Recensie

Hoe Frans zijn deze Fransen eigenlijk nog?

Drie Franse debuten

Vluchten in melancholie en waanzin: dat is na Guy de Maupassant, Antonin Artaud en Marguerite Duras nog steeds een geliefd literair-romantisch thema. Twee debutanten pakken het echter ‘onfrans’ aan.

Een van de drie mooie Franse debuten die het afgelopen voorjaar zijn verschenen en nu zijn vertaald is de roman Wachten op Bojangles van Olivier Bourdeaut (1981). In Frankrijk was Bojangles dankzij mond-tot-mondreclame de literaire hit van het voorjaar. Begrijpelijk wellicht: in maanden van terroristische aanslagen, van angst en onrust, van dreigende taal en politieke onmacht, hadden de Fransen behoefte aan een licht, geestig, sprankelend verhaal, een volstrekt onwaarschijnlijke fabel die de draak steekt met negativiteit en pessimisme en de lezer een vlucht biedt in de verbeelding – zonder oppervlakkig te worden.

Het boek werd terecht vergeleken met de luchtige absurditeit van Het schuim der dagen (1947) van Boris Vian. En net als de beroemde song Mr. Bojangles, in 1968 geschreven door Jerry Jeff Walker en gezongen door onder meer Nina Simone, Billy Joel en Elton John. Bourdeauts roman scheert langs de rauwe werkelijkheid van het leven, heeft een melancholieke ondertoon én straalt tegelijkertijd een onoverwinnelijk on-Frans optimisme uit.

On-Frans is ook Op een zondagochtend van Alice Zeniter (1986), die, nu ze drie titels heeft gepubliceerd, gezien wordt als een van de beloftes van de Franse literatuur. De roman is on-Frans in stijl en thematiek. De stijl is eerder narratief dan gepolijst, de compositie wat rommelig, maar toch word je gegrepen door het lot van die vreemde Hongaarse familie die op een postzegel woont te midden van spoorlijnen bij het station van Boedapest. Iedere dag weer moeten ze hun tuin schoonmaken, die ligt vol rotzooi van wat de treinreizigers uit het raam gooien.

Gezwegen wordt er in dat bizarre gezin, waar drie generaties lijden onder de gevolgen van de conflicten met Rusland. Grootvader mist een been, dat verbrijzeld werd toen hij in 1956 een metershoog standbeeld van Stalin omtrok, zijn zoon is het resultaat van een Russische verkrachter en met de vrouwen in de familie liep het zonder uitzondering slecht af.

De jongen Imre, door wiens ogen we de familiegeschiedenis bekijken, ziet het aan, ontrafelt in de loop der jaren de geheimen van zijn vader en grootvader, zonder dat hij zijn eigen leven een andere draai kan geven. Dat lukt ook zijn zus niet, die verliefd wordt op haar Franse docent filosofie en hoopt dat hij haar vraagt met hem naar Parijs te vertrekken. Verder speelt Frankrijk geen enkele rol in deze roman over de harde geschiedenis van Hongarije, Parijs is een droombeeld van licht en geluk en de Fransman blijft – clichématig – de ontrouwe charmeur.

In de puntgave, kleine debuutroman van Julia Deck (1974), waarvan de vertaling Viviane Élisabeth Fauville schitterend is vormgegeven in de Franse reeks van uitgeverij Vleugels, is Parijs bijna als een personage aanwezig. Je kunt de hoofdpersoon, een moordenares, heel precies volgen op haar route door de lichtstad. Van het appartement in het 12de arrondissement naar haar psychoanalyticus in het 5de, van haar werk bij de Champs-Elysées naar het politiebureau bij de Place Maubert. Ook de tijdsaanduiding is nauwkeurig: ‘Op maandag 15 november, gisteren dus, hebt u uw psychoanalyticus vermoord [...] met een mes van het merk Henckels Zwilling uit de serie Twin Profection, model Santoku’.

De geografische aanwijzingen en de zakelijke precisie maken van Deck duidelijk een navolger van de grote Franse schrijver Jean Echenoz. Geen wonder dat uitgeverij Minuit, die ook Echenoz en Gailly uitgeeft, voor het eerst sinds jaren weer een debuut heeft gepubliceerd. Decks roman sluit, anders dan de twee titels hierboven, naadloos aan bij de Minuit-traditie en combineert een intellectuele, doordachte, hoogliteraire stijl met een thrillerachtig verhaal waarin veel te raden blijft.

Vluchten in melancholie en in waanzin – het blijft sinds Gérard de Nerval, Guy de Maupassant, Antonin Artaud en Marguerite Duras, om er maar enkelen te noemen, een geliefd literair-romantisch thema. De nieuwe generatie Franse schrijvers geeft er haar eigen hedendaagse draai aan. Bij hen resoneert een verontrustend wereldbeeld van machteloosheid mee: wie begrijpt de wereld nog, wie heeft nog grip op wat er met hem of haar gebeurt?