Parodie op Nobelprijs zet aan tot denken

Ig Nobelprijzen Donderdagnacht zijn op Harvard University de jaarlijkse Ig Nobelprijzen uitgereikt. Vrolijkheid overheerst bij de parodie op serieuze wetenschapsprijzen, maar het bekroonde onderzoek zet wel aan tot nadenken.

Voortplanting: polyester slip remt de potentie van ratten

2309WETJeukrat
Een Nobelprijs wordt in principe nooit postuum uitgereikt, maar voor de toekenning van een Ig Nobelprijs is het geen vereiste om in leven te zijn. En terecht. De in 2007 overleden Egyptische arts Ahmed Shafik wordt nu beloond met een Ig Nobel voor zijn baanbrekende werk aan de invloed van het soort textiel waarvan broeken en onderbroeken gemaakt zijn op de mannelijke lust. Shafik zette een experiment op waarbij mannetjesratten zes of twaalf maanden een broekje aankregen van katoen, wol, polyester of een mix daarvan. De broeken hadden gaten voor staart, poten, penis en anus. Vieze broeken werden direct verschoond. De ratten die een (deels) polyester broek hadden gedragen probeerden daarna vaker een vrouwtje te bestijgen, maar penetreerden significant minder. Shafik vermoedde dat door de broek opgewekte elektrostatische ladingen tot impotentie konden leiden. Shafik toonde hetzelfde effect aan bij menselijke vrijwilligers.

Economie: Ook een rots heeft persoonlijkheid

2309WETPyriet
In de marketing wordt gekeken naar ‘persoonlijkheid’ van merken: brand personality. Sinds de jaren negentig wordt daarbij een lijst van menselijke persoonskenmerken aan proefpersonen voorgelegd, van sincerity tot ruggedness . En zo wordt Campbell’s Soup ‘zelfvertrouwen’ toegekend en Red Bull ‘avontuurlijkheid’. Drie marketingwetenschappers uit Nieuw-Zeeland en Engeland winnen nu de Ig Nobelprijs omdat zij aantonen dat met dezelfde methodiek ook de persoonlijkheid van drie, op foto’s bekeken verschillende stukken steen te onthullen is (Marketing Theory, 14/4 2014). Wat de merkpersoonlijkheidstest oplevert is een product van de test, niet een imago dat al vooraf bestond, aldus de economen. Hun proefpersonen deden erg hun best op de kenmerken van drie willekeurige stenen en inderdaad werd dan de ene steen duidelijk als competenter ervaren dan de ander. Alleen een toevallige aanwezige geoloog stapte uit het experiment. Gekkenwerk!

Geneeskunde: Links jeuk, rechts krabben helpt

2309WETjeuk

„Niet aan krabben, want dan wordt het alleen maar erger”, is vaak het advies de dokter als een patiënt langs komt met een flink jeukende eczeemplek of andere huidirritatie. Een Tantaluskwelling. Maar er is een uitweg. Met behulp van een spiegel kun je jezelf voor de gek houden en aan de tegenovergestelde ledemaat krabben. Zo krijgen de hersenen de illusie dat er inderdaad wat gedaan wordt aan die gek makende kriebel. En het werkt: krabben aan de verkeerde arm terwijl je ziet dat er gekrabt wordt aan de arm met de jeukende plek geeft daadwerkelijk verlichting. Voor die tegen-intuïtieve ontdekking (PLOS ONE, 26 december 2013) krijgen Duitse neurologen van de Universiteit van Lübeck een Ig Nobelprijs. In hun artikel schrijven de onderzoekers dat ‘spiegelkrabben’ veel patiënten zou kunnen helpen, omdat er weinig middelen zijn die jeuk effectief tegengaan. Het werkt ook met een videobril, waarbij het beeld gespiegeld wordt.

Vrede: Hoe herken je pseudodiepzinnigheid?

2209WETDeepak

‘Verborgen betekenis transformeert weergaloze abstracte schoonheid.’ Mooie zin, toch? Maar wat betekent het? Sommige mensen geven dit soort zinnen het voordeel van de twijfel. Het kan best diepzinnig zijn. Andere mensen zeggen: onzin, bullshit in het Engels.

De zin is willekeurig samengesteld uit woorden die voorkomen in tweets van Deepak Chopra, een bekende Amerikaans-Indiase spiritueel denker. Het is een van de testzinnen uit experimenten door Canadese psychologen die willen weten of er psychologische kenmerken zijn die mensen aanzet tot het ontmaskeren van ‘onzin’. Ze gebruikten ook echt Chopra-tweets, zoals ‘Aandacht en bedoeling zijn de werking van manifestatie’. Voor hun conclusies kregen ze de Ig Nobelprijs: wie dit soort zinnen diepzinnig vindt, denkt minder na, heeft minder talige intelligentie en gelooft vaker in samenzweringen en alternatieve geneeskunde.

Twitter avatar DeepakChopra Deepak Chopra We are insignificant in the vast world, but because we express its vastness so uniquely we are potently significant https://t.co/01FBwT4ZoV

Biologie: Hoe voelt het om een dier te zijn

output_e7vezk

De transformatie van de Britse ontwerper Thomas Thwaites naar ‘geitman’. Op zoek naar zin in zijn leven besloot Thwaites dat hij aan den lijve wilde ervaren hoe het zou voelen om een geit te zijn. Dat heeft hem nu een Ig Nobelprijs in de categorie Biologie opgeleverd. Hij deelt de prijs met de eveneens Britse Charles Foster die in het wild probeerde te leven als een das, een otter, een hert, een vos en een vogel. Zowel Thwaites als Foster schreef een boek over zijn dier-zijn. Thwaites werkte een jaar aan opeenvolgende prototypes van een exoskelet dat hem in staat zou stellen zich precies zo voort te bewegen als een geit. Uiteindelijk leefde hij zo drie dagen tussen geiten in een Zwitserse alpenweide. De geitman klaagde dat zijn mensennek te kort was om echt te kunnen grazen.

Nog vijf prijzen: Schoner tijdens de test

Er werden ook Ig Nobelprijzen in deze categorieën uitgereikt:

Scheikunde

Toegekend aan autofabrikant Volkswagen, vanwege „het automatisch en elektromechanisch oplossen van het probleem van excessieve vervuilende uitstoot tijdens het testen van auto’s”.

Literatuur

Voor de Zweed Fredrik Sjöberg, voor zijn autobiografische boek De vliegenval, over het genot van het verzamelen van dode vliegen en vliegen die nog niet dood zijn.

Natuurkunde

Aan Zweedse, Spaanse en Hongaarse onderzoekers voor de ontdekking dat witte paarden minder vliegen aantrekken en libellen onweerstaanbaar worden aangetrokken door zwarte grafstenen.

Waarneming

Voor Japanners die ontdekten dat mensen afstanden en groottes van objecten slechter kunnen inschatten als zij voorover gebukt tussen hun benen door moeten kijken.

Psychologie

Uitgereikt aan een internationaal team, onder wie Bruno Verschuere van de Universiteit van Amsterdam. Zij vroegen duizend leugenaars naar hoe vaak zij logen, en moesten toen besluiten of zij hun antwoorden wel konden geloven.