Recensie

Karamellenromantiek? Daar doe ik dit mee

Dimitri Verhulst

In zijn gisteren verschenen roman Het leven gezien van beneden kijkt de muze van de kunstenaars in Sofia terug op een leven van aanpassing en verbeelding.

Foto Dieter Telemans/ Hollandse Hoogte

Na zijn Boekenweekgeschenk De zomer hou je ook niet tegen van vorig jaar gaf Dimitri Verhulst (1972) in een interview in deze krant aan dat hij op zoek was geweest naar de ideale kennismaking voor de lezer die zijn werk nog niet kende. Hij koos daarom, zoals in bijna al zijn werk, voor een verschoppeling, voor iemand geboren met de ‘verkeerde stamboom’.

Het leverde een mooi verhaal op van een ‘vegetatieve imbeciel’ die op een dag wordt meegenomen uit de instelling en tijdens een picknick zwijgend het hele levensverhaal aanhoort van zijn ‘ontvoerder’ Pierre. Het was een teder verhaal, zoals er in de hardheid van Verhulsts taal vaak veel tederheid is terug te vinden. De tierende, zich over de toestand in de wereld opwindende auteur (zie bijvoorbeeld Godverdomse dagen op een godverdomse bol) bleef achterwege. Het was alsof Verhulst er overtuigd van was dat hij meer mensen zou bereiken met gevoel dan met politiek. Dat is over het algemeen ook zo, maar de grootste kracht van Verhulst zit juist in zijn vermogen om woede te transformeren in mooie verhalen. In Het leven gezien van beneden combineert hij de beide kanten van zijn schrijverschap met succes.

‘Voor het vrije woord. Voor hen die er voor vochten. Voor hen die er nog voor zullen hebben te vechten’, luidt het motto dat Verhulst deze roman meegeeft. Hoe die strijd is gegaan, koppelt hij aan het leven van Liliya Damova, een Bulgaarse schrijversweduwe die de muze van heel kunstzinnig Sofia wordt, wraak wil nemen op de communistische literatuurgeschiedenis. Daartoe valt ze de werken van de Russische Nobelprijswinnaar Michail Sjolochov aan, omdat hij ‘een windbuil [was], met zijn tuttenbellenlyriek, zijn socialistische realistische inktpot, zijn slobberende vertelstructuren, zijn karamellenromantiek en zijn valse passie voor het harde boerenleven vol onbeschreven weduwen en immer vuile Oekraïners.’ Nu hebben mensen wel vaker stellige meningen over literatuur, maar de nietsontziende manier waarop Liliya met de boeken van de Nobelprijswinnaar omgaat is niet bepaald gangbaar (en te leuk om hier al te verklappen).

De haat van Liliya ten opzichte van de communistische censuur gaat in op het moment dat haar echtgenoot, de toneelschrijver Anton begin jaren zestig, de première beleeft van zijn stuk. Het blijft bij één uitvoering omdat een van de schapen de die erin wordt opgevoerd volgens de censuurraad sterk op Stalin lijkt. ‘Het strekte uiteraard een schaap tot eer op Stalin te gelijken, maar deze staatsman zou het nooit in zijn hoofd gehaald hebben mekkerend op een podium te schijten.’ Het aanbod dat Anton krijgt is een bestaan ‘hoernalist’ worden of naar de kampen. Anton kiest voor het eerste, maar kan zichzelf niet meer in de spiegel bekijken. Zijn enige verzetsdaad is het houden van duiven die hij leert op standbeelden van communistische leiders te schijten. Maar humor redt een opportunistisch kunstenaar niet: Anton sterft. Het werk dat hij de wereld nalaat dat hem alsnog een dissidente schrijver zal laten zijn, treft een vreselijk lot.

Uitverstotenen

Dementerenden, kinderen in een opvanghuis, asielzoekers: het zijn de uitgestotenen die kunnen rekenen op een welwillende stem in Verhulsts werk. Hetzelfde geldt voor schrijvers die gedwongen worden te kiezen tussen leven en kunst, tussen aanpassing en verbeelding. In Het leven gezien van beneden (de titel is óók een knipoog naar die van zijn vorige roman, Kaddisj voor een kut) draait het om het treurige lot van auteurs die nuttig gemaakt worden voor de samenleving, maar nutteloos zijn voor de geschiedenis.

Verhulst voegt in deze roman – waarin een prachtig tragisch verhaal voorkomt over het lot van Antons geschreven nalatenschap – het beste van zijn twee literaire werelden samen: de geëngageerde Verhulst die tiert en sneert, samen met de Verhulst die een teder oog heeft voor een vrouw op een berg of een man die vastzit in zijn huwelijk. Het leven gezien van beneden is een treurige liefdesgeschiedenis en een betrokken, bij vlagen woedende politieke visie ineen.

Wel vraag je je bij sommige historische gebeurtenissen af hoe terloops je die mag brengen. Bijvoorbeeld: ‘Terwijl de Tweede Wereldoorlog op z’n einde liep en dit met een groots vuurwerk boven Hiroshima werd gevierd…’ Daar staat tegenover dat een mededeling als ‘Wanneer je territorium overspoeld wordt door vluchtelingen, heb je reden tot juichen: het betekent dat je eindelijk als veilige haven wordt gezien voor de verschopten’ klinkt als een klok.

Vleesvervangers

Ondertussen plukt Liliya tijdens haar weinig gelukkige leven geen vruchten van het nieuwe Bulgarije. Haar zoon blijkt anno 2013 een slappeling te zijn ‘die zich uit heimwee naar de oude tijd had onderworpen aan een totalitaire echtgenote. De permissieve samenleving, zoals de vrijheid van mening was gaan heten, ging hij te lijf met ademhalingsoefeningen en vleesvervangers’. De literatuur biedt Liliya ook geen troost: al wat de klok slaat is slecht geschreven ‘slappe huismoeder sm’.

Slecht geschreven is Het leven gezien van beneden allerminst. Je kan wantrouwend staan tegenover de vlotheid van Verhulsts zinnen, maar het boek dwingt bewondering af door de swingende zinnen, de goedbekkende aforismen en humoristische gedachtekronkels.