Recensie

Restaurant voor vis zonder opsmuk

Foto Rien Zilvold

Op de hoek van de Oudedijk en de IJsclubstraat — hardcore Kralingen — zit sinds een jaar een intiem restaurantje dat de alleszeggende naam Vis op de Dijk draagt. Om biefstuk, varkenshaas en lamskotelet hoef je hier niet te vragen — hoewel, als je per se geen vis lust, zo horen we later op de avond, zijn de uitbaters niet te beroerd om zich naar de supermarkt verderop te reppen voor een alternatief. Zo zijn ze dan ook wel weer, maar ze hebben zich nu eenmaal toegelegd op alles wat uit het water komt. Dat heeft misschien te maken met waar ze vandaan komen: voordat ze zich in Rotterdam vestigden, hadden ze een camping aan de Zeeuwse kust.

Zowel langs de voorgevel als langs de zijgevel heeft Vis op de Dijk een terras, maar we besluiten dat het te fris is om buiten te zitten. Binnen kunnen we kiezen tussen beneden of de entresol. We vinden het prettig om naar buiten te kunnen kijken, dus het wordt de ronde tafel aan het grote zijraam. Zo hebben we ook zicht op de keuken achterin en de bar langs de zijwand daarvóór. Op een schoolbord staat wat vanavond buiten de kaart wordt geserveerd, maar dat gaat van ons uit gezien schuil achter de kapstok. De aardige mevrouw die ons verwelkomde, leest het voor, waarbij opvalt dat ze graag verkleinwoorden gebruikt. Ze heeft het over „visje, oestertje, bouchotje, scharretje, grietje, filetje”. Haar jongere collega spreekt even later van „vissie”, wat wel zo gezellig is.

We kijken ook nog even op de menukaart, maar die doet met zijn zwartgerande kaders denken aan de pagina familieberichten van de krant zodat we haastig een fles witte wijn bestellen.

Vooraf delen we bouchotmosselen („mosseltjes”, zou ik bijna zeggen), oesters en gefrituurde ansjovis (10 euro). Mijn vrouw vindt dat manneneten, misschien omdat je ze met kop en staart opeet. Ze komen met een ravigotesaus waar je ze lekker in kan dopen. De mosselen (10 euro) zijn bereid in een roomsaus met een pepertje erin en de oesters (16,50 euro) zijn vlezig en zeeïg.

Zo raakt de fles rueda (26 euro) haast ongemerkt (maar niet onopgemerkt, hij is een frisfruitige allemansvriend) leeg en gaan onze gedachten uit naar een gekoelde, lichte rode wijn bij de gebakken griet en de snoekbaars. We hebben keuze uit een Californische pinot-noir en de huiswijn, een Italiaanse merlot. Beide mogen we proeven. De vrees dat de Amerikaan naar bubblegum smaakt, wordt bewaarheid: de herinnering aan Bazooka Joe dringt zich op. Het wordt dus de elegante Italiaan die luistert naar de naam Il Cigno (21 euro).

Zoals het restaurant niet gebukt gaat onder overbodige opsmuk, komen de vissen („visjes”, had ik haast geschreven) op eenvoudige maar doeltreffende wijze bereid op tafel. Griet is een platvis die zich mag verheugen in toenemende populariteit, niet in de laatste plaats door de gunstige prijsverhouding ten opzichte van tong en tarbot; het vlees van de griet doet intussen niet onder voor dat van die duurdere soorten. Gewenteld in bloem en gebakken in boter kan er bijna niets misgaan. Mijn vrouw en haar vriendin die ons vergezelde meenden evenwel dat de vis „misschien iets te lang gebakken” was. De begeleidende saus had minder zoet gekund.

Zelf koos ik de snoekbaars, een zoetwatervis waarvan ik twee flinke filets („filetjes”, schreef ik bijna) met zeekraal, dille, peterselie en hollandaisesaus krijg. De vis is wat mij betreft goed gebakken; hij heeft een mooie structuur en een stevige (maar niet vissige) smaak. Wel vind ik de citroensaus te dun, die hoort lobbiger te zijn.

Als bijgerechten worden frites en een salade van veldsla geserveerd, ook weer zonder pretenties en zodoende passend bij het prettig eenvoudige karakter van de zaak. Qua desserts zou Vis op de Dijk juist wat meer ambitie aan de dag moeten leggen.