‘Pijpleidingen veiligste manier olievervoer’

Dat zeggen voorstanders van de aanleg van een omstreden pijpleiding in North Dakota.

Betogers demonstreren tegen de aanleg van de beruchte oliepijpleiding. Foto Robyn Beck / AFP

De aanleiding

In de Amerikaanse staat North Dakota demonstreren leden van de inheemse bevolking al maanden tegen de aanleg van de Dakota Access Pipeline, een ondergrondse oliepijpleiding om ruwe olie uit de schalievelden te vervoeren naar opslagplaatsen in Illinois en vandaar via bestaande leidingen naar raffinaderijen.

Demonstranten van de Sioux-bevolking hebben bij de plaats Cannon Ball een kamp van wigwams opgezet om actie te voeren tegen de bouw door de initiatiefnemer, Energy Transfer Partners uit Dallas. Volgens de tegenstanders, die steun krijgen van milieuactivisten en inheemse groepen uit het hele land, vormt de ongeveer 1.800 kilometer lange leiding een gevaar voor de drinkwatervoorziening, omdat die bij hun traditionele leefgebied de rivier Missouri doorkruist. Ze vrezen een lek.

Hoewel een federale rechter het verzoek van de Sioux om stillegging van de aanleg verwierp, vroeg de regering het bedrijf de bouw vrijwillig op te schorten.

De bestuursvoorzitter van Energy Transfer Partners, Kelcy Warren, wil doorgaan.

Waar is het op gebaseerd?

Belangenorganisaties in de oliesector wijzen regelmatig op pijpleidingen als de veiligste methode om olie en gas te vervoeren. Ze baseren zich daarbij op rapporten als dat van het Fraser Institute, een Canadese denktank die de energiesector gunstig gezind is. In een rapport uit 2015 vergeleek de groep olietransport per pijpleiding met het belangrijkste alternatief in Noord-Amerika: vervoer per trein. Conclusie: het risico op een ongeluk bij olievervoer per trein ligt 4,5 maal hoger per vat vervoerde olie.

En, klopt het?

Het hangt ervan af wat je verstaat onder veiligheid. Het is waar dat olietransport per trein de afgelopen jaren tot ernstige ongelukken leidde. Treinvervoer nam exponentieel toe in Noord-Amerika, omdat enkele grote olieproducerende regio’s te weinig pijpleidingcapaciteit hebben.

Die stijging heeft geleid tot spectaculaire ongelukken, zoals de ramp met een olietrein in Lac-Mégantic in de Canadese provincie Quebec in 2013. Een trein met 74 tankwagons ontspoorde in het centrum en kwam tot ontploffing: 47 doden.

Sinds 1999 zijn in Noord-Amerika geen doden gevallen bij ongelukken met pijpleidingen. Pijpleidingen gaan, in tegenstelling tot spoorwegen vaak niet door dichtbewoonde gebieden. Rapporten van onder meer het State Department en het Manhattan Institute onderschrijven dan ook dat leidingen veiliger zijn.

Toch zijn er enkele belangrijke kanttekeningen. Als een leiding lekt, bestaat de kans dat een grotere hoeveelheid olie vrijkomt. Zo leidde een breuk van een pijp in Michigan in 2010 ertoe dat ruim drie miljoen liter olie de Kalamazoo-rivier instroomde. Volgens het International Energy Agency waren er tussen 2004 en 2012 zes maal zoveel ongelukken waarbij olie vrijkwam uit treinen dan leidingen, maar was het gemiddelde leidinglek „veel ernstiger”.

Daar komt bij dat leidingen voor een belangrijk deel onder de grond liggen. Hoewel er technologie is voor inspectie van binnenuit, kan een lek daarom langer onopgemerkt blijven. Vooral bij oude leidingen is dat een probleem, aldus ProPublica.

Conclusie

Bij ongelukken met leidingen vallen minder vaak doden dan bij olietransport per spoor. Dat blijkt uit recente ervaringen, en ook diverse rapporten onderschrijven dat. Maar er zijn wel kanttekeningen te maken: áls het misgaat met een pijpleiding dan zijn de gevolgen voor het milieu groot. Alles overziende beoordelen we de stelling als grotendeels waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt