‘De Held’ is zwakke opening Film Festival

Nederlands Film Festival

De afgelopen jaren maakte het filmfestival geen gelukkige keuzes met de openingsfilm. Dat is dit jaar niet anders.

Fedja van Huêt en Monic Hendrickx in De Held, de film die woensdagavond het Nederlands Film Festival opende.

Het Nederlands Film Festival, dat woensdagavond in de fraai verbouwde Stadsschouwburg opende met thriller De Held, oogt dit jaar heel afwisselend. Viste het filmfestival in Utrecht ooit louter in de ondiepe poel van de Nederlandse speelfilm, intussen heeft het NFF zich verbreed tot tiendaags trefpunt voor film, televisie en games.

Nu nog een goede openingsfilm. Want terwijl het NFF zich mag beroepen op een gezond aantal premières – 92 films, documentaires, series en installaties waaronder Eddy Terstalls Alberta, Een Echte Vermeer, oorlogsfilm Riphagen en de 4-delige dramaserie De Maatschap – liet de gedroomde openingsfilm Tonio zich niet voor Utrecht strikken.

Misschien is het bijgeloof van filmdistributeurs. De opening van vorig jaar, J. Kessels, trok met 50.000 bezoekers weinig volk, thriller Bloedlink uit 2014 werd evenmin een hit. Ook De Held lijkt geen grote toekomst beschoren. Gebaseerd op een boek van Jessica Durlacher, is dit na Het Diner en De Reünie de derde nederthriller van Menno Meyjes. Hij schreef ooit mee aan het script van Spielbergs The Color Purple en kende een vrij succesvolle Amerikaanse carrière als regisseur tot het fiasco van stierenvechterfilm A Matador’s Mistress met Adrien Brody en Penélope Cruz in 2008. Sindsdien maakt Meyjes Nederlandse films.

In De Held moet een welvarende Joodse familie zich verweren tegen de wrokkige kleinzoon van een NSB’er, bijgestaan door louche Arabische loverboys. Gelukkig zit de zoon des huizes bij de Amerikaanse mariniers, want dit islamofascistische straattuig verstaat slechts de taal van het pistool. „Jullie zijn zo fokking hulpeloos”, tiert de strijdbare Jood tegen zijn braaf burgerlijke ouders.

Dit wereldbeeld van Durlacher, ergens tussen Netanyahu en Wilders in, zal niet iedereen charmeren. Noch het acteren van huivertante Monic Hendrickx als moeder Sara: met haar paniekogen en sidderende neusvleugels lijkt de actrice eerder op haar plaats in de stomme film. Maar dat De Held wordt bevolkt door licht hysterische karikaturen: vooruit. Het is een thriller tenslotte. Lastiger is dat die thriller na een uur nog niet op gang is, ondanks fraaie, niet altijd functionele bravoureshots, overstuurde filmmuziek en Daan Schuurmans in zijn charmante-ploert-routine. En zet de film zich eindelijk in beweging, dan wordt het direct absurd.

De context van De Held is het naoorlogse Joodse zwijgen over de Holocaust, wat in Sara’s familie tot totale waanzin leidde: iedereen zwijgt en liegt met grote vanzelfsprekendheid over alles, ook als men elkaar zo apert in gevaar brengt. Los van opa’s talloze geheimen, verzwijgt moeder Sara een gewelddadige aanranding en maakt ze haar zoon wijs dat zijn vader aan galstenen is geopereerd als hij door een inbreker is neergeschoten. Al die geheimzinnigheid leidt tot sappige onthullingen, is het idee, maar de balans tussen voorwaartse beweging en achtergrond is geheel zoek in De Held, die zich een pas op de plaats flashbackt. Opnieuw blijkt een ongeloofwaardig, sputterend scenario de zwakste schakel bij Meyjes, van huis uit toch scriptschrijver.