Opinie

Ongeduld is achilleshiel van optimistische Rutte

Debatcoach Lars Duursma registreerde hoe Mark Rutte de angel uit verwijten haalde.

Premier Mark Rutte in vak K. Foto Remko de Waal/ANP

‘Een jaar geleden richtte ik hier ook het woord tot u. Ik zei toen dat de toestand van ons land niet goed was. Dat er niet genoeg eenheid was in dit land. U zult mij vandaag niet horen zeggen dat alles nu in orde is. Dat is niet het geval. Laten we eerlijk zijn in onze analyse: Nederland maakt een existentiële crisis door!”

Nee, dit is niet hoe premier Rutte zich tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen tot het parlement richtte. Het zijn de eerste, uiterst deprimerende woorden van Jean-Claude Juncker uit zijn State of the Union – alleen ‘de EU’ is vervangen door ‘Nederland’.

Ziedaar in één alinea het verschil met premier Rutte. Want ook bij het belangrijkste debat van het jaar ging hij goedgemutst van start. Het is de kracht van onze premier: niet alleen z’n toon is optimistisch, hij heeft zichtbaar plezier in het debatteren.

Klassieker in z’n trukendoos: metacommunicatie. Rutte reageert vaak niet direct, maar benoemt wat er gebeurt. Of wat hij nu zou kunnen doen. Op Roemers harde verwijt dat hij geen interesse toont in jongeren met een Wajong-uitkering reageerde hij kalmpjes: „Ik vind het zo bijzonder dat we nu weer een wedstrijd krijgen: wie gaat er meer op werkbezoek? Dan moet ik weer zeggen dat ik iedere week twee uur lesgeef op een school met allochtone kinderen. Ik wil die strijd helemaal niet aangaan met Roemer.” Hoppa, angel uit het verwijt.

Ook populair bij de premier: agree to disagree. In debat met diezelfde Roemer: „Uiteindelijk gaan Emile Roemer en ik het hier niet over eens worden. Dat is ook niet erg. Misschien is het juist wel goed dat we in de politiek een verschillende aanpak kiezen.” Oftewel: daar verder over debatteren heeft niet zo veel zin.

De premier deelt graag een plaagstootje uit. Zo vertelde hij dat het Nationaal Zorgfonds tot een „staatssocialistische moloch” zou leiden, om kort daarna af te sluiten met: „Tot zover mijn opbouwende kritiek.” Je ziet z’n ogen twinkelen elke keer dat hij de SP – als enige in de Kamer – voluit „de Socialistische Partij” noemt.

Maar die blijdschap kan binnen een minuut omslaan, als een acteur die plotseling uit z’n rol valt. En dan zien we ineens een geïrriteerde man. Weg is het goede humeur, weg is het optimisme. Verbeten sloeg hij bij de Algemene Politieke Beschouwingen om zich heen bij eindeloze discussies over of hij als premier wel „pleurt op” had mogen zeggen. En wat het kabinet gaat doen met de uitkomst van het Oekraïne-referendum. En waarom dat zolang duurt. Het lijkt erop dat Ruttes toon vooral omslaat als zijn geduld opraakt: omdat een discussie erg lang duurt, of nu inmiddels al dertig keer gevoerd is.

In verkiezingsdebatten zal dat geen enkel probleem voor hem zijn: die duren veel te kort om ongeduldig te raken. Maar tot die tijd weten politieke tegenstanders hoe ze de premier uit zijn evenwicht kunnen krijgen. Ze weten wat z’n achilleshiel is. Want bij de optredens van Juncker weten we tenminste nog wat we kunnen verwachten. Bij Mark Rutte blijft dat altijd spannend. Hij zal tot de komende verkiezingen nog veel eindeloze discussies moeten voeren waarbij z’n geduld flink op de proef wordt gesteld. Als zijn politieke tegenstanders tenminste hun vak verstaan.

Lars Duursma is oprichter van Debatrix. Hij traint internationale leiders in politiek en bedrijfsleven bij belangrijke speeches en presentaties.