Incompetentie

Zou het niet leuk zijn om het stadsbestuur van Amsterdam op te heffen? Beetje radicaal misschien, maar er valt iets voor te zeggen. Ik kwam op het idee door het bericht over de stadsdelen, die zich verzetten tegen bezuinigingen, hun opgelegd door wethouder van financiën Udo Kock. Het bericht duwde mij enigszins van het padje, want ik ging er zo’n beetje vanuit dat er al lang geen stadsdelen meer wáren, althans niet bestuurlijk, en al helemaal niet dat deze relikwieën uit het verleden in staat waren tot zoiets manmoedigs als verzet.

Wel dus.

Het verzet slaagde ook nog. De bezuinigingen worden afgezwakt, maakte wethouder Kock (D66) deze week bekend. Dat is fijn voor de stadsdelen maar misschien niet voor liefhebbers van bestuurlijke eenvoud. Het is namelijk niet voor niets dat de strijd tegen de stadsdelen in 2011 moest worden ingezet door de rijksoverheid. Minister Piet Hein Donner, een ouderwets-verstandige politicus, haalde een streep door de stadsdeelraden in Amsterdam en Rotterdam. Deze extra bestuurslaag had tot ambtelijk geharrewar en niet zelden tot incompetente besluitvorming geleid. Het moest maar eens afgelopen zijn met al die parlementjes in Charlois en Overtoomse Veld.

Donner had gelijk. Na de invoering in 1990 was al snel duidelijk geworden dat het gediscussieer op speelpleinniveau tot niets zou leiden. Wat de bedenkers van de deelraden ooit voor ogen stond — het bestuur zó dicht bij de burger brengen dat het stadsbestuur kon worden vervangen door tientallen wijkraden — zou immers nooit worden gehaald. De stadsdelen vormden een halfbakken ‘basisdemocratie’ waartegen de Amsterdamse bevolking in de jaren 80 zelfs te hoop was gelopen. Nooit meer vergeet ik die bijeenkomst in De Pijp — een zaal vol radeloze burgers die vonden dat de basisdemocratie hun door de strot werd geduwd. De mensen wilden het niet, maar ze kregen het toch.

Maar welke wetswijziging minister Donner in 2011 ook door de Kamer joeg: het Kremlin aan de Amstel dacht er anders over. Op slinkse wijze wist de stad het idee van de stadsdelen te handhaven door ze voortaan bestuurscommissies te noemen; iets kleiner en minder machtig, maar zo kon de rijksoverheid nog eens duidelijk worden gemaakt dat wij in Amsterdam zelf wel uitmaken wat het beste voor ons is.

En nu het stadsbestuur voor de zoveelste keer op zijn eigen financiële janboel stuit, moeten de stadsdelen/bestuurscommissies bijspringen door te bezuinigen. Wethouder Kock zit met een strop in de vastgoedportefeuille; een strop die hij kennelijk niet aan zag komen, wat raadselachtig is. Maar goed. Het roept in ieder geval de vraag op of het oeridee van de stadsdelen — opheffing van stadsbestuur — niet alsnog doorgang kan vinden. Laten we beginnen met de afdeling financiën. Ondanks de aanhoudende kritiek van de Rekenkamer lukt het B&W niet fatsoenlijk met geld om te gaan. Het kasbeheer afdragen aan het ministerie van financiën lijkt het beste. Wat de Stopera almaar niet lukt, doet Jeroen Dijsselbloem volgens mij in een achternamiddag.

Auke Kok is schrijver en journalist.