Recensie

Hamlet in de baarmoeder, ja echt

Ian McEwan

Wat doe je als je hoort hoe je moeder van plan is om je vader te vermoorden. En wat kun je doen als je zelf nog niet bent geboren. Ian McEwan (1948) laat de lezer veel geloven, maar niet alles.

Foto Flip Franssen

Ian McEwan weet hoe hij een boek moet beginnen. Hij is erg goed in overrompelende openingsscènes, en de eerste zin van zijn nieuwe roman mag er ook wezen: ‘So here I am, upside down in a woman.’

De spreker, en verteller van Nutshell, is een embryo van bijna negen maanden. Hij weet veel en hoort alles. Zijn moeder Trudy, in wier baarmoeder hij zich bevindt, heeft haar man John het huis uit gestuurd. Ze houdt het nu met diens broer, Claude. Samen maken ze plannen om John te vermoorden. Het embryo, de zoon van John, hoort het machteloos aan.

Wie nu vage literaire echo’s meent te horen, vergist zich niet. ‘Hamlet in de baarmoeder’, zo zou je Nutshell in vier woorden kunnen samenvatten. De namen van de samenzweerders (Claude, Trudy) zeggen genoeg, want hoe zat dat ook weer in Hamlet? Claudius vermoordde zijn broer, koning Hamlet, en trouwde daarna met ’s konings weduwe, Gertrude. Het was aan de jonge Hamlet, de twijfelende prins, om zijn vader te wreken.

Een Engelse roman die zijn inspiratie uit Shakespeare haalt, dat is niet zo bijzonder. Maar een embryo als verteller? Wérkt dat? Ja, dat werkt. Het is al eens eerder vertoond, denk aan De langverwachte, waarmee Abdelkader Benali in 2003 de Libris Literatuur Prijs won. Alles en iedereen kan verteller zijn, als het maar met overtuiging wordt gebracht.

Wereldwijsheid

En McEwan overtuigt. Zijn welbespraakte embryo doet zijn relaas met een sardonische wereldwijsheid die zeer aanstekelijk werkt. Zijn indrukwekkende kennis van de wereld en het menselijke bedrijf dankt de nog ongeboren vrucht naar eigen zeggen aan zijn moeder, Trudy, die veel naar nieuwszenders luistert en tijdens slapeloze nachten graag naar podcasts en luisterboeken grijpt.

Natuurlijk kan hij veel niet thuisbrengen; zo heeft hij geen idee wat kleuren zijn. Vreemd genoeg kan hij andere, voor hem even onzichtbare zaken wel goed duiden, maar door de overtuigende, soms behoorlijk vileine en sarcastische toon ben je als lezer onmiddellijk bereid je ongeloof op te schorten en de verteller overal te volgen.

Bij wijze van spreken dan, want hij gaat nergens heen, hij hangt vooralsnog op z’n kop in de baarmoeder van Trudy. Wanneer hij zich ’s nachts verveelt, schopt hij zijn moeder wakker, in de hoop dat ze een podcast gaat beluisteren. Al zijn opgedane tweedehands levenservaring zet hij in om het moordcomplot te ontrafelen dat door Claude en Trudy wordt gesmeed.

Ondertussen ontwikkelt hij zich tot wijnkenner, want door de oplopende spanning gaat zijn moeder steeds meer drinken – en hij drinkt uiteraard met haar mee. Aan Claude krijgt hij een steeds grotere hekel, al was het maar omdat hij bij de veelvuldige vrijpartijen van het stel Claude’s geslachtsdeel op slechts enkele centimeters van zijn hoofd voelt bewegen – een terugkerende ervaring die hem met weerzin vervult.

Behalve in openingen is McEwan ook goed in plots. Nutshell is daar het zoveelste bewijs van. Niet alleen de overtuigende toon van de verteller zorgt ervoor dat je doorleest, je wilt ook weten hoe het afloopt, of Claude en Trudy slagen in hun opzet, of het embryo op de een of andere manier in staat is om het leven van zijn vader te redden.

Die vader, John, komt regelmatig bij Trudy langs (ze woont tenslotte in zijn huis) en is een stuk minder naïef dan je aanvankelijk dacht. Iedereen heeft zijn plannen en motieven. Niemand lijkt in die plannen overigens ruimte te maken voor de komende baby, een grote bron van frustratie en zorg voor de verteller.

Vlees en bloed

Nutshell is een feestje voor de lezer, op een bepaalde manier is het allemaal briljant, literair onderlegde lezers kunnen er een gezelschapsspel van maken om alle verwijzingen naar Hamlet eruit te halen – maar toch voldoet de opwekkende flonkering van het boek uiteindelijk niet helemaal. Zoals vaker bij Mc-Ewan schort het een beetje aan de personages, die worden maar niet van vlees en bloed, het blijven zetstukken in dienst van het plot. Nutshell gaat over moord, schuld, twijfel – maar de tragische dimensie die dergelijke daden en emoties een roman kunnen geven, ontbreekt. Natuurlijk, we zien het allemaal door de ‘ogen’ van het embryo, hoe betrouwbaar is die verteller nu helemaal, en wat wéét hij van tragiek – en toch, iets meer psychologische diepgang had deze roman behalve flonkerend ook onvergetelijk kunnen maken. Nu is het na afloop alsof je een opwindende schaakwedstrijd hebt bijgewoond; het spelverloop geeft aanleiding tot begeesterde nabeschouwingen, bij het lot van de stukken sta je geen seconde stil.

Verder vergaloppeert McEwan zich wanneer hij per se een geestverschijning van de vermoorde vader (Hamlet!) in zijn boek wil verwerken, en ook de beschouwingen over de hedendaagse wereld waaraan het embryo zich zo nu en dan overgeeft, komen hier en daar wat geforceerd over. Hoewel ook deze passages allemaal wel weer erg goed van toon zijn.

Die toon is de kracht van Nutshell, want die zorgt ervoor dat de lezer meteen vanaf regel één zijn ongeloof opschort en bereid is een embryo als verteller te aanvaarden. Maar op het einde van het boek gebeurt iets interessants met die suspension of disbelieve, zoals de dichter Coleridge onze bereidwilligheid noemde om als lezer tijdelijk het onmogelijke te aanvaarden.

Als het embryo uiteindelijk geboren is, ziet hij meteen de kleuren waarvan hij zich nooit een voorstelling heeft kunnen maken, en ook het gezicht van Claude krijgt hij meteen scherp in beeld. In werkelijkheid ontwikkelt het gezichtsvermogen van een baby zich geleidelijker, en dat maakt deze scène volstrekt ongeloofwaardig; wat opvallend is, want we hebben een kleine tweehonderd pagina’s lang geen enkele moeite gehad met een vertellend embryo. Blijkbaar geldt de opschorting van ongeloof alleen voor dat ene onmogelijke aspect dat we hebben aanvaard. De rest moet blijven beantwoorden aan bestaande wetten en verwachtingen. Wanneer dat niet gebeurt, begint het hele zorgvuldig opgetrokken bouwwerk alsnog te wankelen.