Recensie

Fascinerend boek over hoe wij allemaal in illusies leven

Supermens

De Israëlische historicus Harari beschrijft in zijn nieuwe boek de loop van de geschiedenis van de mensheid aan de hand van de verkruimeling van het humanisme en de nieuwe mens die ervoor in de plaats komt.

De mens heeft zijn dominante positie op aarde echt niet aan zijn intelligentie te danken. U leest het al: de historicus Yuval Noah Harari (1976) houdt van de grote greep. En hij heeft een sterk verhaal. Want is de mens niet al één miljoen jaar lang het intelligentste dier op aarde? Meestal merkte niemand daar wat van. Pas toen we gemeenschappelijke illusies kregen, konden groepen groter dan honderd à tweehonderd mensen met elkaar samenwerken en echte macht ontwikkelen, schrijft Harari in zijn nieuwe boek Homo deus. Honderd à tweehonderd is ongeveer de grens van het aantal mensen dat je persoonlijk kunt kennen. Chimpansees kunnen óók goed samenwerken, maar hun groep kan nooit groter worden dan het aantal dieren dat zij persoonlijk kennen. Maar wij mensen hebben religies en andere groepsidentiteiten, waardoor we veel gemakkelijker vreemden zullen helpen en met hen samenwerken. Voor het hogere doel. Zo bouw je uiteindelijk een wereldrijk op. Sumeriër helpt Sumeriër, samen voor de god Enlil! Fransman met Fransman, voor de republiek! De mannen van Shell staan samen pal voor olie. Ook al kennen ze elkaar niet persoonlijk. Om dezelfde reden wantrouwen we vaak mensen uit andere culturen. Tenzij ze misschien óók van Feyenoord houden.

En het pijnlijke is, schrijft Harari, het ‘Hogere Idee’ dat leidt tot de beste samenwerking en het meeste succes in de wereld, hoeft helemaal niet objectief beter te zijn dan het ‘verliezende’ idee. Welbeschouwd gaven bijvoorbeeld het oude polytheïsme en animisme een betere beschrijving van de werkelijkheid dan het meer succesvolle christendom. Een wereld waarin ontelbaar veel verschillende krachten (goden) gebeurtenissen veroorzaken zonder veel onderlinge samenhang, is een realistischer idee dan de opvatting dat alles geleid wordt door één god, waarbij de ‘zondige’ mensen ook nog eens de schuld krijgen van rampen waar ze in werkelijkheid helemaal geen grip op hebben: ziekte, armoede, sterfte.

Belastingsystemen

Maar de wereld staat nu wel vol met kerken, schrijft Harari, zoals het Egypte van de farao’s prachtige piramides en belastingsystemen tot stand bracht. Het lot van de mensen is dat zij de doelen gaan nastreven van het samenballende idee dat hen op dat moment het best laat samenwerken. Maar individuele mensen hoeven helemaal niet beter af te zijn bij dat gemeenschappelijke vergezicht.

Dit proces van samenwerking op basis van gemeenschappelijke ficties beschreef Harari al in zijn bestseller Sapiens, die hem in 2014 wereldfaam bracht. In zijn nieuwe boek pakt hij hetzelfde verhaal weer op, maar hij waagt zich nu ook aan een voorspelling van de toekomst. Want ook succesvolle ficties gaan ooit weer ten onder. Wij denken nu dat onze huidige humanistische ideeën over de grote waarde van het individu en diens gevoelens eeuwigheidswaarde hebben. Of zelfs: de waarheid zijn. Maar, zo schrijft Harari, het humanisme bestaat pas driehonderd jaar. Mensbeeld en wereldordening van het Oude Egypte hebben duizenden jaren bestaan. Maar wie maakt zich nu nog druk over een farao?

Onze waarden en overtuigingen omtrent de werkelijkheid zijn diep verankerd, maar het zijn net zo goed illusies die gemakkelijk kunnen verdwijnen omdat ze alleen in gedachten bestaan. We nemen ze serieus omdat andere mensen hetzelfde denken. We vinden dat de Verenigde Staten echt bestaan, maar dat is alleen omdat héél veel andere mensen dat ook geloven. Zoals ook geld alleen waarde heeft omdat anderen het eveneens waardevol vinden. Het papier zelf is niks waard. Het zelfuitgeroepen ‘koninkrijk Calsahara’, ergens in de Californische woestijn, wordt door niemand serieus genomen, want er is ook niemand anders die dat koninkrijk serieus neemt.

