Hier weten ze hoe ze een feestje moeten maken

Vibrant. Levendig. Dat woord schoot me halverwege de avond in het nieuwe restaurant Scheepskameel te binnen. Scheepskameel ligt op het Marineterrein (bij het Scheepvaartmuseum), het komt uit de koker van de jongens van het succesvolle Rijsel, die de kok van restaurant Marius Tijs Jeurissen verleidden mee te doen. De ruimte is hoog, eenvoudig maar stijlvol ingericht; veel hout en licht. En gevuld met etende, drinkende, pratende, lachende mensen. Vibrant dus.

De kaart van Scheepskameel, een begrip uit de scheepsbouw trouwens, is op z’n zachtst gezegd prikkelend: de gangen heten hier ‘rauw’ , ‘groenten’, ‘vlees/vis’, ‘kazen’ en ‘dessert’ en er worden louter Duitse wijnen geschonken. Dat laatste is een schot in de roos. Duitse wijnen winnen, na die beroerde jaren van malafide, goedkope, halfzoete wijn, weer aan terrein en ze doorstaan de concurrentie met de Franse ruimschoots. Scheepskameel heeft er veel in huis en die worden zonder morren veelal per glas geschonken en van buitengewoon deskundig, prettig commentaar voorzien door de sommelier, een jongedame die ook bij Rijsel vandaan komt. We starten met een glas sekt brut rosé uit de Pfalz (Winterling, 8,-) en een Weissburgunder uit Rheinhessen (Meiser, 5,-) en krijgen een grappige amuse op tafel, hausmacher leverworst met pickles. We kiezen allebei iets anders uit alle sectoren (gewoon gangen dus): makreel met paprika (9,50) en runderbavette (9,50), tomaat-courgette (8,-) en kartoffelkuchen (8,-), buikspek met octopus (15,50) en kalf (16,50) en ten slotte citroentartelette (5,50).

De makreel, rauw dus, komt met ingrediënten die wel op het vuur zijn geweest, de coulis van gerookte paprika met fijngesneden munt en zachtzilte schelpensap trekt het gerechtje helemaal in balans, heerlijk! De runderbavette is duidelijk met de grove plaat van de vleesmolen gesneden en heeft de pregnante smaak van zelfgetrokken rozemarijnolie die met de mayonaise is gemengd, spannend. Bij het groentegerechtje tomaat met courgette en bottarga (gedroogde viskuit) is het vooral de uitgesproken smaak van de pittige olijfolie met de zilte smaak van viseitjes die het ’m doet; de courgette is in spaghettisliertjes gesneden en komt met rode ui en broodkruim – het zou zo een Portugees gerechtje kunnen zijn: simpel, pittig en doeltreffend. De kartoffelkuchen wordt vergezeld door rode uiencompôte en een 63 graden ei, het zogenaamde perfecte ei (dingetje van koks), waarbij het eiwit en eigeel ongeveer dezelfde consistentie hebben gekregen. Het is een leuk en smakelijk gerecht, een soort rösti met ei en dan héél lekker. Dan komt er een hypermalse, goed gegrilde octopus met krokant buikspek op tafel, fijn met de citroenboontjes. De salsa verde brengt het gerecht op eenzame hoogte, de saus is lekker fishy – dit is genieten, mensen! Beetje teleurstellend is het kalfsgebraad met een saus van tong en zwezerik. Het kalfsvlees is mooi getrancheerd, maar de zwezerik te dik gepaneerd en ook van de smaak van de in kleine blokjes gesneden tong gaan we niet helemaal om.

Dit klein leed zakt gauw weg door het citroentaartje (lekker friszuur, iets te grof deeg), de uitmuntende espresso (slechts 1,-) en de prachtige wijnen: spannende Scheurebe (Wagner-Stempel, 5,90), een mineralige Riesling (Von Rotem Schiefer, 7,50), een aromatische Muskateller (Rebholz, 8,50), een stevige, vulkanische Spätburgunder (Knab, 5,90) en ook een Frühburgunder (Baeder 8,50) die eigenlijk alleen per fles gaat.

Bij binnenkomst werden we hartelijk, met uitgestoken hand door de gastheer begroet en ook de rest van de avond voelen we ons verwend. De avond is in alle opzichten (eten, sfeer, ruimte) licht. Als we een beetje tipsy en zacht zingend over een kameel met twee bulten het pand verlaten, constateren we dat de Scheepskameel weet hoe ze voor de gasten een feestje moet maken. Ein Prosit!

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.