Colombia: op weg naar vrede of naar straffeloosheid?

Volgende week zondag stemmen de Colombianen over het vredesakkoord met de FARC-guerrillastrijders. Tegenstanders zien het als capitulatie.

Persbureau AP vroeg aan FARC-strijders om te poseren in militaire en gewone kledij. Dit is Mayerli (18), in kamp Putumayo. Foto AP

Als het aan de Colombiaanse president Juan Manuel Santos ligt, stemt de Colombiaanse bevolking overtuigend voor vrede in het referendum op zondag 2 oktober. „Een halve eeuw burgeroorlog heeft de Colombiaanse psyche diep verwond”, zei Santos in een interview. En: „Dit akkoord verandert de geschiedenis van Colombia.”

Maar als het aan zijn voorganger Álvaro Uribe (2002-2010) ligt, klapt het akkoord en stemmen de Colombianen volgende week nee. „Dit is geen vredesakkoord”, zei de oud-president de afgelopen maanden herhaaldelijk. „Dit is een capitulatie in het voordeel van de FARC.”

Santos en Uribe belichamen de twee kampen die nu strijden voor hun gelijk in Colombia. De vroegere bondgenoten – Santos was drie jaar minister van Defensie tijdens het presidentschap van Uribe – groeiden uit tot opponenten. Santos initieerde de vredesonderhandelingen en roept het volk nu op vóór vrede te stemmen. Uribe, inmiddels senator, poogde de rebellengroep als president militair uit te roeien. Met de slogan ‘paz sí, pero no así’ (vrede ja, maar niet op deze manier) voert de ex-president juist een felle campagne tégen het akkoord.

Vier jaar onderhandelen

Op 2 oktober kan een eind komen aan 52 jaar burgeroorlog in Colombia die aan zeker 220.000 mensen het leven. Bijna 7 miljoen mensen raakten ontheemd.

Na vier jaar onderhandelen in de Cubaanse hoofdstad Havana bereikten de Colombiaanse regering en de FARC een akkoord. President Santos beloofde het akkoord in zijn geheel voor te leggen aan de bevolking. „Ik heb geen plan B”, bekende de president tegen de Financial Times. „Want plan B betekent dat het weer oorlog wordt.”

Het ja-kamp is nog niet zeker van zijn zaak. Lange tijd lieten peilingen een nek-aan-nek race zien tussen de twee partijen. En hoewel de recentste polls een steeds overtuigender overwinning vóór vrede laten zien, is de scepsis van de Colombiaanse bevolking over daadwerkelijke vrede met de FARC groot.

Berechting van oorlogsmisdaden

Een pijnpunt is de politieke participatie van de FARC. De komende acht jaar mogen voormalige FARC-rebellen tien zetels bekleden in het Congres, ongeacht de stemmen die zij krijgen bij de verkiezingen.

Maar de grootste weerstand roept het justitiële systeem op dat de partijen hebben afgesproken voor de berechting van oorlogsmisdaden. In plaats van celstraffen kunnen daders alternatieve straffen krijgen, in ruil voor getuigenissen over de daden die zij hebben gepleegd. Dat geldt zowel voor FARC-strijders en paramilitairen als voor het Colombiaanse leger.

Volgens de huidige president Santos zullen alleen de laagste strijders onbestraft blijven. „We moeten het maximum aan gerechtigheid bereiken, maar wel zo dat we ook tot vrede kunnen komen”, zei hij tegen The New York Times. „Ik denk dat we dat evenwicht nu hebben bereikt.”

Het conflict in Colombia in een tijdlijn:

Maar Uribe vindt dit systeem een gruwel en noemt het ‘straffeloos’. Zijn harde opstelling is geen verrassing: Uribes vader, een welgestelde grootgrondbezitter, werd in 1983 vermoord door FARC-rebellen. Sindsdien stelde Uribe zich tot doel de FARC te bestrijden. Ook met onorthodoxe middelen: tegen Uribe bestaan verdenkingen dat hij banden heeft met paramilitaire groepen, al heeft Uribe altijd ontkend. Zijn broer, Santiago Uribe, werd in januari opgepakt op verdenking van het leiden van een doodseskader in de jaren negentig.

Veel te verliezen

„Uribe is altijd consistent geweest in zijn standpunten”, zegt Adam Isacson, verbonden aan de gezaghebbende denktank Washington Office on Latin-America (WOLA). „Hij is populair onder de lagere middenklasse, vanwege zijn nadruk op orde. Maar zijn belangrijkste achterban bestaat uit grootgrondbezitters en magnaten uit de mijnbouwindustrieën. Dat zijn mensen die altijd baat hebben gehad bij het conflict.”

Isacson doelt op de oneerlijke verdeling van land die aan de basis ligt van de burgeroorlog – en aan de oprichting van de FARC. „Die geprivilegieerde groepen hebben veel te verliezen als het vredesakkoord wordt geïmplementeerd. Ze zullen plotseling eigendomsbelasting moeten betalen en hun economische activiteiten moeten delen met kleinere boeren.”

Santos, een aristocraat uit een machtige familie die als minister van Defensie hard beleid voerde tegen de FARC, verraste daarentegen iedereen toen hij als president plots inzette op vrede. „Hij heeft zijn politieke toekomst verbonden aan deze onderhandelingen”, zegt Isacson. „Maar Santos is impopulair en wekt weerstand, juist omdat hij onderdeel uitmaakt van de gevestigde orde.”

Maar het grootste obstakel voor vrede lijkt straks de opkomst bij het referendum te zijn. „Veel Colombianen, vooral in stedelijke gebieden, zien dit niet als een belangrijk moment, zij voelen de effecten van het conflict al lang niet meer”, aldus Isacson. „Dat speelt zich op grote afstand af, in de jungle. Deze mensen maken zich meer zorgen over de groeiende werkloosheid dan over het sluiten van vrede.”

Het helpt Santos niet dat hij slecht in staat is zijn boodschap over te brengen. „Er is een informatieoorlog gaande in het voordeel van het nee-kamp”, zegt Isacson. „Het is net als met de Brexit of als met Trump: populistische leugens verspreiden zich een stuk sneller over sociale media dan een positief verhaal over de toekomst.”