Recensie

Witte, ben je gek geworden?

Identiteit of fictie

Is een schrijver vrij in het kiezen van de huidskleur van zijn of haar personage? In de verbeelding mag alles, daar is iedereen het wel over eens, maar wat zijn de consequenties van onbeperkte verbeelding?

©

‘Het soort fictie dat we ‘‘mogen” schrijven loopt het gevaar om zo afgeschermd te worden, zo ingekapseld, zo op-je-tenen-lopen, dat we er maar beter aan doen om de onderneming af te gelasten, in plaats van af te zwakken.’ Dit zei de Amerikaanse schrijfster Lionel Shriver (1957) eerder deze maand in het Australische Brisbane. Hoewel haar gevraagd was om te spreken over ‘gemeenschap en samenhang’ besloot ze een lezing te geven over ‘fictie en politieke identiteit’. Welke identiteiten mag je je personages meegeven in romans en waar ligt de grens van stereotypering? Of, scherper geformuleerd: mag een witte schrijver zwarte personages opvoeren om zo de zwarte stem te verwoorden? Shriver gaf in haar laatste roman De Mandibles (Boeken, 09.09.16) een rol aan een Mexicaan en een zwarte, demente vrouw – en kreeg kritiek. Haar personages zouden stereotypen zijn, waarbij de Spaanstalige man nog net geen sombrero droeg.

Shriver vindt die kritiek onzin: de Mexicaan was gewoon een Engels sprekende Amerikaan (inderdaad met Mexicaanse wortels) en de zwarte vrouw was er om aan te geven dat de witte man die met haar trouwt progressief wil zijn. Je kan dat laatste als ironisering zien van die witte man, maar je ook afvragen of een zwarte vrouw niet meer credits verdient dan als plot-element opgevoerd te worden, en dan ook met nog een dement, boos karakter, dat uiteindelijk aan een hondenriem wordt meegevoerd.

Slecht voor de ziel

De lezing van Shriver bleef niet onopgemerkt. The Guardian plaatste de tekst integraal. Shriver verdedigt niet alleen De Mandibles, maar benadrukt ook de onbegrensdheid van de verbeelding. Niet elke thrillerschrijver hoeft een moordenaar te zijn, stelt ze. En gelukkig maar. Maar inmiddels is er volgens haar wel een cultuur ontstaan waarin je niet meer vrij kan zijn in de keuze van de personages: ‘Inmiddels zou ik wel twee keer nadenken – misschien nog wel vaker – voordat ik aan een roman zou beginnen vanuit het perspectief van een personage dat een ander ras heeft dan het mijne – omdat ik mezelf als beeldenstormer zou kunnen verkopen. Maar dat beperkt de vrijheid van mijn fictionele universum, en dat is niet goed voor mijn boeken, en evenmin voor mijn ziel.’

Na Shrivers lezing plaatste The Guardian een artikel van de Australische schrijfster en activiste Yassmin Abdel-Magied die uitlegde waarom ze tijdens die lezing was weggelopen. Was respect voor wie de ander is nu zo veel gevraagd, vroeg ze zich af: ‘Het is niet altijd oké wanneer een witte man over een Nigeriaanse vrouw schrijft. Alleen al omdat de Nigeriaanse vrouw minder kansen heeft om uitgegeven te worden. Het is niet oké om het verhaal van een inheemse man te vertellen, want wanneer heeft die inheemse man zelf de kans gehad om zijn versie te geven?’

Shriver verdedigt niet alleen De Mandibles, maar benadrukt ook de onbegrensdheid van de verbeelding.

