Vooral hoogopgeleiden bezoeken een alternatieve genezer

Alternatieve therapieën hebben het tij mee: zo’n miljoen gebruikers, vaak hoogopgeleid. Etnoloog Peter Jan Margry: „Zijn dat allemaal naïeve idioten?”

Een staalkaart van alternatieve geneeswijzen: aromatherapie, geneeskrachtige bloemen, reflexzonetherapie en acupunctuur, homeopathische pillen, Chinese kruiden en kruidenthee, vitamines en etherische oliën. Foto Getty

We gaan het hebben over alternatieve geneeswijzen. Maar Peter Jan Margry, hoogleraar Europese etnologie aan de Universiteit van Amsterdam, gaat er expliciet níét over oordelen, zegt hij aan het begin van het gesprek. Welke behandeling nut heeft en welke onzinnig is, weet hij niet. Voor het Meertens Instituut bestudeert Margry sinds kort niet de medische, maar de sociaal-culturele aspecten van alternatieve geneeswijzen.

Donderdag begon in Amsterdam een tweedaags congres voor wetenschappers uit de hele wereld die alternatieve geneeswijzen als cultureel fenomeen bestuderen. De vraag die Margry in zijn onderzoek stelt: van welke praktijken maken wij in Nederland graag gebruik, en waarom precies?

Sinds oosterse filosofieën, religies en spiritualiteit in de jaren zestig hun intrede deden in het Westen, maken Nederlanders in toenemende mate gebruik van alternatieve geneeswijzen. Margry enquêteerde deze zomer 1.400 mensen. Ongeveer de helft van hen zegt alternatieve behandelingen te ondergaan. Volgens de jongste peiling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), uit 2014, laten één miljoen Nederlanders zich alternatief behandelen.

Margry: „Paradoxaal genoeg heeft volgens ons onderzoek 83 procent van de mensen die een alternatieve genezer bezoeken, een hbo- of wo-opleiding.” Paradoxaal, want „de gedachte is vaak dat hoogopgeleiden zich niet met alternatieve geneeswijzen zouden inlaten”.

Dat komt volgens Margry ook doordat publiekelijk vooral over alternatieve geneeswijzen wordt gesproken als zich uitzonderlijke misstanden voordoen. Zoals onlangs bij de Duitse natuurgenezer Klaus Ross, die patiënten glucoseblokkers toediende, waarna een aantal van hen overleed.

Kruidenvrouwtjes

Artsen die alternatieve geneeswijzen propageren, worden afgeschilderd als onbetrouwbare, op geld beluste „kruidenvrouwtjes” en „Jomanda-achtigen”, zegt Margry. En patiënten, of consumenten, worden beschouwd als naïevelingen die geloven in sprookjes. Niet het terrein, kortom, waar je verwacht dat veel hoogopgeleiden er genezing zoeken.

De Vereniging tegen de Kwakzalverij speelt volgens Margry een grote rol in de gepolariseerde beeldvorming over alternatieve geneeswijzen. Die vereniging werd in 1881 opgericht door artsen die verontrust waren over ongeoorloofde behandelaars, mensen die niet voldeden aan de Wet op de geneeskunde. En nog altijd voert de vereniging campagnes, spoort alternatieve genezers op en wijst hen publiekelijk op hun dwalingen.

„Maar de vereniging vormt ook een soort wezensvreemde gemeenschap”, zegt Margry, „die hooghartig en eenzijdig het eigen gelijk blijft ventileren en koesteren.” Zo blijft de vereniging er volgens hem op hameren dat methoden van alternatieve genezers in de regel geen duidelijke wetenschappelijke onderbouwing hebben. „Er is geen bewezen werkzame kracht maar het helpt de consumenten, cliënten of patiënten – hoe moet je ze noemen? – wel. Zij voelen zich er beter bij. Of dat reëel is of niet: moeten wij dat bepalen?”

Zo noemt de vereniging gebruikers van alternatieve behandelingen onnozel. Ten onrechte, ziet Margry in zijn enquête. „Mensen beseffen in de regel dat de werking onbewezen is, maar toch kiezen zij ervoor, vooral omdat het velen het gevoel geeft dat er aandacht voor hen is en dat het hen helpt.”

Erosie van autoriteit

De tijdgeest is gunstig voor alternatieve genezers, zegt Margry. „Naar alternatieven voor de reguliere arts zoeken sluit aan bij de algemene erosie van traditionele autoriteit die je in de samenleving ziet.” Juist hogeropgeleiden nemen niet zomaar aan wat hun reguliere arts vindt. Ze gaan zelf op onderzoek uit, blijkt ook uit de enquêtes die hij afnam.

De meeste enquêteantwoorden moeten nog goed worden onderzocht, maar Margry kan wel een indruk geven. „Het overgrote deel van de mensen die gebruikmaken van alternatieve geneeswijzen, heeft vage pijnklachten die niet weggaan. Maar ook mensen met huidziektes, stofwisselingsproblemen, moeheid, lusteloosheid, stress, zenuwpijn, RSI en hyperventilatie zoeken naar alternatieve oplossingen.”

De ondervraagden hebben gemeen dat ze bij hun huisarts niet zo dicht bij genezing komen als ze willen. Volgens de jongste CBS-data zijn onder de alternatieve genezers de acupuncturist en de homeopaat het populairst. De enquête van Margry onderstreept dat beeld.

Als mensen hun heil zoeken bij een alternatieve genezer, bespreken ze dit volgens hem vaak eerst met hun huisarts – in veel gevallen is de behandeling complementair, niet volledig alternatief.

Volgens Margry maakt de Vereniging tegen de Kwakzalverij wel terecht bezwaar „als er ‘Klaus Rossen’ opstaan die gevaarlijke handelingen met injecties uitvoeren”. Anderzijds, zegt hij: „De vereniging is tegen alles wat buiten de biomedische wereld valt. Daar zitten ook veel zaken bij waar weinig mee aan de hand is. Het woord kwakzalver is puur negatief en heeft een stereotyperende lading. Terwijl zowat half Nederland aan mindfulness doet, ook een alternatieve therapie.”

Perfide campagne

Margry bepleit meer duidelijkheid in de alternatieve wereld. Zo zou er een heldere indeling moeten komen voor alternatieve geneeswijzen. Dan kun je behandelingen onderscheiden die écht een gevaar vormen of die mensen afhouden van noodzakelijke medische behandeling. Het is van belang dat patiënten weten waar zij aan toe zijn, vindt hij.

„Het past niet meer alle consumenten van alternatieve geneeswijzen als naïeve idioten af te schilderen: dan veroordeel je een groot deel van de bevolking.”

Een potentieel gevaar is volgens Margy dat mensen informatie die zij op internet vinden autoriteit gaan toedichten – en zo op het verkeerde been gezet worden. Daar kent hij een voorbeeld van uit zijn eigen leven. „Bij mijn dochter op school werd met flyers gewaarschuwd dat je geen baarmoederhalsprik (tegen baarmoederhalskanker) moest halen. Een perfide campagne van een vrouw met een alternatieve, energetische praktijk die zei dat er honderden kinderen aan waren overleden. Die vrouw haalde sites met ‘bewijzen’ en allerlei afgrijselijke verhalen van zogenaamde autoriteiten aan.”

Dat zijn echt ongewenste praktijken, vindt Margry. „Het briefje is van het prikbord gehaald, maar zulke samenzweringstheorieën zullen op het internet blijven bestaan.”