, „de winkel is zijn huis.”