Cultuur

Interview

Interview

Nog steeds meer verpaupering in Zuid dan elders in de stad

Foto Robin Utrecht

„In elk geval stoppen met ruzie maken”

Interview Rekenkamer-directeur Paul Hofstra

over de falende inspanningen om de achterstanden in Rotterdam-Zuid tegen te gaan.

Bewoners van Rotterdam-Zuid hebben het na vier jaar plannenmakerij van het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid (NPRZ) nog steeds veel slechter dan inwoners van de rest van de stad. Ze zitten vaker in de bijstand, scoren lager op school en hun huizen zijn vaker verpauperd. Dat blijkt uit onderzoek van de Rekenkamer Rotterdam. „Er zijn te weinig middelen”, zegt Rekenkamer-directeur Paul Hofstra.

Het programmabureau van het NPRZ wordt geleid door oud-Leefbaar Rotterdam-wethouder Marco Pastors. Het bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van scholen, zorginstellingen en woningcorporaties op Zuid en het ministerie van Binnenlandse Zaken. Voorzitter is burgemeester Ahmed Aboutaleb.

Wat is het probleem?

Paul Hofstra: „Het programma levert nauwelijks resultaat op. Zo is er 2012 een onderdeel van het programma van start gegaan om de werkloosheid op Zuid aan te pakken. Er zitten daar meer mensen in de bijstand dan in de rest van de stad. Maar vier jaar na dato blijkt dat het aantal werklozen op Zuid relatief hoger is in plaats van lager. Ander doel was dat kinderen op Zuid door een hogere Cito-score zouden halen. Maar dat is nauwelijks gelukt. Het doel van 531.6 (MBO-niveau) is niet gehaald. Voor wat betreft wonen op Zuid zouden er de komende jaren 35.000 huizen gerenoveerd, gesloopt of vernieuwd worden. Daar is vrijwel niets van terecht gekomen.”

Hoe komt dat?

„Op het gebied van werk bijvoorbeeld was de afspraak dat woningcorporaties 250 werkervaringsplaatsen zouden leveren. Dat zijn er maar zeven geworden. En verder zou het NPRZ er goed aan doen samen te werken met werkgeversorganisaties als VNO-NCW en MKB Nederland zodat meer bedrijven werkervaringsplaatsen leveren. Voor renovatie en nieuwbouw van huizen is er te weinig geld. Het programmabureau rekende op 1 miljard euro voor de komende 20 jaar. Uiteindelijk is er een eenmalig bedrag van 50 miljoen euro van het Rijk gekomen.”

Waarom betaalt het Rijk maar 50 miljoen euro?

„Het Rijk is niet verantwoordelijk voor het NPRZ, ze is slechts een van de partners. Vorig jaar verzuurden de verhoudingen tussen het programmabureau en woningcorporaties Havensteder, Vestia, Woonbron en Woonstad. Het programmabureau wilde een bijdrage van 5 miljoen euro per jaar van de woningcorporaties afdwingen. Daarvan moesten ze verpauperde huizen van particulieren opkopen om te slopen en er nieuwbouw voor in de plaats zetten. Dat wilden de corporaties pertinent niet.”

Maar ze hadden nieuwbouwhuizen toch kunnen verkopen en er winst op kunnen maken?

„Na het Vestia-debakel bepaalde de Tweede Kamer dat woningcorporaties geen risico’s mogen nemen met geld dat ze verdienen met de verhuur van hun huizen. Ze moeten zich richten op kerntaken zoals sociale woningbouw. Daarbij is vijf miljoen per jaar veel geld. Dat moeten ze wel hebben.”

Maar wat had het programmabureau dan moeten doen om aan geld te komen?

„In elk geval stoppen met ruzie maken. Als je geld vraagt aan het Rijk, heb je sowieso een probleem. Want dat geld ligt niet zomaar op de plank. Als je als belanghebbenden dan ook nog eens verdeeld bent, sta je minder sterk. Het programmabureau van het NPRZ en de corporaties hadden beter de handen ineen kunnen slaan. Dan hadden ze zich eensgezind kunnen melden bij minister Blok voor Wonen, en wellicht meer bereikt.”

Er is geen geld, de samenwerking levert weinig op. Kan het programma niet beter stoppen?

„Nee, er moet veel gebeuren op Zuid, een groot en complex gebied. Daar is iedereen het over eens. Alleen het doel van het NPRZ dat ze in Zuid qua werk, wonen en onderwijs in 2020 op het niveau van de rest van Rotterdam moeten zitten, is niet realistisch. Dat stellen ze nu naar beneden bij. Maar gezien de beperkte inzet van middelen lijkt dat doel ook onhaalbaar voor 2030, de einddatum van het hele project.”