Recensie

Geen berusting in het lot, maar een woeste omarming van ’t leven

Als we Kristien Hemmerechts mogen geloven, was zij vroeger een heel stil en braaf meisje. Aan tafel, met een vader, een moeder, een broer en een zus met een grote geldingsdrang, kwam zij er als jongste niet aan te pas. ‘In mijn dagboek tekende ik mijzelf als een kuikentje tussen roofvogels.’ Zij luisterde en keek vooral. ‘Het praten is pas later begonnen. Op papier.’

Dat lezen we in een van de verhalen die Hemmerechts (1955) bundelde onder de weinig sprankelende titel Er gebeurde dit, er gebeurde dat. Opvallend is inderdaad het hoge praatgehalte van deze inkijkjes in haar leven. Korte zinnen, van de hak op de tak, veel dialogen. Aan het woord is iemand die ferme uitspraken doet over leven en dood, liefde en ongeluk en de verhouding tussen ouders en kinderen.

Hemmerechts kan putten uit een goudmijn want er gebeurde tot dusver niet gewoon ‘dit’ of ‘dat’, maar behoorlijk veel. En dus neemt ze ons in dit boek, dat deels nieuw is, deels bloemlezing, nog maar weer eens mee naar haar jeugd waarin ze werd gekoeioneerd door haar zus, die later geestesziek bleek te zijn en sinds jaar en dag in een ‘gemeenschapshuis’ woont. Haar echtscheiding komt aan bod en de vroege dood van haar tweede man. Ook vertelt ze over de smartelijke wiegendood van haar zoontjes Ben en Rob.

Hemmerechts stelt vast dat zij en haar familie wel erg vaak door het lot getroffen worden. Dat lot wenst zij niet te aanvaarden. Geen stille berusting, maar een nogal woeste omarming van het leven. Dat is de motor van haar schrijverschap, maar het maakt er ook meteen de weerbarstige charme van uit.

Het nieuwe verhaal-in-dagboekvorm ‘Borst’, waarmee het boek opent, spat van de weerbarstigheid bijna uit elkaar. Bij dat verhaal hoort ook de omslagfoto waarop Hemmerechts te zien is, gehuld in een gewaad dat één borst vrij laat: de borst die in oktober 2015 aangetast blijkt door kanker. Maar ze laat zich niet kennen. Ze gaat steeds op de fiets naar het ziekenhuis en staat vijf dagen na de operatie alweer voor de klas. Deze snelle hervatting van het ‘gewone’ leven is ook mogelijk omdat ze geen uitzaaiingen blijkt te hebben. Ze heeft ‘een cancer light’ zoals ze het zelf uitdrukt. Maar als er in de media luchtig wordt gedaan over borstkanker, wordt ze boos.

Als iemand tegen haar zegt dat ze er goed uitziet, voelt ze zich niet serieus genomen. Maar als een ander zegt dat ze er slecht uitziet, is het ook niet goed. Ze is teleurgesteld als mensen geen belangstelling tonen voor haar ziekte, maar als een schoonzus informeert hoe het met haar is, dan wil ze er niet over praten. ‘Je moet het later allemaal maar eens lezen’, noteert ze op 3 december 2015 kribbig in haar dagboek.

En zo balanceert Hemmerechts ruim honderd bladzijden lang tussen ziek en gezond, tussen flinkheid en zelfbeklag, en vooral tussen de twee zielen in haar borst: de roofvogel en het kleine kuikentje.