Wat is dan nog waarachtig in ons leven? Natuurlijk bestaat bij Harari ook de reële, materiële werkelijkheid van stenen en lantaarnpalen, en ook een innerlijke belevingswereld van reacties en gevoelens. In die twee werelden leven ook dieren als wolven en chimpansees. Ook zij hebben innerlijke ervaringen: verlangens, angst, vreugde. En ook zij kennen de objectieve werkelijkheid van een rivier, een boom, een landschap. Maar wij mensen leven vooral in die derde wereld, die de dieren niet kennen, die voor ons alles filtert en overheerst: de intersubjectieve, gemeenschappelijke verbeelding, vol zaken als geld, nationale staten, Apple en NRC Handelsblad. Zonder andere ‘gelovigen’ zouden die niet bestaan.

Lees ook: Jagers waren gelukkiger dan wij: interview met Yuval Harari

Harari geeft een handige vuistregel: als iets zelf pijn kan voelen is het echt. Een bankdirecteur is echt, een bank bestaat alleen in onze gemeenschappelijke gedachten. Ons moderne leven, met zijn trends, idealen, opvattingen en mega-instituties, bestaat dus vooral uit gedeelde ideeën. Bruikbare en gemeenschappelijke illusies, die het patroon bepalen van een groot deel van ons leven.

Communisme

Maar om diezelfde reden kan het dus ook ineens afgelopen zijn met die grote gemeenschappelijke ideeën. Als mensen het vertrouwen in een bank verliezen, blijft de bankdirecteur leven, maar de bank kan zomaar verdwijnen. Harari beschrijft als treffend voorbeeld de ondergang van het communisme. Bijna een eeuw lang heeft het bergen verzet en massa’s geïnspireerd. Het versloeg het fascisme, bedreigde het kapitalisme en hield hele volkeren in een ijzeren vuist. In de jaren tachtig verschrompelde het tot helemaal niets. Waarom? Omdat de mensen er – om verschillende redenen – niet meer in geloofden.

Bekijk op YouTube de laatste speech van de Roemeense, communistische dictator Ceausescu, op 21 december 1989, en zie hoe een illusie ontmaskerd wordt. Elders in Oost-Europa waren communistische regimes al aan het verschrompelen en ook in Roemenië was er onrust. Met een speech op een massa-bijeenkomst kon Ceausescu, al 24 jaar aan de macht, zijn gezag wel even duidelijk maken, dacht hij – live op de Roemeense tv. Acht minuten lang prees hij het Roemeense socialisme, totdat iemand in het publiek heel hard ‘boeoeoe’ riep, een kreet die werd overgenomen door een groot deel van de andere mensen op het plein. ‘Stilte! Stilte’, riep de verbijsterde dictator terug, maar de betovering was definitief verbroken. Binnen een week was de dictator dood en zijn regime verdwenen. Zoals Harari schrijft: 80.000 mensen op het plein realiseerden zich dat ze veel machtiger waren dan een oude man op een balkonnetje.

Pijnlijke les van de geschiedenis: de mensen die toen in Roemenië hun nek uitstaken, hadden niet de gemeenschappelijke drive en organisatie om de macht écht over te nemen. Dat konden de inmiddels ex-communisten wél. Een gemeenschappelijk geloof is een middel tot organisatie, maar geen garantie op succes. Die intersubjectieve wereld van ideeën is geen serene hemel maar een strijdtoneel vol manipulatie en beïnvloeding.

Dat we in illusies leven is een boodschap die waarschijnlijk niet vaak genoeg herhaald kan worden. Wie meegaat in Harari’s knappe deconstructie van het moderne denken en leven, voelt een merkwaardig heilzame zuivering van gedachten en gevoel. Als de rokken van een ui pelt Harari in zijn boek de culturele schillen van de geest af. Even is niets vanzelfsprekend meer.

Een onderliggende vraag is wel: vertegenwoordigt onze huidige humanistische cultuur dan echt niet het diepste wezen van de mensheid? Zo algemeen gesteld moet het antwoord – vrees ik – zijn: natuurlijk niet. Een ander antwoord zou te arrogant zijn, en zelfs kolonialistisch. Humanisme is echt niet de enige manier waarop mensen gelukkig kunnen worden of zichzelf kunnen ontwikkelen. En ook het humanisme, de motor achter ons moderne wereldbeeld, is eindig.

De homo deus, de godmens, uit Harari’s titel, vormt een van de belangrijkste gevaren, en daarmee komen we op de tweede boodschap van Harari’s boek. Voortgedreven door humanistische idealen zullen genetica, biotechnologie en informatica onherroepelijk aan de mens gaan knutselen. Op de een of andere manier zal er dan een supermens ontstaan: een sterke, extreem lang levende, hyperintelligente godmens dus, al dan niet met een directe uplink naar een krachtige computer. Dat zal een scheiding in supermensen en gewone mensen creëren; de principiële gelijkheid die aan de basis van het humanisme staat, zal verlaten moeten worden. Mensenrechten zullen worden aangepast.

