Opinie

Niet soepbus, maar handhaving is het antwoord op overlast

Daklozen die geen gebruik maken van opvang en met hun zwervende bestaan voor problemen zorgen, moeten stevig in het gareel worden gebracht, vindt Michel van Elck.

Donderdag debatteerde de Rotterdamse gemeenteraad op verzoek van Leefbaar Rotterdam over het voornemen van stichting De Ontmoeting om iedere vrijdagavond een soepbus voor zwervers en junks nabij de Witte de Withstraat te plaatsen. Zoals NRC Rotterdam op 16 september berichtte, maakten lokale horecaondernemers zich ernstig zorgen om de aanzuigende werking op de toch al groeiende groep dak- en thuislozen in deze populaire uitgaansstraat, met een toename van misstanden als bedelarij, diefstal, dealen en drugsgebruik tot gevolg. Er is weinig fantasie voor nodig om een voorstelling te maken van de gevaarlijke situaties die kunnen ontstaan wanneer de groep verslaafde zwervers zich op de drukke vrijdagavond onder het uitgaanspubliek mengt. Naar aanleiding van de ontstane commotie besloot de initiatiefnemer zijn plannen daags voor het debat af te blazen. Een juiste stap. Niet een soepbus, maar handhaving is het passende antwoord op overlast.

Tijdens het debat kreeg Leefbaar Rotterdam van partijen ter linkerzijde het verwijt „kil” en „inhumaan” te zijn. Een vermoeiend riedeltje. Er is natuurlijk niets inhumaans aan handhaving. Stelen, dealen en bedelen zijn verboden in Rotterdam en moeten worden aangepakt. Punt. Daarnaast is het nota bene aan toenmalig Leefbaar-wethouder Marianne van den Anker te danken dat niemand in Rotterdam op straat hoeft te slapen. Een lijn die mijn partij nog altijd met volle overtuiging steunt. Daklozen uit de regio Rotterdam kunnen dag en nacht in de opvang terecht. Wie van deze mogelijkheid echter geen gebruik maakt en met zijn zwervende bestaan de samenleving met overlast opzadelt, moet stevig in het gareel worden gebracht. Voor hen geen soepbus, maar een politiebus. Voor Oost-Europese en illegale daklozen is geen toekomst in Rotterdam. Zij moeten ogenblikkelijk en zonder uitzondering terug naar het land van herkomst –indien nodig onder dwang. Niet inhumaan, maar streng doch rechtvaardig.

Wat wél inhumaan is, is om met politiek-correcte motieven je handen van deze mensen aftrekken. Ze met een smartelijk gezicht zielig noemen, maar ondertussen consequent iedere oplossing van het probleem in de weg staan. Sterker nog: het probleem actief in de hand werken. Juist de partijen die ons inhumaan noemen, zorgen met hun open grenzenideologie voor de instroom van kansarme Oost-Europeanen met een enkele reis bedelstaf op zak. Het zijn juist die partijen die er met hun Bed-Bad-Broodregeling voor zorgen dat illegalen het land niet verlaten, maar in Rotterdam blijven rondzwerven.

„Realiseert u zich wel dat de mensen over wie u spreekt óók iemands kind zijn?”, zo kreeg ik tijdens het debat voor mijn voeten geworpen. Jazeker. En juist daarom kiezen wij voor échte oplossingen. Want met wegkijken zijn zowel de samenleving als daklozen en illegalen niet geholpen.

Michel van Elck is raadslid voor Leefbaar Rotterdam.