‘Fed’ ziet opnieuw af van rentestap

Rentebesluit

Tegenstrijdige signalen uit de economie en de weerzin om gebruikt te worden in de presidentsverkiezingen weerhouden de verdeelde Amerikaanse centrale bank van actie.

foto Saul Loep / AFP

Vier renteverhogingen zou de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, in 2016 doorvoeren. Dat was in ieder geval het plan, nadat de ‘Fed’ eind vorig jaar voor het eerst zijn rentetarief voor de geldmarkt opschroefde naar tussen 0,25 procent en 0,5 procent.

Nu, in september 2016, is van dat voornemen nog niets terecht gekomen. Gisteren besloot het bestuur van de centrale bank opnieuw om de rente ongemoeid te laten en het besluit door te schuiven naar de volgende bijeenkomst. Drie van de tien stemmende bestuursleden waren tegen: zij hadden nu al een rentestap gewild. Zij werden overstemd, mede door voorzitter Janet Yellen.

Telkens was er dit jaar een reden om niets te doen. In de eerste drie maanden was de onrust op de financiële markten te groot. Daarna volgde de onzekerheid over het Britse referendum. En al die tijd sluimerden de Amerikaanse presidentsverkiezingen op de achtergrond. Met de verkiezingsdag van 8 november in het vooruitzicht kan elke stap van de Fed worden uitgelegd als een politiek statement. En aangezien de volgende Fed-vergadering plaatsvindt op 31 oktober en 1 november, een week voordat de Amerikanen naar de stembus gaan, is ook dan geen actie van de centrale bank te verwachten. Het moment van de waarheid verschuift zodoende waarschijnlijk naar december.

Het is al lang niet meer zo dat de Fed de toon zet voor alle centrale banken. Daarvoor lopen de economische cycli van de belangrijkste economieën van de wereld lang veel te veel uiteen. De Europese Centrale Bank peinst over het langer of heviger uitvoeren van zijn huidige aankopen van staatsleningen en andere leningen ter waarde van 80 miljard euro per maand, en hanteert een negatieve rente. De Bank van Japan openbaarde woensdag een nieuwe strategie om de inflatie aan te jagen.

De Verenigde Staten lopen vóór. Maar de normalisatie van het monetaire beleid loopt nu ook hier vertraging op. Woensdag liet de Fed weten dat de inschatting voor de structurele groei van de Amerikaanse economie is verlaagd tot 1,8 procent per jaar. Dat is voor Amerikaanse begrippen laag – en zeker met het oog op de relatief grote bevolkingsgroei die de VS in vergelijking tot andere westerse economieën doormaken. Economen die hierin een teken zien dat de ‘structurele stagnatie’ van de economie na de Lehman-crisis nog lang niet voorbij is, dringen er dan ook op aan om de rente zo lang mogelijk zo laag mogelijk te houden. Larry Summers, een van de meest vooraanstaande, en meest vocale economen in de VS, noemde gisteren een veelvoud aan redenen om de rente niet te verhogen. Eén daarvan: ernaar streven dat de inflatie veel hoger wordt dan het doel van 2 procent dat de Fed nu nog hanteert. Dat raakt aan de recent opgelaaide discussie dat centrale banken eigenlijk veel meer ‘hoofdruimte’ moeten gaan creëren om te voorkomen dat zij bij een toekomstige crisis met hun rente meteen weer op de nul terecht komen.

Yellen zelf zei gisteren dat de strijd binnen het bestuur ‘machtig’ was. De inflatie is op dit moment 1,3 procent – aan de lage kant. De werkloosheid daarentegen is gedaald tot 4,9 procent, en dat zou wijzen op een krappe arbeidsmarkt en pleiten voor een renteverhoging.

Met zulke paradoxale parameters kan het lastig zijn om te beslissen. Met name de tegenstem van Eric Rosengren, de topman van de Fed van Boston, wordt door waarnemers hoog opgenomen. Hij was altijd een voorstander van een zeer soepel monetair beleid, maar maakt zich nu zorgen over de zeepbellen die dit op gaat leveren op de financiële markten en de woningmarkt. Want die bijwerking van het monetaire medicijn wordt óók alarmerend, waardoor dit waarschijnlijk niet de laatste heftige discussie zal zijn in het bestuur van de Amerikaanse centrale bank.