De discussie gaat dwars in tegen het idee dat de verbeelding onbegrensd is, of het idee dat een goede schrijver zich in elk personage kan inleven. Die laaide al eerder op toen de Noorse Asne Seierstad De boekhandelaar van Kabul publiceerde, een boek dat het midden hield tussen oorlogsroman en literaire non-fictie. De boekhandelaar en zijn tweede vrouw eisten via de rechter genoegdoening voor de manier waarop Seierstad met hun verhaal ‘aan de haal was gegaan’. Uiteindelijk moest Seierstad 31.000 euro betalen. Abdel Magied vindt het ‘aan de haal gaan’ met andermans verhaal een vorm van imperialistisch denken waarbij de schrijver meent: ‘Ik wil dit en daarom zal ik dat ook nemen. Ik doe met jouw verhaal wat ik wil. Jouw ervaring is slechts gereedschap voor mijn verhaal, omdat je minder mens bent dan ik. You are less than human…’

Karin Amatmoekrim, van wie volgende maand de roman Tenzij de vader verschijnt, wond zich eveneens op over de lezing van Shriver, vertelt ze aan de telefoon. „Ik kan er weinig tegenin brengen wanneer iemand zegt dat een schrijver de vrijheid heeft om in de huid van een ander te kruipen, maar ik denk dat Shriver in haar lezing voorbij gaat aan de realiteit. Doen of de huidskleur van een personage er niet toe doet, dat is valse onschuld pretenderen. De praktijk wijst uit dat er nog steeds minder plek is voor het verhaal van de man of vrouw met de zwarte huidskleur. Er worden ook hier in Nederland, maar ook in Amerika nog steeds vooral boeken uitgegeven van iemand die wit is. Wanneer je aan de haal gaat met het verhaal van een ander dan vertel je dat verhaal toch vanuit het perspectief van jezelf. Dat kan niet anders, maar het probleem is wel dat het witte perspectief op elke geschiedenis zo doorslaggevend blijft. De witte schrijver bepaalt wanneer hij zich het verhaal van bijvoorbeeld een zwarte toe-eigent, wie de exoot is en wie niet. Wie ben je als witte schrijver om te zeggen dat je je nergens iets van hoeft aan te trekken? Dat is arrogantie, een white privilege-mentaliteit in de literatuur.”

Misha Defonseca

Volgens Amatmoekrims collega Keest ’t Hart zit een groot deel van het probleem in het opplakken van etiketten in de literatuur, legt ook hij aan de telefoon uit. „Ik zie geen grenzen in romans en ook niet voor romans. Maar ik geef wel toe dat toen Misha Defonseca, schrijver van het boek Misha: A Mémoire of the Holocaust Years, schreef over een concentratiekamp terwijl ze er nooit had gezeten, ik me ook afvroeg of ze niet grenzen aan het overschrijden was. Van de rechter moest ze 16,4 miljoen dollar aan haar uitgever terugbetalen. Ik zou zo’n boek niet lezen, maar aan de andere kant: als het een mooi boek is, waarom niet?”

Jouw ervaring is slechts gereedschap voor mijn verhaal, omdat je minder mens bent dan ik

„Aan de haal gaan met het verhaal van de ander, literair ramptoerisme, is niet iets om na te streven,” vervolgt ’t Hart. „Natuurlijk val ik over stereotyperingen en clichés, die wil je als schrijver voorkomen en als recensent val je erover [’t Hart schrijft recensies voor De Groene]. Maar het idee dat een weergave niet authentiek is, daar geloof ik niet zo in. Authentieke weergave bestaat helemaal niet, van welke kant je dat ook probeert. Het zou verschrikkelijk zijn. De kunst van het schrijven is juist dat je een illusie kan creëren. Zonder vooroordelen zou er geen literatuur bestaan. Wil je dat laatste even heel duidelijk opschrijven?”

Met dat een na laatste is Amatmoekrim het eens: „Sterker nog: zonder vooroordelen bestaat er geen samenleving. Het wordt wel tijd dat de zwarte of gekleurde auteur zelf bepaalt welk verhaal hij gaat vertellen en aan wie. En als schrijver mag je inderdaad alles, maar wees je er van bewust dat anderen niet dezelfde vrijheid hebben als een witte schrijver. Dat gebeurt nu nog te weinig.”