Maar er is meer. Omdat de komst van die supermens nog verre van zeker is, ligt het grotere gevaar waarschijnlijk in de snelle ontwikkelingen in informatica die zullen leiden tot wat Harari noemt ‘dataïsme’. Daarin wordt ieder individu ontleed in al zijn losse onderdelen, van koopgedrag tot ziektegeschiedenis, met grote voorspellende kracht. Het systeem is nu al betrekkelijk zichtbaar in advertentiemachines op internet.

Zoals God ooit werd ontmaskerd als een product van menselijke verbeelding, zo zal ook de menselijke verbeelding worden ontmaskerd als het product van biochemische processen en berekeningen, voorspelt Harari. Nu al schrijven computers verrassend goede muziek en verslaan ze professionele Go-spelers. Het ‘systeem’ zal ons beter gaan kennen en voorspellen dan wij ooit zelf kunnen. En dus zal het nu nog samenbindende geloof in de uniciteit van het individu ernstig gevaar gaan lopen, denkt Harari.

Eenvoudig werk wordt al door computers gedaan, maar straks zullen ook voor complexe werkzaamheden steeds minder mensen nodig zijn. Het humanisme bloeide ooit op, schrijft Harari, toen de nationale staat de loyaliteit van grote aantallen soldaten en arbeiders nodig had om te overleven. Iedereen belangrijk! Maar als grote aantallen mensen hun economische en militaire nut verliezen, zal ieder individu niet meer uniek en gelijkwaardig worden gevonden.

Ook wetenschappelijk onderzoek tast de basiswaarheden van het humanisme aan. Onze ooit zo vereerde vrije wil is bijvoorbeeld nergens meer terug te vinden in hersenonderzoek. En van het Menselijk Zelf, toch ooit de ‘god’ van het humanisme, is in de moderne psychologie weinig meer over dan een verhaaltje dat het brein aan zichzelf vertelt om de boel een beetje bij elkaar te houden.

Het rijke innerlijk bestaan van de mens, ooit de basis van het humanisme, wordt steeds verder ontmanteld. Een mens zal steeds vaker worden gezien als een samenspel van biochemie en neurologische algoritmes, niet meer als een bewust individu met eigen opvattingen. Niet voor niets doet modern overheidsbeleid graag aan nudging: onbewuste beïnvloeding van gedrag. Dat werkt veel beter dan overtuigingskracht en voorlichting. Die techniek zal steeds verfijnder worden.

De verkruimeling van het humanisme wordt een uiterst complex proces, met veel haken en ogen. De toekomst is niet te voorspellen, maar Harari maakt in zijn analyses en beschrijvingen duidelijk dat er iets fundamenteels in ons wereldbeeld zal veranderen. En echt niet omdat het Westen bedreigd zou worden door de islam. Harari: ‘Denk na, wie of wat zal de grote veranderingen in de 21ste eeuw produceren? Google of IS? Traditionele religies als christendom of islam zijn al sinds de negentiende eeuw geen bron van creativiteit meer’.

Toekomstmuziek

Hariri verkent in zijn boek ook wat een menselijk bewustzijn kan zijn zónder zo’n onvermijdelijk illusoir wereldbeeld. We begrijpen niet echt wat onze geest is, schrijft hij in het voorlaatste hoofdstuk: ‘We hebben niet in de gaten dat we leven op een klein eilandje van bewustzijn in een enorme oceaan van vreemde mentale toestanden.’ Want wie kan de geest ervaren van mammoetjagers uit de IJstijd? Van de eerste boeren of van een dertiende-eeuwse samoerai? En zo kunnen we ons nauwelijks voorstellen hoe we ons zelf in de toekomst zullen voelen.

Het is een koud einde van een fascinerend boek, dat zo optimistisch begon. Namelijk met de constatering dat juist nu, aan het begin van de eenentwintigste eeuw, de millennia-oude erfvijanden van de mens: oorlog, ziekte en honger, wereldwijd in de hoek zijn gedreven. Ja, oorlog ook. In de meeste gebieden is het zeldzamer dan ooit. En dat danken we allemaal aan die industriële en wetenschappelijke revolutie die in de rest van het boek juist onze huidige beschaving steeds verder aan het wankelen brengt. Het is om melancholiek van te worden.

Voor het zover is, geeft Harari de lezer op zijn laatste bladzijde nog wat vragen mee ter overdenking. Is leven echt alleen maar informatieverwerking? Wat is belangrijker: intelligentie of bewustzijn? En wat gebeurt er met onze samenleving en dagelijks leven als er onbewuste maar superintelligente computerprogramma’s komen die ons beter kennen dan wij onszelf?

Misschien roepen we dan wel ooit als Ceausescu: ‘Stilte! stilte!’.